Anne Finch

Anne Finch, Gravin van Winchilsea, is een van mijn favoriete herontdekte dichteressen.

Ze werd in 1661 geboren als Anne Kingsmill in Westminster, Middlesex. Haar vader Sir William Kingsmill of Sidmonton stierf toen ze net vijf maanden oud was. Haar moeder hertrouwde in 1662 met Sir Thomas Ogle en werd zo Lady Ogle. In 1664 stierf ook Lady Ogle.

Van Anne’s jeugd weten we verder niets. Ze duikt pas in 1683 weer op in de geschiedenis en ze is dan hofdame van Mary van Modena, hertogin van York en de echtgenote van koning Jacobus II. Aan het hof ontmoette ze kolonel en hoveling Heneage Finch, met wie ze in het huwelijksbootje stapte. Heneage Finch werd in 1683 Graaf van Winchilsea.

Anne bleek al vroeg een literair talent. Misschien een tikkeltje te melancholisch naar mijn smaak, maar ze was ontegenzeggelijk een begenadigde dichter. Niet alleen schreef ze haar Heneage prachtige liefdesgedichten, ze schreef ook satire, fabels, pamfletten en poëzie over de natuur, haar persoonlijke ervaringen en gevoelens, haar religieuze overtuigingen, de troon en politiek. Ze kon behoorlijk uit de hoek komen, zal ik maar zeggen – en daar hou ik van.

Anne Finch was een uitermate fel tegenstander van het atheïsme. Het werk The Free-Thinkers. A poem in dialoguedat doorgaans aan Anne Finch wordt toegeschreven druipt van de aversie.

Soit, dat vergeef ik haar.  Ik hoef het ook zeker niet met haar eens te zijn om haar schrijven te waarderen.

Anne en Heneage Finch kwamen in de problemen toen de katholieke koning Jacobus II in 1688 werd afgezet en de kolonel weigerde steun te verlenen aan William en Mary. Dat betekende het einde van het verblijf van de Finches aan het hof, hetgeen vooral Anne erg heeft verdroten. Ze werden effectief verbannen van het hof en het politiek strijdtoneel en namen hun intrek op het landgoed van de familie Finch, waar ze meer dan twintig jaar verbleven.

In 1701 werden haar eerste gedichten gepubliceerd. Twaalf jaar later verscheen haar gedichtenbundel Miscellany Poems. Daarmee is ze een van de eerste vrouwelijke dichters wiens werk in druk verscheen. Ze werd, als vrouw en aristocrate, in het geheel niet serieus genomen en ze verdween ze ook onmiddellijk weer in de vergetelheid.

Totdat niemand minder dan William Wordsworth Anne’s natuurpoëzie prees en hij haar Nocturnal Reverie zelfs opnam in een van zijn essays.

Anne Finch stierf op 5 augustus 1720.

A Nocturnal Reverie


In such a night, when every louder wind 

Is to its distant cavern safe confined; 

And only gentle Zephyr fans his wings, 

And lonely Philomel, still waking, sings; 

Or from some tree, famed for the owl’s delight, 

She, hollowing clear, directs the wand’rer right: 

In such a night, when passing clouds give place, 

Or thinly veil the heav’ns’ mysterious face; 

When in some river, overhung with green, 

The waving moon and the trembling leaves are seen; 

When freshened grass now bears itself upright, 

And makes cool banks to pleasing rest invite, 

Whence springs the woodbind, and the bramble-rose, 

And where the sleepy cowslip sheltered grows; 

Whilst now a paler hue the foxglove takes, 

Yet checkers still with red the dusky brakes 

When scatter’d glow-worms, but in twilight fine, 

Shew trivial beauties, watch their hour to shine; 

Whilst Salisb’ry stands the test of every light, 

In perfect charms, and perfect virtue bright: 

When odors, which declined repelling day, 

Through temp’rate air uninterrupted stray; 

When darkened groves their softest shadows wear, 

And falling waters we distinctly hear; 

When through the gloom more venerable shows 

Some ancient fabric, awful in repose, 

While sunburnt hills their swarthy looks conceal, 

And swelling haycocks thicken up the vale: 

When the loosed horse now, as his pasture leads, 

Comes slowly grazing through th’ adjoining meads, 

Whose stealing pace, and lengthened shade we fear, 

Till torn-up forage in his teeth we hear: 

When nibbling sheep at large pursue their food, 

And unmolested kine rechew the cud; 

When curlews cry beneath the village walls, 

And to her straggling brood the partridge calls; 

Their shortlived jubilee the creatures keep, 

Which but endures, whilst tyrant man does sleep; 

When a sedate content the spirit feels, 

And no fierce light disturbs, whilst it reveals; 

But silent musings urge the mind to seek 

Something, too high for syllables to speak; 

Till the free soul to a composedness charmed, 

Finding the elements of rage disarmed, 

O’er all below a solemn quiet grown, 

Joys in th’ inferior world, and thinks it like her own: 

In such a night let me abroad remain, 

Till morning breaks, and all’s confused again; 

Our cares, our toils, our clamors are renewed, 

Or pleasures, seldom reached, again pursued.

Anne Finch

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s