Bertha von Suttner

Op 9 juni 1843 kwam Bertha Sophie Felicitas barones von Suttner, geboren gravin Kinsky von Wchinitz und Tettau in Praag ter wereld. Ze was een telg uit een Boheemse adellijke familie. Haar vader, een generaal, stierf nog voor ze geboren werd. Ze groeide op in een aristocratisch milieu. Omdat ze een meisje was mocht ze niet studeren, wel werd ze door privéleraren onderwezen in meerdere talen en muziek.

Bertha’s moeder was een onverbeterlijk gokker, die het fortuin van de generaal kwijtspeelde. De jonge Bertha ambieerde een poos een carrière als operazangeres, maar had daar niet genoeg talent voor. Huwelijkskandidaten meldden zich niet, niet in het minst omdat Bertha’s erfenis door haar moeder vergokt was. In 1873 nam Bertha daarom een betrekking als gouvernante aan. Zo kwam ze terecht in het gezin van industrieel en baron Karl Gundacar Freiherr von Suttner, waar ze de dochters des huizes op haar beurt lessen gaf in taal en muziek. Bertha, toen 30 jaar oud, raakte smoorverliefd op de 23-jarige zoon van haar werkgever, Arthur von Suttner. De gevoelens waren wederzijds, hetgeen het schandaal wel compleet maakte, en Bertha werd daarom onmiddellijk ontslagen.

Ze zocht haar heil in Parijs. Daar werd ze de privé-secretaresse van niemand minder dan Alfred Nobel, waar ze de rest van zijn leven mee bevriend zou blijven. De liefde voor Arthur bleef echter en ze keerde spoorslags terug naar Wenen toen Arthur haar in een brief liet weten niet zonder haar te kunnen leven. In 1876 trouwden Bertha en Arthur, in het geheim want hun beider families waren erg op deze verbintenis tegen. Arthur werd onterft.

Op uitnodiging van prinses Ekatarina, een oude vriendin van Bertha’s gokverslaafde moeder, reisden Bertha en Arthur af naar Georgië. Beide echtelieden gaven les en begonnen journalistiek werk te doen. Ze versloegen de Russisch-Turkse oorlog.

‘Die Waffen Nieder’

De verschrikkingen die Bertha tijdens die oorlog zag maakten een intense indruk op haar en vervulden haar met afschuw. Ze inspireerden haar tot het schrijven van een boek: ‘Die Waffen Nieder’. De roman was een trendbreuk met de manier waarop voordien over de oorlog geschreven werd; met de nadruk op heldenmoed en -verering, trots militarisme en vaderlandsliefde. In ‘Die Waffen Nieder’ werden juist de verschrikkingen van al dat bloedvergieten onverbloemd en realistisch beschreven en dan ook nog uit het oogpunt van een soldatenvrouw, die een eerste en zelfs een tweede echtgenoot in de oorlog verliest.

“In de buurt van de kanonnen liggen de doden, de halfdoden en de dode paarden door elkaar. Letterlijk kapotgeschoten. Je ziet halfdoden overeind krabbelen – voor zover ze nog voeten hebben – en weer neervallen en opnieuw overeind komen, totdat ze alleen nog hun hoofd kunnen opheffen om hun van pijn vervulde doodskreten te slaken.”

Bertha had daardoor zelfs moeite het boek uitgegeven te krijgen. Toen het boek in 1889 eindelijk gepubliceerd werd was het direct een eclatant succes. Honderdduizenden exemplaren gingen over de toonbank en het werk werd in zestien talen vertaald. Het boek was van meet af aan ook erg omstreden en het bracht Bertha zowel lof als hoon – en internationale bekendheid. Bertha werd “Friedens-Furie”

Tolstoi noemde haar boek ‘Die Waffen Nieder’ “net zo belangrijk voor de vredesbeweging als De hut van oom Tom voor de afschaffing van de slavernij”.

In dezelfde tijd dat ‘Die Waffen Nieder’ uitkwam richtte Arthur von Suttner een vereniging op tegen het antisemitisme. Bertha steunde hem daarin, hetgeen haar ook nog eens op de bijnaam “Juden-Bertha” kwam te staan.

In 1885 keerde het stel terug naar Wenen, waar ze zich met de familie Von Suttner wisten te verzoenen.

Vredesactiviste

Bertha von Suttner ontpopte zich als een bevlogen en onvermoeibaar vredesactiviste. Ze schreef artikelen, hield lezingen, initieerde vredescongressen en richtte een aantal vredesbewegingen op. Ze maakte zich hard voor vrouwenrechten, gelijke sociale en politieke rechten en meer democratie. Ze was een van de voornaamste pleitbezorgers voor een internationaal Hof van Arbitrage, dat in 1899 tijdens de Eerste Vredesconferentie in Den Haag ook daadwerkelijk werd opgericht. 
Omdat Bertha von Suttner een vrouw was mocht zij overigens niet lijfelijk niet aan die conferentie deelnemen. Ze liet zich echter niet op haar kop zitten en organiseerde gevoeglijk haar eigen bijeenkomst in het Kurhaus, die werd bijgewoond door een schare journalisten, politici en pacifisten. 
Onder haar bewonderaars waren Andrew Carnegie en Alfred Nobel. Bertha von Suttner inspireerde Alfred Nobel de Nobelprijs voor de Vrede in te stellen, die zij op 10 december 1905 zelfs zelf mocht ontvangen. Ze was de eerste vrouw die deze eer te beurt viel. Andrew Carnegie, staalmagnaat en filantroop, schonk het geld voor de bouw van het Vredespaleis, waar het Permanent Hof van Arbitrage en het Internationaal Gerechtshof van de Verenigde Naties zijn ondergebracht. 

In 1902 overleed Arthur na een ziekbed. Bertha bleef strijdbaar, ze bleef artikelen publiceren en woonde in 1904 Internationale Vrouwenconferentie in Berlijn bij en de wereldvredesconferentie in Boston. In Amerika werd ze door president Roosevelt op het Witte Huis ontvangen.

In 1907 bezocht ze de tweede vredesconferentie in Den Haag, waar ze probeerde te wijzen op de gevaren van internationale bewapening en de bemoeienis van de wapenindustrie.

Bertha von Suttner overleed in Wenen op 21 juni 1914, zeventig jaar oud. Op 28 juli dat jaar brak de Eerste Wereldoorlog uit.

“Merkwürdig, wie blind die Menschen sind! Die Folterkammern des finsteren Mittelalters flößen ihnen Abscheu ein; auf ihre Arsenale aber sind sie stolz.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s