Marrichgen Ariensdochter (en wat de CIA van haar had kunnen leren)

Van Marrichgen Ariensdochter weten we zo goed als niets. Het zal u dan waarschijnlijk ook verbazen dat ik haar vandaag in mijn lijst van Grote Vrouwen zal opnemen.

Het beetje dat we weten is dat ze ergens rond 1520 geboren werd in het Gelderse Poederoyen, ze ongehuwd gebleven is en tijdens haar leven in Nieuwpoort, Vianen en Utrecht gewoond heeft. Ze moet een kruidenvrouwtje zijn geweest. Daarnaast weten we dat ze op 18 december 1591 op de Steenenbrug voor het stadhuis in Schoonhoven als heks “genadelyk” werd gewurgd en op een brandstapel verbrand werd. Vandaag is dus haar sterfdag. Al wat we over haar weten berust op haar vonnis (en haar daarin opgenomen bekentenis) dat bewaard is gebleven.

Op 4 oktober 1591 werd ze beschuldigd van hekserij; ze zou een jongen betoverd hebben door hem aan te raken nadat hij weigerde weg te gaan. Door haar aanraking zou zijn haar zijn gekrompen alsof het werd uitgetrokken. De jongen moet het op een gillen gezet hebben, waarop omstanders zich tegen de oude vrouw keerden. “Feeks, zegent de jongen!” zouden ze tegen Marrichgen gezegd hebben en dat deed ze. Daarop zou het haar van de jongen zijn teruggekeerd, als bij de spreekwoordelijke toverslag.

De oploop leidde tot de gevangenneming van Marrichgen, toen ongeveer zeventig jaar oud, en ze werd overgedragen aan de schepenrechtbank van Schoonhoven. Baljuw Geerof Kluyt van Vorenbroek onderzocht de zaak en riep de rechtbank bijeen. Hij moet het onderzoek, voor zo ver daarvan gesproken kan worden, geleid hebben. Hij hield een requisitoir en formuleerde de strafeis.

Waarschijnlijk werd Marrichgen gemarteld als onderdeel van het “onderzoek” van de baljuw. Volgens het vonnis legde zij uiteindelijk een bekentenis “buyten banden van yseren” af, wat zoveel kan betekenen dat ze onder tortuur bekende en deze bekentenis later heeft herhaald. Bijstand van een advocaat (of wat daar in die tijd voor door moest gaan) kreeg ze uiteraard niet.

Op 18 december 1591 oordeelden zeven schepenen over het lot van de oude vrouw en nog dezelfde dag werd zij ter dood gebracht. Voor het stadhuis werd zij geworcht en voorts in den viere verbrant tot stoff.

Volgens haar bekentenis zou Marrichgen toen zij rond 1583 in Vianen woonde (onder de windmolen en desperaet van armoede) tweemaal zijn bezocht door de duivel. De duivel zou een lange man geweest zijn, geheel in het zwart gekleed, die zich Heijnken noemde. Heijnken beloofde haar te helpen, als ze God maar zou verloochenen en Heijnkens bevelen op zou volgen. Hij gaf haar een gouden muntstuk en nam een stukje van de nagel van haar rechter ringvinger om die afspraak te bezegelen. Haar ringvinger zou daarna altijd blauw en koud gebleven zijn. Heijnken, die door Marrichgen in haar bekentenis steevast “de vijand” genoemd wordt, gaf haar een potje zalf waarmee ze mensen betoveren kon.

Heijnken en Marichgen zouden daarnaast meermaals “als man en wijf” met elkaar verkeerd hebben, waarna Heijnken vertrok. Het goudstuk zou daarna in “vuiligheid als kinderdrek” zijn veranderd.

Marrichgen zou met die zalf, die uit “vireyssem” (het mondschuim van een stervende) of “paddenrith” (paddenzaad) moet hebben bestaan, meerdere mensen betoverd hebben. Soms moet Heijnken haar daarvoor zelfs ’s nacht bij haar slachtoffers gebracht hebben en meestal waren die slachtoffers mensen die haar kwaad hadden willen doen of over haar kwaadgesproken zouden hebben.

Tegenwoordig weten we, of althans de meesten van ons toch, wel beter dan te geloven in hekserij. We weten ook dat beschuldigingen van hekserij gebaseerd zijn op bijgeloof en ze een middel waren om met onwelgevallige buitenbeentjes af te rekenen. In de dagen van Marrichgen Ariensdochter liepen mensen met een gebrek, oude mensen en rare snuiters al snel het risico om van hekserij beschuldigd te worden.

Angst voor het onbekende of onverklaarbare ligt daar aan ten grondslag, waarbij de mens de oorzaak van vervelende gebeurtenissen graag aan een kwaadwillende ander toeschrijft. Werden dieren of mensen ziek, werd een man onvruchtbaar of verloor een vrouw haar kind, dan werd dergelijk ongeluk toegeschreven aan een heks.

Tegenwoordig weten we ook, zo dacht ik, dat marteling zinloos is. Pijnig iemand hard en lang genoeg en hij zal alles zeggen wat je maar horen wilt. Dat de CIA wrede “verhoormethodes” heeft gebruikt die we gerust marteling kunnen noemen verbaasde me nochtans niet. Wanneer angst regeert verliezen mensen alle redelijkheid en gevoel voor realiteit uit het oog en zijn we zonder meer tot het vreselijkste in staat. Dat de CIA loog over de aantallen mensen die ze jarenlang martelde, mishandelde en misbruikte verbaast me ook niets, dat past wel bij het beeld dat ik heb van die dienst en het land dat zij dient. Het land immers, dat de doodstraf nog kent en Guantanamo Bay bedacht. Bijna de helft, 46%, van de Amerikanen gelooft dat marteling van terrorismeverdachten een gerechtvaardigd middel is om informatie los te krijgen en de martelingen zullen ongestraft blijven.

Een gevangene onderging 183 maal de sensatie te verdrinken door middel van wat “water boarding” genoemd wordt. Gevangenen werden soms tot zelfs 180 uur aaneen wakker gehouden.

Die wrede verhoormethodes bleken opnieuw ineffectief, zoals te lezen is in het The Senate Committee’s Report on the C.I.A.’s Use of Torture. In tegenstelling tot wat de CIA altijd heeft beweerd werden er geen aanslagen voorkomen.

Dat hadden we ruim vierhonderd jaar geleden al kunnen leren van arme mensen als Marrichgen Ariensdochter.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s