De erfzonde van mijn witte huid

Heel lang geleden werd ik door een disgenoot eens vermanend toegesproken over “mijn aandeel in de slavernij”. Ik dacht gezellig na te tafelen met collega’s, na een cursus over diversiteit, verhoudingen tussen groepen mensen in de Nederlandse maatschappij en het commercieel belang van het bewustzijn daarvan binnen het bedrijf waar ik toen nog werkte.

De disgenoot staakte het gezaag in zijn steak en wees met zijn mes naar mij, kennelijk het object van enige frustratie. “Mijn rijkdom” als “witte” had ik te danken aan de slavernij en was verdiend over de rug van “zwarten”. Hij meende dat heel persoonlijk ook nog, alsof ik zelf nog aan het roer gestaan had van een slavenschip of met een een zweep slaven over de katoenvelden had gejaagd.

Ik had net een slok van mijn drankje genomen, van schrik kwam de cola light zo mijn neus weer uit en ik kan u vertellen dat er aangenamere ervaringen zijn. De ongemakkelijkheid, die me door de absurditeit van de zo opeens op mij gerichte woede overviel, staat me nog helder voor de geest.

Met datzelfde ongemak las ik de afgelopen week “Racisme: de witte is het probleem” van Marjan Boelsma en “Over framing in het Zwarte Pieten-debat” van Quinsy Gario. Beiden dichten heel wat kwalijke eigenschappen toe aan witte mensen. Witte mensen zijn de bron van alle kwaad, zo lijkt het, en ze kunnen geen goed meer doen. Witte medestanders zijn profiteurs met een reddercomplex. Witte mensen zijn neokolonialisten en hun beschaving is gebouwd op slavernij en kolonialisme. Vooral niet over de Arabische Afrikaanse slavenhandel, de Barbarijse slavenhandel of moderne slavernij beginnen want dan leid je af. Slavernij was een witte aangelegenheid en al dat naars ligt ingebed in die witte huidjes, die smet poets je daar nooit meer af.

Juist bij bevlogen deelnemers aan enig racismedebat verwachtte ik dat niet. Naïef van me. Het is zo contraproductief ook nog, al wat er bereikt wordt is dat beide partijen zich almaar verder terugtrekken in hun eigen stellingen.

Ik geraak daarnaast het idee ontzettend beu dat de zonden van de witte vaderen generaties lang op hun witte kinderen bezocht moeten worden.

Erfenis

Ik stam ook nog eens van mensen die na de Tweede Wereldoorlog met helemaal niets weer opnieuw begonnen zijn, zo moet u weten. Niet dat ze het voor die oorlog zo bijzonder goed hadden, mijn ene opa was slager en de ander musicus en fabrieksarbeider. Geen van beide familiegeschiedenissen is een bijzondere, trouwens. Geen grote namen, maar onbeduidende arbeiders. Geen slavenhalers of -eigenaren (gelukkig!), geen slavenbevrijders (helaas!), geen verzetsmensen (helaas!) en geen NSB-ers (gelukkig!) of jodenverraders (gelukkig!).

Mijn grootouders maakten allemaal het Bombardement op Rotterdam mee, in 1940. Het is hun generatie die in dat jaar de doden borg, de branden bluste, puin ruimde en dat jaar nog begon met de wederopbouw van Rotterdam.

Tijdens die oorlog werden ruim vijftigduizend mannen tijdens een grote razzia door de Duitsers weggevoerd om “te werk gesteld te worden” in Duitsland. Een van mijn opa’s ontsnapte uit Kamp Amersfoort. Tijdens de Hongerwinter kwam mijn vader ter wereld, toen de mensen van ellende al tulpenbollen aten.

Het Nederland van 1945 was geheel ontwricht. Gedurende de oorlog waren huizen, fabrieken, bruggen, wegen en spoorwegen beschadigd en vernield. De economie lag op zijn gat, er was een enorm tekort op de handelsbalans en men had de Hongerwinter nog in de benen.

De Nederlanders van toen stroopten de mouwen op en, met de zogeheten Marshallhulp, ruimden ze het puin en bouwden ze weer op. Ze werkten hard voor weinig loon en droegen daarmee bij aan een snel herstel van de Nederlandse economie. In de jaren ’50 al was Nederland onherkenbaar veranderd; het economieherstel was een feit, de welvaart nam toe en de verzorgingsstaat kreeg vorm. Als ik als individu mijn “rijkdom” al heb geërfd, dan is dat van mijn grootouders en hun generatiegenoten.

Let u daarbij wel: Met dit alles wil ik niets afdoen aan de zwartste bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis. De slavernij is daar wel een van de donkerste van, net als de politionele acties, hoe er werd omgegaan met de joodse landgenoten tijdens en na de oorlog en Srebrenica. Om maar een paar duistere zijstraten te noemen.

Ik laat me echter niet wijs maken dat ik daar persoonlijk debet aan ben, laat staan me indoctrineren dat ik daarom bij voorbaat op achterstand sta in ethische discussies, of daar zelfs van uitgesloten zou moeten worden.

Rot op met je erfzonde 

Daar komt bij dat ik niets hebben moet van het idee van een erfzonde. Misschien komt dat omdat ik een vrouw ben en daarom meer allergisch dan gemiddeld ben voor dat eigenaardige en ronduit boosaardige concept. De erfzonde, waardoor ieder mens en de vrouw in het bijzonder behept zou zijn met een zondige natuur, dankzij de zondeval van Adam en Eva.

En Adam is niet verleid geworden; 

Maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest. 

1 Timotheüs 2:8-14

  

Vrouwen hebben nogal te lijden gehad van dit idee. Het ligt ten grondslag aan het boosaardig archetype van het zondig, gevaarlijk, verleidend vrouwmensch. Eva werd een metafoor voor de zinnelijke zonde en daarmee werd de vrouw een zwak en zondig wezen en tegelijkertijd een gevaarlijke verleidster, die in toom gehouden en vooral bevoogd moest worden door de sterkere, zogenaamd rationele Adam.

Die erfzonde was een probaat middel om vrouwen in een ondergeschikte positie te manoeuvreren en hen te beknotten – in het openbaar leven, binnen de wet en in hun vrijheden en rechten. Een middel om hen het zwijgen op te leggen, waar vrouwen zich nog steeds aan moeten ontworstelen.

Zo zei Lilian Janse van Vlissingse SGP vorige maand nog:

“Een vrouw kan volgens de Bijbel nu eenmaal geen dominee, ouderling of diaken worden. We mogen ook niet aanzitten bij vergaderingen van de kerk.”

Als vrouwen inmiddels toch al iets bewezen hebben, dan is het wel dat ze in het geheel niet onderdoen voor mannen. Ook niet op het intellectuele vlak. En toch, en toch… worden ze nog altijd uitgesloten.

Rot op met die erfzonde. Ik ben niet in die nonsens van de eerste erfzonde getuind en wie denkt me met de tweede wel te kunnen vangen, die komt van een koude kermis thuis. Ik laat me niet uitsluiten, niet omdat ik een vrouw ben en ook niet omdat ik wit ben.

Vergeet ’t maar.

2 gedachtes over “De erfzonde van mijn witte huid

  1. Hear hear… Die Quicy kan me gestolen worden, die ziet nog racisme in een donkere nacht.

    Dat selectieve gejank over gebeurtenissen van eeuwen geleden waar ik he-le-maal niets aan bijgedragen heb, wil hij mij dat aanrekenen?

    Flikker op, het is een jankerige eikel, kijk, die uitspraak, die mag hij me aanrekenen. Niets meer, niets minder.

    Like

  2. Prachtig..
    Het was trouwens ook Adam die de BEWUSTE hap nam.
    Hij WIST ook dat het niet mocht.
    Ook al bood Eva de appel aan, ( en de slang bood deze aan eva aan)
    Dat zegt genoeg…
    jatognietdan?
    Eva had eigenlijk het verstand van Adam moeten zijn.
    Van Adam hoefde je niet te verwachten dat hij nadacht over de gevolgen.
    Adam kon zelf niet weigeren, of nadenken of het wel o.k was.
    Schijnbaar was Eva ook niet de eerste vrouw van Adam.
    Joodse mythen.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Lilith_(mythologie)
    Adam was door God al verwend.
    God was te moe, had al hard gewerkt toen hij de verveelde en verwende manmens schepte.
    Ontevreden in zijn paradijs.
    En heeft er ook spijt van dat de mens zijn aarde met creaties zo om zeep helpt.

    Tja, Erfzonde..
    De kinderen van Tjernobyl zijn wel een erfenis,of offer van de techniek, of iets dergelijks, in die zin klopt het.
    Familieverleden van je voorouders kunnen wel reflecteren op hun nageslacht.
    Maar het nageslacht is niet verantwoordelijk voor de goede/slechte keuzes van hun voorouders.

    Qua gruwelijke massamoorden en andere gruwelijkheden zijn het meestal toch mannen die ervoor verantwoordelijk zijn.
    Elke man zou zich daarom ook diep heel moeten schamen.. daarvoor?
    (! )
    Iedereen zou gelijk moeten zijn.
    Qua waarde per persoon blijkt dat mensenhandel eigenlijk nooit is gestopt.
    Arbeiders uitbuiten, mensen smokkelen, prostitutie.
    Zolang het maar geld oplevert zal het ook niet weggaan.
    De 'slavenschepen' zijn nu de schepen van de vluchtelingen.
    De slavenhandelaren noemen we nu 'loverboys'..
    Het is allemaal de schuld van de vrouw..
    Zonder de vrouw was de mensheid al dood.

    Maar goed.. Adam en Eva konden hun kinderen ook niet goed opvoeden, gezien de Bijbelse beschrijvingen.
    En nu zitten we ermee..

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s