Marga Klompé

Op 13 oktober 1956 werd Marga Klompé de eerste vrouwelijke minister van Nederland, in het kabinet Cals. Morgen dus op de kop af 58 jaar geleden. Ze bekleedde de post van minister van Maatschappelijk Werk. Marga Klompé was daarnaast ook de eerste vrouwelijke Nederlandse afgevaardigde binnen het Europese Parlement. In 1971 werd zij benoemd tot Minister van Staat, opnieuw als eerste vrouw.

Marga Klompé werd op 16 augustus 1912 geboren te Arnhem. Ze was buitengewoon intelligent, energiek, nuchter, plichtsgetrouw. Ze was doortastend, bezat een uitstekend analytisch vermogen en was steevast de slimste van de klas op de HBS-B.

Ze studeerde scheikunde en promoveerde in de wis- en natuurkunde. Daarna begon ze nog aan een studie geneeskunde, die ze na het behalen van haar propedeuse af moest breken omdat de universiteit als gevolg van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog gesloten werd. Dat moet haar erg hebben verdroten, Marga Klompé droomde ervan huisarts te worden. Ze viel terug op haar studie scheikunde en van 1932 tot 1949 was ze, naar verluid evengoed met buitengewoon veel plezier, lerares scheikunde.

Klompé, die van huis uit een christelijke apologetische opvoeding genoten had, kwam door al hetgeen zij tijdens haar studie leerde rond haar twintigste levensjaar in een geloofscrisis terecht. Als gevolg daarvan heeft zij een paar jaar buiten de kerk geleefd, maar ze hervond haar geloof in de mystiek van het katholicisme. Ze moet diepgelovig uit haar geloofscrisis zijn gekomen, waarbij ze een blijvend respect voor andere vormen van geloofsbeleving opdeed.

De Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Marga Klompé actief in het verzet. Ze was koerierster en was lid van het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers. In die hoedanigheid is ze, bij de inval van de Duitsers in 1940, bij de gevechten op de Grebbeberg geweest waar ze gewonden verpleegde. In 1943 werd zij vice-presidente van de Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers en dat zou ze tot 1953 blijven. Tijdens de evacuatie van Arnhem, die door de Duitse Wehrmacht gegeven op 23 september 1944 werd bevolen heeft Marga Klompé een actieve rol gespeeld.

Daarna moest zij onderduiken, onder de schuilnaam Truus ter Aken verbleef ze eerst in Otterloo en daarna in Apeldoorn. Toen Arnhem eenmaal was bevrijd, ijverde ze met de Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers op het weer op gang brengen van het openbare leven. Ze werd meteen in mei 1945 lid van de Nederlandse Volksbeweging en later van de Katholieke Volkspartij (KVP).

Politiek leven

Naast de Tweede Wereldoorlog, die haar gehard heeft, waren ook de verkiezingen van 1946 een keerpunt in het leven van Marga Klompé. Er belandde geen enkele katholieke vrouw in de Tweede Kamer, tot ergernis van Marga Klompé die de stelligste overtuiging had dat vrouwen even geschikt zijn als mannen voor eender welke functie dan ook. Die rotsvaste overtuiging zou haar verdere politieke loopbaan mede bepalen. Samen met studievriendin Wally van Lanschot richtte Klompé derhalve in 1947 het Roomsch Katholiek Vrouwendispuut op.

In 1947 reisde Marga Klompé af naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, als lid van de Nederlandse delegatie. Daarbij liep ze in de kijker van een aantal van haar katholieke collegae, het Tweede-Kamerlid E.M.J.A. Sassen en het Eerste-Kamerlid prof. L.J.C. Beaufort, die haar voortvarend onder druk zetten om zich verkiesbaar te stellen voor de Tweede Kamer.

Ze moet daar niet al te veel animo voor gehad hebben, want ze koos voor een onverkiesbare plaats bij de verkiezingen van 1948. Dat heeft haar niet veel geholpen, op 12 oktober dat jaar werd haar gevraagd het Tweede Kamerlid Sassen te vervangen, omdat die tot minister van Overzeese Gebiedsdelen werd benoemd. Binnen de KVP-fractie kreeg Marga Klompé de verantwoordelijkheid over het buitenlands beleid.

Marga Klompé ontpopte zich als een bevlogen politicus en werd beroemd en berucht om haar soms koppige standvastigheid. Ze schroomde niet rake oordelen uit te spreken. Ze was een van de weinigen binnen de fractie de degens durfde kruisen met voorzitter C.P.M. Romme. Als Tweede Kamerlid hield ze zich voornamelijk bezig met Europese zaken, maar later ook met maatschappelijk werk en hoger onderwijs.

Rechtsgelijkheid voor vrouwen

In 1955 diende Corry Tendeloo een motie in tegen het Koninklijk Besluit, dat gehuwde vrouwen verbood bij de overheid werkzaam te zijn. Tot die tijd was het de normaalste zaak van de wereld dat een vrouw simpelweg verplicht was ontslag te nemen op het moment dat zij huwde. Met het aangaan van een huwelijk verloren vrouwen ook nog eens hun handelingsbekwaamheid – in wettelijke zin.

“De Kamer, gehoord de besprekingen over het KB van 13 september 1955, van oordeel, dat het hier niet op de weg van de Staat ligt de arbeid van de gehuwde vrouw te verbieden, nodigt de Regering uit de hiermee strijdende voorschriften te herzien.” 

Marga Klompé steunde de motie-Tendeloo, in tegenstelling tot de meerderheid van haar fractie. Een jaar later, tijdens het kabinet-Drees III, zou de handelingsonbekwaamheid voor vrouwen afgeschaft worden.

Eveneens in 1955 stemde Marga Klompé tegen een (uiteindelijk met een krappe meerderheid verworpen) amendement-Stokman, dat de gemeenteraad de bevoegdheid moest geven kleuterleidsters te ontslaan wanneer ze in het huwelijk traden. De meerderheid van haar fractie stemde voor, maar mevrouw Klompé hield opnieuw voet bij stuk.

Ministerschap

Op 13 oktober 1956 werd Marga Klompé dus minister van Maatschappelijk Werk, een relatief klein departement dat net vier jaar oud was. Zowel de minister als haar departement ondervonden geregeld aanzienlijke weerstand van zowel de Tweede Kamer als het kabinet.

Klompé geloofde ten stelligste in particuliere initiatieven maar vond ook dat een overheid rigoureus ingrijpen moest wanneer die faalden. Haar Wet op de bejaardenoorden uit 1963 en de Algemene Bijstandswet uit datzelfde jaar zijn daar schoolvoorbeelden van. Daarmee is zij een van de grondlegsters van de verzorgingsstaat.

Een voortzetting van het ministerschap zag mevrouw Klompé niet zitten en op 24 juli 1963 droeg zij haar portefeuille over, om terug te keren in de Tweede Kamer. In 1966, tijdens de ‘Nacht van Schmelzer’ deed ze mee met de stemming die het kabinet Cals deed sneuvelen. Ze stemde met pijn in het hart tegen J.M.L.Th. Cals, waarmee zij in de loop van de jaren innig bevriend was. Het belang van haart partij liet ze daarbij prevaleren.

De opvolger van meneer Cals, J. Zijlstra, vroeg Marga Klompé haar oude departement nog eenmaal op zich te nemen, voor de duur van een paar maanden. Het was inmiddels omgevormd tot het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM). Marga Klompé zwichtte en werd opnieuw minister.

Ze werd in 1967 door haar fractie naar voren geschoven als mogelijke minister-president, maar daar vond ze zichzelf niet geschikt voor. Tijdens het kabinet-De Jong werd zij opnieuw gevraagd aan te blijven als minister en dat deed ze.

In 1971 staakte Marga Klompé haar politieke activiteiten. Datzelfde jaar, en wel op 17 juli, werd ze geëerd met de eretitel van minister van Staat. Ze was de eerste vrouw die deze eer te beurt viel.

Ze mocht dan niet meer actief zijn in de politiek, stilzitten deed Marga Klompé niet. Ze wijdde zich aan kerkelijk werk, als adviseur en bestuurslid van verschillende commissies en organisaties.

Halverwege de jaren tachtig werd Marga Klompé ziek, maar ze bleef doorwerken. Ze overleed op 28 oktober 1986, in Den Haag. Ze werd gecremeerd en haar as werd uitgestrooid over de wateren van de Noordzee.

Marga Klompé was een politiek zwaargewicht, bevlogen en welbespraakt. Zij wordt herinnerd om haar inzet ter bevordering van de mensenrechten en vrede, sociaal welzijn en de internationale sociale verantwoordelijkheid. Daar wil ik emancipatie graag nog aan toevoegen.

Zij is een van mijn Grote Vrouwen. Morgen is de verjaardag van haar aantreden als eerste vrouwelijke minister van Nederland.

2 gedachtes over “Marga Klompé

  1. Nederlandse vrouwen die toch zeker van belang waren voor de ontwikkeling van Nederland.
    Eigenlijk is het nog niet eens zo lang geleden dat vrouwen 'handelsbekwaam' werden geacht.
    Ook kinderporno is nog niet zo lang strafbaar.
    Pas sinds1984, daarvoor was het legaal te koop.
    Dankzij de feministen hebben kinderen nu recht op bescherming van hun lichaam.
    Dus het is nog niet vanzelfsprekend dat er recht is op zelfbeschikking van lijf en leden.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s