Zorgwekkend: Jaarbericht Kinderrechten 2014


Dit jaar, op 20 november, bestaat het VN-Kinderrechtenverdrag 25 jaar. Op de Verenigde Staten en Somalië na hebben alle landen op deez’ aardkloot het verdrag geratificeerd. Nederland deed dat in 1995.

Nederland behoort al jaren tot de top van landen waar kinderen het gelukkigst zijn (UNICEF). Wat materiële rijkdom, gezondheid en veiligheid, onderwijs, gedrag en risico’s en huisvesting en woonomgeving betreft hebben kinderen het hier, vergeleken met de rest van de wereld, het hartstikke goed. Dat betekent natuurlijk niet dat het allemaal rozengeur en maneschijn is. Verre van dat, zelfs.

In ons kikkerlandje worden nog altijd en met grote regelmaat kinderrechten geschonden.

Sinds zeven jaar stellen UNICEF Nederland en Defence for Children elk jaar een rapport op dat de kinderrechtensituatie in Nederland in kaart brengt, het Jaarbericht Kinderrechten (PDF). Aan de hand van cijfers schetsen zij de huidige stand van zaken op vijf gebieden: kindermishandeling, uitbuiting, jeugdzorg, migratie en jeugdstrafrecht. 

Daarmee wordt dus meteen gekeken naar de vijf meest kwetsbare groepen kinderen in onze samenleving; kinderen in de jeugdzorg, slachtoffers van kindermishandeling en van uitbuiting, kinderen die te maken hebben met het jeugd strafrecht en met het migratierecht.

Het Jaarbericht Kinderrechten 2014 werd vandaag om 13:30 aangeboden aan de Vaste Kamercommissie van Veiligheid&Justitie. Aan de hand van dat rapport kan de overheid haar beleid, de huidige wetgeving en de dagelijkse praktijk in Nederland toetsen aan het VN-Kinderrechtenverdrag. 

Kinderrechten & uitbuiting

Het aantal slachtoffertjes van uitbuiting is toegenomen. Tenminste een op de zes in Nederland bekende slachtoffers van mensenhandel is jonger dan achttien. Uitbuiting wordt daarbij uitgesplitst in seksuele, criminele en economische uitbuiting. Daarbij moet u denken aan bijvoorbeeld loverboypraktijken, gedwongen criminaliteit, gedwongen bedelen.

In 2013 telde men 260 gevallen van uitbuiting en dat is 17% meer dan in 2012 en ruim een verdubbeling van de gevallen in 2009. In totaal zijn 260 slachtoffers onder de 18 geregistreerd, onder wie 94 buitenlandse slachtoffers.

Volgens het rapport:

“De grootste groep betreft Nederlandse minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting. Van veel slachtoffers is onbekend in welke sector ze zijn uitgebuit, of ze zijn geïdentificeerd voordat ze zijn uitgebuit zonder vermelding van de sector waarvoor ze waren verhandeld.”

Desgevraagd heeft het Meldpunt Kinderporno laten weten dat het aantal meldingen over kinderpornografisch materiaal dat op servers in Nederland staat gestegen is van 1260 in 2010 naar 10.587 in 2013. Dat zegt gelukkig nog iets positiefs over onze meldingsbereidheid, maar die aantallen zijn wel ontstellend.

Nederland staat nu in de top drie van landen waar kinderporno wordt gehost. Dat nu, beste lezer, is een grof schandaal.

UNICEF Nederland en Defence for Children waarschuwen daarbij voor het capaciteitsgebrek bij de Nederlandse politie om al die meldingen af te kunnen handelen. Er zijn 150 specialisten, maar dat is bij lange na niet genoeg. Ook hostingproviders laten het nog te vaak afweten, sommige laten zelfs na gemeld illegaal materiaal te verwijderen. Daarnaast adviseren zij veel meer aandacht te besteden aan het voorkomen van seksueel misbruik van kinderen via internetcommunicatie (grooming en wat ik de kinderlokker 2.0 pleeg te noemen) en wijzen zij op de bittere noodzaak kinderen goed voor te lichten.

Kinderrechten & jeugdstrafrecht

Er is een duidelijk daling van het aantal kinderen dat met de politie in aanraking komt, dat is goed nieuws, maar het percentage kinderen dat in voorarrest zit blijft echter schrikbarend hoog. Van alle strafrechtelijk opgesloten kinderen in justitiële jeugdinrichtingen zit 74% in voorarrest in afwachting van een uitspraak van de rechter over hun zaak. Bijna 7.000 kinderen zijn in 2013 in verzekering gesteld, waarbij de meeste een nacht of meer doorbrachten in een politiecel.

Uit cijfers van het ministerie van Veiligheid en Justitie (Dienst Justitiële Inrichtingen) blijkt dat er in 2013 in totaal 27 kinderen van 12 of 13 jaar waren opgesloten in een justitiële jeugdinrichting, met een gemiddelde verblijfsduur van 39 dagen. Voor kinderen van die leeftijd is dat ronduit onwenselijk.

Ontluisterend:

“Van driekwart van de strafrechtelijk opgesloten kinderen in justitiële jeugdinrichtingen is nog niet bekend of ze terecht vast zitten.”

Ook aan het traject na een verblijf in een justitiële inrichting mankeert het nodige. In het Jaarbericht Kinderrechten wordt verwezen naar een nog te publiceren onderzoek van de Universiteit Leiden, waaruit blijkt dat het met 90% van de meisjes die een justitiële jeugdinrichting hebben verlaten, vijf jaar later niet goed gaat.

Een groot aantal jongeren blijkt zichzelf na het verlaten van een gesloten instelling moeilijk staande te kunnen houden. Schuldenproblematiek, moeilijkheden met het vinden van woning en werk, een gebrekkig of niet-bestaand sociaal netwerk en een gebrek aan psychologische hulp – de nazorg moet dus veel beter.

UNICEF Nederland en Defence for Children maken zich zorgen over het hoge aantal opgeslagen DNA-profielen van kinderen:

In 2013 werd er van 2.368 minderjarigen DNA-materiaal opgeslagen in de DNA-databank voor Strafzaken. Eind 2013 stonden er in deze databank maar liefst 22.649 DNA-profielen geregistreerd op basis van een jeugdveroordeling. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2009.”

Kinderrechten & jeugdzorg

Er stonden in 2013 11% minder kinderen op de wachtlijst van Bureau Jeugdzorg dan in 2012.

Per 1 januari 2015 treedt de nieuwe Jeugdwet in werking en komt de verantwoordelijkheid voor alle vormen van jeugdhulp bij de gemeenten te liggen. UNICEF Nederland en Defence for Children steunen de gedachte achter het nieuwe stelsel; gemeenten zouden de geboden hulp beter af kunnen stemmen op lokale en individuele noden en jeugdigen en hun ouders zouden daarbij actief betrokken kunnen worden bij de besluitvorming, de invulling en de beoordeling van de jeugdhulp. Toch maken zij zich ook zorgen, er zouden grote verschillen kunnen ontstaan tussen gemeentes in aangeboden zorg waarbij specifieke gespecialiseerde en passende jeugdhulp in de ene gemeente wel en de andere niet voorhanden kan komen te zijn.

De nieuwe Jeugdwet sluit niet-rechtmatig in Nederland verblijvende minderjarigen uit en dat is in strijd met het VN-Kinderrechtenverdrag.

De nieuwe Jeugdwet is ook in strijd met het internationale recht, omdat deze het mogelijk maakt om kinderen in de gesloten jeugdzorg op te nemen zonder een direct daaraan voorgaande rechterlijke toets.

Die nieuwe Jeugdwet behoeft dus nog wat broodnodige aanpassingen, me dunkt.

In 2013 lag het aantal ondertoezichtstellingen op 27.989 en is daarmee gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. Ook het aantal uithuisplaatsingen bij een ondertoezichtstelling daalt. Kinderombudsman Marc Dullaert observeerde vorig jaar nog dat er regelmatig fouten voorkomen in het onderzoeksproces en in rapportages in de besluitvorming rond uithuisplaatsingen en ondertoezichtstellingen.

Uit zijn rapport “Is de zorg gegrond”:

“Concluderend kan worden gesteld dat het AMK, BJZ en de Raad over het algemeen professioneel en deskundig te werk gaan. Desondanks komen fouten in het onderzoeksproces en rapportages – zoals hierboven geschetst – met enige regelmaat voor. Dat varieert van een te eenzijdige duiding van incidenten, tot het vermengen van feiten en meningen in de rapportage, en van onzorgvuldige bronvermeldingen tot het niet navolgbaar formuleren van conclusies en tot het niet altijd laten accorderen van informatie van informanten.

Fouten kunnen om verschillende redenen ontstaan. Bijvoorbeeld doordat professionals onder druk staan om snel te werken, doordat sommigen niet voldoende reflecteren op gemaakte keuzes en hun eigen pedagogische normen. Een andere reden is dat sommigen over onvoldoende vaardigheden beschikken om met een complexe doelgroep ouders te werken. Daartegenover staat dat ook ouders soms – in strijd met het belang van hun kind – een machtsstrijd met elkaar of met jeugdzorg aangaan. In de werkprocessen zijn er op dit moment niet voldoende kwaliteitswaarborgen ingebouwd om deze knelpunten volledig te ondervangen. Daardoor bestaat het risico dat fouten verderop in de jeugdzorgketen doorwerken. Het is dan mogelijk dat er beslissingen worden genomen op basis van onvolledige, onvoldoende onderbouwde informatie. In een uiterst geval wordt een kinderbeschermingsmaatregel ten onrechte opgelegd dan wel beëindigd of verlengd, of wordt tot een omgangsregeling met een ouder besloten die beperkter is dan nodig.”

Kinderrechten & migratie

Er is een flinke afname in het aantal alleenstaande minderjarigen dat in vreemdelingenbewaring of grensdetentie zat. In 2013 waren dat er nog “maar” 30, tegenover 300 in 2009. Dat is een verbetering, maar uiteindelijk horen kinderen natuurlijk helemaal niet in vreemdelingenbewaring of grensdetentie thuis.

UNICEF Nederland en Defence for Children zijn positief over het in 2013 ingevoerde Kinderpardon, maar zien aan de andere kant dat de regels nog niet helemaal in lijn zijn met het VN-Kinderrechtenverdrag. Als een ouder niet aan de criteria voldoet, krijgt het kind dat zelf wel aan de criteria voldoet toch geen vergunning en dat is in strijd met het VN-Kinderverdrag. 2.511 kinderen uit het buitenland mochten niet naar hun vader of moeder komen die legaal in Nederland woont door de bijzonder kind-onvriendelijke gezinsmigratieregels.

Een kind dat in een asielprocedure zit moet gemiddeld eens per jaar verhuizen en dat schaadt zijn of haar cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling. Ook dat verdient dus remedie.

Kinderrechten & kindermishandeling

Alhoewel er ontzettend veel aandacht is voor de aanpak en preventie van kindermishandeling is geweest in 2012 en 2013 is er maar weinig zichtbare verbetering te zien. In veel gemeente schiet het beleid wat dat betreft tekort of is zelfs non-existent.

UNICEF Nederland en Defence for Children zijn erg positief over de ingevoerde “kindcheck”, waarbij professionele hulpverleners bij hun volwassen patiënten en cliënten na moeten gaan of deze kinderen hebben en, zo ja, of de veiligheid van die kinderen in het geding is.

Beide organisaties maken zich wel zorgen over de voortvarendheid waarmee de diverse instanties daadwerkelijk de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling invoeren en zouden graag zien dat de controle daarop sneller gebeurt.

Bij opleidingen voor beroepskrachten zoals leraren is er te weinig aandacht voor huiselijk geweld en kindermishandeling in het curriculum. Is er niet eens een (wettelijke) om deze zaken deel uit te laten maken van de beroepsopleidingscurricula.

In de rechtsgang is er nog te weinig aandacht voor minderjarige slachtoffers en getuigen; informatie wordt niet op een kindvriendelijke manier gebracht en er zit nog te veel tijd tussen het moment van aangifte en de uitspraak.

Zoveel ruimte voor verregaande verbetering en dat in het land met de gelukkigste kinderen ter wereld.

Vooruit lief Nederland, we moeten aan de bak!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s