Dierendag, waarop we de Nederlandse samenleving de maat nemen

“The greatness of a nation and its moral progress can be judged by the way its animals are treated.”  

Mahatma Gandhi (1869-1948)


Vandaag is het Werelddierendag. Natuurlijk, mijn kattentrio heb ik vandaag extra verwend want zo sentimenteel ben ik wel. Dierendag gaat echter helemaal niet om hen en al helemaal niet om een extra lekkere snack. Ik ben beginnend gek kattenvrouwtje en voor mijn drietal is elke dag Dierendag. Ze leiden een leven als een luis op een zeer hoofd. 
Mijn twee meest recente aanwinsten komen uit een asiel. Daar kwamen ze als kittens al terecht, omdat ze bij een of andere druiloor in beslag genomen werden. Verwaarloosd en bang. Wat die druiloor met ze heeft gedaan weet ik niet, dat wil ik ook niet weten, maar het was in elk geval van zo’n aard dat ze hun angst voor mensen nooit helemaal kwijt zijn geraakt. 
Werelddierendag gaat om de dieren die het niet goed hebben. En dus gaat Dierendag eigenlijk om ons, mensen. Volgens Gandhi is er een direct verband tussen respect in een samenleving en de manier waarop er in die samenleving met dieren wordt omgegaan. Dieren zijn, naast kinderen, de meest kwetsbaren op deez’ aardkloot en wie daar met mededogen omgaat zal ook (meer) mededogen hebben voor zijn medemens. Daarmee zou zelfs de kans op een geweldloze samenleving toenemen.
Ik ben ervan overtuigd dat Gandhi gelijk had. De wreedheid waarmee mensen met dieren omgaan is een maatstaf voor hoe ze met elkaar omgaan. Erger, uit onderzoek bleek al dat mensen die dieren willen en kunnen mishandelen eerder geneigd zijn dat ook met mensen te doen. Dierenkwelling is een indicator voor psychosociale afwijkingen. 
Goed. Terug naar the bigger picture. Hoe zit het met de Nederlandse samenleving? 

Huisdieren

Dat asiel waar ik die twee katten vandaan heb was tot de nok gevuld met dieren die door mensen om een of andere reden in huis gehaald werden, maar al snel boventallig verklaard werden. Katten, kittens en vooral veel blaffende honden in stalen kooien. Honden van voornamelijk het stoere type, ook dat nog. Zo’n ogenschijnlijke vechtjas op pootjes. Mateloos populair, maar kennelijk wel met een erg beperkte houdbaarheidsdatum. Wanneer dat o zo stoere baasje dan op zijn o zo stoere hond is uitgekeken, of hem niet meer aankan bij gebrek aan opvoeding, dan mogen de mensen van het asiel ervoor gaan zorgen.
Het is ironisch, maar ondanks het gegeven dat de asielen in Nederland overvol zitten worden er nog altijd in ruime mate huisdieren gefokt. Daar is veel geld mee gemoeid, er is zelfs een wijdverbreide malafide hondenhandel, en veel dierenleed. Het uiterlijk van onze huisdieren is aan onze modegrillen onderhevig en een beetje broodfokker gaat daar tot in het extreme in mee. Daarom lopen er hondjes rond met te kleine schedeltjes, waardoor ze van die grappige uitpuilende ogen én permanent hoofdpijn hebben. Het andere uiterste kennen we ook, waarbij de schedels van pups standaard te groot zijn om door het geboortekanaal van de moeder te passen. We fokken honden en katten met zulke korte, platte neuzen dat ze nauwelijks adem kunnen halen en moeite hebben met eten en drinken. 
Als ze maar leuk bij je handtasje passen, nietwaar. 
Hobbypaarden, kuddedieren bij uitstek, staan in hun eentje op stal te verpieteren. Ook konijnen leven vaak een eenzaam bestaan in een te klein hok. Gewoon omdat mensen in een impuls een dier aanschaffen en eigenlijk geen idee hebben wat daar allemaal bij komt kijken. 
De Dierenpolitie heeft het er maar druk mee. 

Dierproeven

U heeft vast de ophef over die schattige Labradors niet gemist, waar de Universiteit van Maastricht erg pijnlijke dierproeven op zal gaan doen. Ze “mogen” pacemakers testen en er zal zes weken lang opzettelijk hartfalen bij de dieren opgewekt worden. Negenendertig van die schattige hondjes, waarvan 30% naar verwachting al tijdens het experiment zal bezwijken. 
Nu zijn die Labradors erg aaibaar en dat zal ook deels verklaren waarom er zo veel te doen is om hun lot. In Nederland worden jaarlijks zo’n half miljoen dieren als proefdier gebruikt. Niet alleen voor medisch of anderszins wetenschappelijk onderzoek, maar ook om huishoudelijke producten en voedseladditieven op veiligheid te testen.  

In Nederland worden jaarlijks tussen de 500.000 en 600.000 dieren gebruikt in wetenschappelijk onderzoek en wettelijk voorgeschreven tests. De meeste experimenten worden gedaan op muizen en ratten, maar ook andere diersoorten, zoals cavia’s, konijnen, kippen, honden, katten, paarden, schapen, geiten, varkens, runderen, apen, vogels, vissen, en amfibieën worden ingezet. 

Om en nabij een half miljoen per jaar. Ontstellend hè?  

Productiedieren

Onze dekbedden zijn nog vaak van dons dat nog altijd van levende ganzen wordt geplukt. Onze angora truitjes, petjes en sjaaltjes bleken niet zelden gemaakt van de wol van konijnen die ook levend geplukt worden. Kunt u zich dat filmpje nog herinneren met dat krijsende angorakonijn? Er worden ook nog altijd kwasten en penselen van echt dierenhaar verkocht en gebruikt, ook al zijn er prima synthetische alternatieven. 
Sinds het ingaan van de Wet verbod pelsdierhouderij op 15 januari vorig jaar mogen er geen nieuwe pelsdierhouderijen bijkomen. In Nederland gaat het dan om nertsen. Die wet lijkt positief, maar er zit een addertje onder het gras: Bestaande nertsenhouderijen mogen, onder halfslachtige voorwaarden, toch nog tot 1 januari 2024 blijven voortbestaan. 
Nederland is befaamd om haar kaas. Er zijn 2,8 miljoen melkkoeien in Nederland. Van deze dieren staat 30% altijd op stal. De kalveren worden direct na de geboorte bij het moederdier weggehaald. 
We eten graag te veel en vooral goedkoop vlees en dat levert dieronterende toestanden op in de bio-industrie en bij het vervoeren van levend slachtvee. Nederland heeft dan ook enorme aantallen vee, alleen al twaalf miljoen varkens. De huisvesting van zo veel dieren is problematisch, op zijn zachtst gezegd. De legbatterij is dan wel verboden, maar de megastallen worden de grond uit gestampt. 
We hebben, alleen op televisie al, uitgebreid kunnen zien hoe het bloed uit vee vervoerende vrachtwagens liep, hoe de “plofkip” aan haar naam komt, hoe kippen de snavel en biggen de staart wordt afgeknipt, hoe koeien onverdoofd onthoornd worden en te lijden hebben van ontstekingen aan hoeven en uiers. We hebben de dierenlijken in grote grijpers zien hangen nadat er weer eens op grote schaal een dierziekte uitbrak, omdat we ons vee op grote schaal en dicht op elkaar willen houden en omwille van de export weigeren ze in te enten. 
Het slachtvee dat dubbel pech heeft wordt dan ook nog eens ritueel en dus liefst onbedwelmd geslacht. De voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde wees er al eens op dat schapen en runderen “soms pas tot vier minuten na de halssnede sterven”. Dat zijn vier hele lange minuten om onbedwelmd en dus bij bewustzijn mee te maken en dat terwijl onverdoofd slachten in dit land feitelijk bij wet verboden is. 
Behalve wanneer religie extra dierenleed voorschrijft, dan wordt er netjes een uitzondering op die wet gemaakt. De ironie wil dat deze Werelddierendag samenvalt met het islamitisch Offerfeest
Dierenbeschermers hebben wel gevraagd om geen dieren te slachten vandaag, maar het Contactorgaan Moslims en Overheid was niet van zins om op die oproep in te gaan: “Geld schenken aan arme mensen is een belangrijk ritueel tijdens het offerfeest, maar een dier offeren ook. Dat blijven we dus stimuleren”, aldus woordvoerder en imam Yassin Elforkani. “Met het geld dat moslims doneren tijdens het offerfeest, worden bovendien in arme landen dieren gekocht om te offeren. Wat dat betreft slaan de dierenrechtenorganisaties de plank dus mis. Qua dierenleed kunnen we elkaar echter vinden. Als een dier heeft geleden, mag je zijn dood geen offer noemen”.
O, ironie.

Dierentuindieren, circusdieren en dieren in dolfinaria

Dierentuinen zijn wettelijk verplicht de door hen gehouden dieren afdoende ruimte te bieden zodat deze hun natuurlijk gedrag kunnen vertonen en hun natuurlijk leefstijl kunnen uitoefenen. De gravers moeten kunnen graven, de klimmers moeten kunnen klimmen en de zwemmers moeten kunnen zwemmen. Kuddedieren mogen dus niet alleen staan.  
Zo veel geluk hebben circusdieren niet. Vooral aan het welzijn van wilde dieren in reizende circussen schort het nodige. Te kleine verblijven waarin de dieren veel te lang moeten verblijven, olifanten die het overgrote deel van de dag aan de ketting staan en giraffen die liggen vervoerd worden omdat ze anders niet onder viaducten passen. Van de zotte natuurlijk en dat voor wat “amusement”. Ons kabinet wil circussen wel verbieden om nog langer wilde dieren te gebruiken, maar die plannen zijn alles behalve concreet.
Een dolfinarium is maar een pierenbadje voor een zeezoogdier dat geboren is voor het open water. Orka’s en dolfijnen leggen in het wild enorme afstanden af. Vooral dolfijnen zijn intelligent, sociaal en zelfbewust. Juist dit intelligente wezen sluiten we op in een zwembadje, waar het ons met kunstjes vermaken moet. Ons “eigen” dolfinarium Harderwijk, het grootste zeezoogdierenpark van Europa, kocht in het verleden dolfijnen, die in de beruchte bloedbaai van Taiji gevangen werden. Een aantal van hun dolfijnen, inmiddels hoogbejaard, zwom ooit in de oceaan. 

Wilde dieren

Met wilde dieren hebben we in Nederland een bijzondere verhouding. We steggelen wat af over waar dat wild nog wonen mag, over bijvoeren in schrale winters en afschot van overschot. Er zijn zelfs mensen die er louter voor het plezier op jagen en daar word ik altijd een beetje ongerust van. Dieren doden voor de lol, nogmaals, dat zegt wat over iemands psychische gezondheid. 
Dat jagen, dat mag op sommige dieren wel en op sommige dieren niet. Voor de dieren die bejaagd mogen worden geldt een jachtseizoen. Jagen mag niet ’s nachts en niet op reeds uitgeputte dieren, want dat is niet “sportief”. 
Ook op zondag, nieuwjaarsdag, tweede paas- en pinksterdag, beide kerstdagen en Hemelvaartsdag mag er net gejaagd worden, het wild is kennelijk op haar zondagsrust gesteld. 
Dat is al met al niet zo’n fraaie stand van zaken, nietwaar? Daar staan we dan, op het oog een van de beschaafdste landen ter wereld, met ons goeie fatsoen. 
Nog een fijne Dierendag hoor. 

Een gedachte over “Dierendag, waarop we de Nederlandse samenleving de maat nemen

  1. Ik vraag me af hoeveel konijnen daadwerkelijk oud worden.
    Zelf heb ik er ook 1 die al op leeftijd is,en ook nog steeds rond rent.
    Buurkinderen lopen trots met hun nieuwe hond of laten hun nieuwe huisdier trots zien, maar een jaar later blijkt dat de nieuwe aanwinst ineens weg is.
    Ouders moeten bij aanschaf ook bereid zijn om ook zorg te dragen voor de nieuwe aanwinst.
    Zo hoorde ik van een konijn dat verhongerd is omdat de kinderen er bang voor waren en de ouders vonden dat het hun zorg niet was.De kinderen hadden beloofd er voor te zorgen..
    Er is veel leed in liefhebbend Nederland.
    Onkunde, maar ook onwil.
    Maar goed.. een halfdode muis waar mijn kat mee speelt, maak ik ook niet af.
    Terwijl het toch zielig is om deze te laten lijden.
    Jagers..
    Ja.. laatst was er een hobbyjager die mij vertelde geen liefhebber van roofvogels te zijn.
    Toch vond dat hij een belangrijke rol had in de wildstand.
    Fazanten ( uitgezet of wild)vormen geen bedreiging, maar op de menukaart zijn ze gewild.
    Roofvogels daar in tegen jagen ook op muizen en ratten.
    Zonder de roofdieren zouden we deze knagers fors in aantal toenemen.
    ( met alle gevolgen van dien)
    De natuur kan goed zonder de mens, andersom hebben wij de natuur hard nodig.
    Ik heb het geluk dat ik best wel in een groene grensgebied woon
    En ook nog koeien buiten zie staan.
    ( alhoewel dat minder wordt)
    En ik moet ook bekennen dat we als kinderen ook langpoten de poten uittrokken.
    Niet zozeer uit sadisme, maar omdat de poten er snel afvielen.
    en we dat schijnbaar interessant of vermakelijk vonden.
    Ook eet ik vlees, niet veel, maar als ik zelf zou moeten slachten, dan zou ik het mogelijk niet meer eten.
    Ik denk ook dat veel dierenleed te voorkomen is door minder met slachtvee te slepen.
    De koeien die ik in de wei zie, komen mogelijk niet eens op mijn bord.
    Voedsel in de supermarkt heeft vaak verder gereisd dan ik.
    Schijnbaar goedkoper..of ziet er mooier uit?
    Eigenlijk zou voedsel in de regio moeten blijven waar het vandaan komt.
    Scheelt leed, tussenhandel, en geknoei,en je hebt er meer zicht op.
    Tuurlijk is Nederland ook niet een land wat vrij is aan dierenleed.
    En het zou ook effectief praktischer kunnen in mijn mening.
    Echte verse groente is ook veel lekkerder, maar ook aan de prijs.
    Ik kan er niet bij dat (verse) boontjes uit Ethiopië goedkoper is dan uit de regio..
    Of dat er vooral Argentijnse koeien in het koelvak liggen..

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s