"Mongool, ik ben aan het werk, laat mij mijn werk doen"

Op 11 augustus 2012 reed de Soedanese mevrouw C. in haar rode Renault Mégane naar de Amsterdamse Bijlmer. Naast haar zat haar zwangere vriendin en achter haar zat haar 2-jarige zoontje in zijn kinderzitje.

Op de IJdoornlaan klapte een grijze Ford Galaxy bovenop de auto van de dames. De twee vrouwen raakten gewond. Mevrouw C. hoorde haar zoontje huilen, stapte uit om hem uit de auto te halen en voelde zich vervolgens onwel worden.

Meneer S., die achter de auto van de dames reed, zag het ongeval gebeuren. Hij stapte uit om te gaan helpen en belde 112. Hulpverleners, politie en ambulance, kwamen gevoeglijk ter plaatse. Bij het eerste contact tussen meneer S. en de verpleegkundige van de ambulancedienst ging het echter direct al mis.

Reconstructie van een rel

Er ontstond verwarring tussen beiden toen de verpleegkundige van meneer S. wilde weten of de aanwezige peuter in de auto had gezeten tijdens de aanrijding. Meneer S. raakte geëmotioneerd en geïrriteerd door de vragen van de verpleegkundige en voelde zich “niet serieus genomen en afgewimpeld”. Volgens de verpleegkundige reageerde meneer S. vervolgens verbaal agressief en bedreigend. Meneer S. beet de hulpverlener toe dat deze “zijn werk moest doen”. De verpleegkundige, door de wol geverfd, liet dat voor wat het was.

De ambulancechauffeur had ondertussen een barst in de ruit aan de passagierszijde van de Mégane gezien en maakte daaruit op dat degene die daar gezeten had, de zwangere mevrouw dus, wel nekletsel hebben moest. Hij gaf deze informatie door aan zijn collega en ze besloten dat de dame in kwestie zo snel mogelijk naar het ziekenhuis vervoerd diende te worden.

“Waar bemoei jij je mee?” 

Om mevrouw C. te kunnen helpen vroeg de verpleegkundige vervolgens omstanders even uit de weg te gaan. Mevrouw C. was op dat moment haar familie aan het bellen en haar vroeg hij om haar mobiele telefoon weg te doen.

Dat zinde Meneer S. kennelijk niet. De ambulancechauffeur hoorde meneer S. tegen zijn collega schreeuwen: “Waar bemoei jij je mee? Die mevrouw heeft gewoon het recht om te bellen. Laar haar toch lekker bellen.”  De chauffeur ziet zijn collega geschrokken van het tafereel weglopen.

Wanneer de politie de chauffeur van de grijze Ford aan het ondervragen is blijkt meneer S. zich ook niet in hun aanpak te kunnen vinden. Hij riep: “Jullie moeten hem aanhouden man! Hij zat fout! Ik ben getuige!” Meneer S. was op dat moment in gezelschap van twee andere mannen en had de peuter van mevrouw C. op zijn arm. De agent probeerde hen te kalmeren en vroeg hen afstand te nemen.

Hulpverleners hebben nu eenmaal ruimte nodig om hun werk te doen.

“Zou u rustig willen zijn?”

Beide ambulancebroeders waren op dat moment bezig de zwangere vrouw op een wervelplank te leggen en de chauffeur had door het geschreeuw moeite zich op die taak te concentreren. Hij maakte zich zorgen over de toenemende agressie en grimmigheid om zich heen. Hij liep op meneer S. af, legde een hand op diens bovenarm en zei naar eigen zeggen: “Meneer, die dames hebben recht op snelle hulpverlening. Wij willen ze zo snel mogelijk naar het ziekenhuis brengen, gezien de klap. Zou u rustig willen zijn? Dan kunnen wij ons werk doen. Het leidt te veel af, het zweept op.” 

Meneer S. zou daar later anders over verklaren. Volgens hem duwde de ambulancechauffeur hem weg en gaf deze hem met vlakke hand een duw tegen het bovenlijf. Volgens beider lezing begon meneer S. te schreeuwen dat de broeder van hem af moest blijven.

De situatie escaleerde gestaag verder. Een cameraman van AT5 wist een en ander vast te leggen. Op de plaats van het ongeluk was het dan al een drukte van belang. Familie van de slachtoffers was ter plaatse gekomen, het was rumoerig. Zo rumoerig zelfs dat de bemanning van een tweede ter plaatse gekomen ambulance besloot niet aan het werk te gaan omdat ze de situatie niet veilig vonden. Ze vonden het geen gezond idee in die omstandigheden aan het werk toe moeten, zo met hun rug naar al die agressievelingen gekeerd.

De politie vroeg de bemoeizuchtige omstanders meerdere keren te vertrekken, maar dat weigerden ze. Een van de agenten sommeerde de ambulancechauffeur zich met de gewonden te bemoeien en niet met de bemoeials.

Vlam in de pan

De ambulancechauffeur begon zich zo langzamerhand vreselijk zorgen te maken over het zwangere slachtoffer en haar ongeboren kind. Het “planken” duurde volgens hem veel te lang. Hij besloot opnieuw te proberen meneer S. te kalmeren en stapte weer op hem af met het verzoek “normaal te doen”. Meneer S. beet hem toe dat hij zelf normaal moest doen, gaf de nog altijd op zijn arm gezeten peuter aan een andere omstander door en vloog op de chauffeur af. Omstanders grepen in, zo ook een agente. Meneer S. raakte verder overstuur en moest door twee motoragenten vastgehouden worden. Hij vertelde hen dan de ambulancebroeder hem heeft weggeduwd, wees deze aan en vervolgens moet de broeder boos op meneer S. zijn afgestormd.

Het komt tot een luidruchtig en chaotisch handgemeen, waarover de lezingen verschillen. Volgens de een valt meneer S. de ambulancechauffeur aan en weert de hulpverlener hem af, volgens de ander grijpt de ambulancebroeder meneer S. juist bij de keel. Daarnaast zou de ambulancechauffeur “Mongool, ik ben aan het werk, laat mij mijn werk doen” hebben geroepen.

Op het filmpje van AT5 is in elk geval te zien hoe meneer S., brullend als een dolle stier en met aan elke arm een motoragent, op de broeder afgaat. Agenten springen ertussen en meneer S. wordt naar de grond gewerkt, waarbij zijn patellapees afscheurt. Liggend op het asfalt brult hij “Mijn knie, mijn knie, mijn knie!” De ironie wil dat hij met een ambulance moest worden afgevoerd.

Een tweede vechtlustige bemoeial, een man van 32 jaar, werd aangehouden op verdenking van verstoring van de openbare orde en het belemmeren van het ambulancepersoneel. Zowel meneer S. als de ambulancechauffeur deden aangifte, tegen elkaar en meneer S. ook nog tegen de politie.

Rechtszaak

De ambulancechauffeur heet Jeroen N. Eergisteren stond hij voor de rechter en hoorde het OM een voorwaardelijk taakstraf van twintig uur eisen met een proeftijd van twee jaar. Jeroen N. beriep zich op noodweer. Rechtbankverslaggeefster Saskia Belleman was erbij.

Officier van Justitie Rob Kloos: “De omstanders hebben zich niet te bemoeien met wat daar gaande is en de ambulancemedewerkers en de politie moeten in de gelegenheid worden gesteld om in een veilige werkomgeving hun werk te doen.” Justitie moet voorgesteld hebben de zaak middels mediation uit te praten, maar Jeroen N. heeft de zaak alsnog voor laten komen. Hij verscheen in zijn werkkleding.

Meneer Kloos vindt de gedragingen van Jeroen N. toch “strafwaardig”. Er waren zoveel politiemensen ter plaatse dat de officier meent dat Jeroen N. niet hoefde te vrezen voor zijn veiligheid. De advocate van Jeroen N. verweet op haar beurt de aanwezige politieagenten een gebrek aan daadkracht.

Tijdens de rechtszaak bleek Jeroen N. een strafblad te hebben, waaruit je wellicht zou kunnen concluderen dat hij met een wat kort lontje behept zou kunnen zijn: “Belediging ambtenaar in 2006, mishandeling in 2010, huiselijk geweld in 2013”. Zo zeg.

De uitspraak is op 10 juli. 

“Handen af van onze hulpverleners” 

Geweld tegen mensen met een publieke taak staat hoog op de agenda van onze Rijksoverheid:  

Werknemers met een publieke taak krijgen vaak te maken met agressie en geweld tijdens hun werk. Bijvoorbeeld ambulancepersoneel, politieagenten en buschauffeurs. De overheid pakt dit geweld aan, onder andere door daders harder te straffen en de schade te verhalen op de daders.

In dat licht wil ik u twee eigenaardigheden onder de aandacht brengen.

De 32-jarige man, die werd aangehouden op verdenking van verstoring van de openbare orde en het belemmeren van het ambulancepersoneel, kreeg een enórme boete van vijftig euro.

De aangifte tegen meneer S. werd zelfs geseponeerd omdat het Openbaar Ministerie in al haar wijsheid vindt dat hij met het letsel dat hij aan zijn knie opliep wel genoeg gestraft is.

Tegen de ambulancebroeder werd echter een voorwaardelijke werkstraf van twintig uur geëist, met een proeftijd van twee jaar.

Daarmee lijken mij de verhoudingen volledig zoek. 

2 gedachtes over “"Mongool, ik ben aan het werk, laat mij mijn werk doen"

  1. Mag deze meneer S. met naam, toenaam, adres en foto op zoveel mogelijk sites verschijnen?? Kunnen we tenminste als we hem ooit tegenkomen in een auto bij een ongeluk rustig laten liggen want meneer wil niet geholpen worden…

    Like

  2. Mijn respect voor de hulpverleners.
    Ze moeten hun werk doen.
    Kunnen het niet weigeren of weglopen wanneer het vervelend wordt.
    Wanneer familie of omstanders meer aandacht vereisen dan de cliënt, is het moeilijk je werk te doen.
    Elke seconde telt toch?
    Wat er precies gebeurd is weet ik niet.
    Maar als hulpverlener werk je al vanuit een stressvolle crisissituatie.
    En moet je ook daadkrachtig en acuut reageren.
    Mijn respect..
    Ik vind het wel een heldenberoep om dat te kunnen.
    Brandweer Politie, Ambulance..
    Ze zullen best wel het een en ander op hun netvlies gebrand krijgen qua horror.
    Niet wetende hoe je dienst verloopt..
    Tja.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s