Josephine Baker

Josephine Baker (foto Francis Mosinger)

Freda Josephine Baker, geboren McDonald, kwam op 3 juni 1906 ter wereld in St. Louis. U kent haar waarschijnlijk wel, vooral misschien van haar dansact in een bananenrokje.

Haar moeder Carrie had ooit gedroomd van een leven als danseres, maar was wasvrouw toen ze Josephine kreeg. Vader Eddie, drummer, liet zijn prille gezinnetje kort na de geboorte van zijn dochter in de steek. Carrie hertrouwde al snel met de vriendelijke Arthur Martin, een man die eigenlijk altijd werkeloos was. Zo kreeg Josephine nog een stiefbroer en twee stiefzusjes. Het gezin ging onder armoede gebukt.

Josephine maakte toen zij acht jaar oud was al schoon in huizen van gegoede blanke families en paste op hun kinderen. Geheel volgens het welig tierend racisme van die tijd waarschuwden die roomblanke lieden de kleine Josephine “to be sure not to kiss the children”. Een van de vrouwen voor wie ze werkte mishandelde haar zelfs door haar handen te branden, omdat ze te veel zeep gebruikte bij het boenen van de was.

Op dertienjarige leeftijd liep Josephine weg. Ze was een poos dakloos en danste op straat voor aalmoezen. Zo werd ze op vijftienjarige leeftijd ontdekt en ze belandde bij een vaudeville show. Daarna vertrok ze naar New York, waar ze als achtergronddanseres danste in de Plantation Club.

Parijs

Ze ruilde New York in voor Parijs, waar ze in 1925 danste in “La Revue Nègre” in het Théâtre des Champs-Élysées. Met haar energetische, sensuele dansen (mét komische noot) en bijna naakte optredens werd ze meteen een hit. Haar exotische schoonheid leverde haar bijnamen op als de Zwarte Venus en de Zwarte Parel. Van haar grootste bewonderaars kreeg ze diamanten en auto’s cadeau en meer dan duizend mannen deden haar een huwelijksaanzoek.  

Josephine bleek een artistieke duizendpoot; ze danste, zong en acteerde in films. Ze werd de muze van schrijvers, schilders en beeldhouwers – waaronder grote namen als Ernest Hemingway, F. Scott Fitzgerald, Pablo Picasso en Christian Dior. Ernest Hemingway vond Josephine Baker “the most sensational woman anyone ever saw”.

Josephine verdiende tegen die tijd veel geld, in 1927 was ze de duurst betaalde ster van heel Europa, dat ze voornamelijk uitgaf aan kleding, juwelen en een collectie huisdieren. Ze hield van dieren en bezat onder meer een luipaard, Chiquita. Tijdens een optreden moet het dier de orkestbak in zijn gedoken om daar de musici de stuipen op het lijf te jagen. Bakers menagerie bestond verder uit een zevental honden, drie katten, vissen en vogels, een geit, een varken, een slang en chimpansee Ethel.

De Amerikaanse desillusie

In Frankrijk was Josephine erg populair. In haar geboorteland Amerika echter moest het publiek niets van deze donkere schone hebben. Toen Josephine in 1935 Amerika bezocht bleek men daar het idee van een beschaafde en talentvolle donkere vrouw niet te kunnen behappen. Time Magazine sabelde haar neer als een “negro wench”. Het brak Josephine Bakers hart en ze keerde terug naar het meer ruimdenkende Frankrijk.

Onversneden racisme maakte dat ze in Amerika pas in 1973 echt geaccepteerd werd.

Tweede Wereldoorlog

Nadat Duitsland Polen was binnengevallen verklaarde Frankrijk Duitsland in 1939 de oorlog. Josephine Baker liet zich door de Franse militaire inlichtingendienst rekruteren en ze verzamelde tijdens feesten op ambassades en ministeries informatie over de posities van Duitse troepen. Na de Duitse inval in Frankrijk verhuisde ze naar het zuiden, naar haar Château des Milandes. Tijdens haar reizen smokkelde ze informatie over de bezetter naar het buitenland, in onzichtbare inkt op haar papiermuziek en op briefjes die ze in haar ondergoed verstopte. Zo bezocht ze Spanje en Marokko.

Tijdens haar bezoek aan Marokko kreeg Josephine een miskraam. Ze had er al meerdere moeten meemaken, maar deze leverde haar een behoorlijke infectie op. Zo erg dat men zich genoodzaakt zag haar baarmoeder te verwijderen, maar zelfs daarmee was die infectie niet in te tomen. In Marokko herstelde ze van een bijkomende buikvliesontsteking en bloedvergiftiging. Toen ze eenmaal hersteld was bezocht ze in Noord-Afrika en het Midden-Oosten gelegerde Britse, Franse en Amerikaanse troepen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd ze geëerd voor haar verzetswerk, ze kreeg meerdere onderscheidingen en Charles de Gaulle zelf maakt haar Chevalier of the Légion d’honneur.

Salt and pepper and the Rainbow Tribe

Tijdens de vijftiger en zestiger jaren bezocht Josephine Baker Amerika opnieuw en werd daar weer ontvangen met racisme en vijandigheid. Een populaire club in New York weigerde haar op te laten treden en ze besloot de handschoen op te pakken in de strijd tegen racisme. Ze deed mee aan demonstraties tegen discriminatie en rassenscheiding en liep in 1963 met Martin Luther King Jr. mee in de Mars naar Washington. Met een blik op die enorme mensenmassa, tweehonderdduizend mensen, blank en zwart verenigd, zei Josephine Baker “Salt and pepper. Just what it should be”
In die tijd begon ze kinderen te adopteren, uit alle windstreken. Het werden er uiteindelijk twaalf, die ze liefkozend haar Rainbow Tribe noemde. Met haar grote gezin beoogde ze te bewijzen dat mensen van allerlei verschillende afkomsten heel wel in harmonie met elkaar kunnen samenleven. 

Huwelijken

Omdat Josephine zichzelf kon bedruipen, een zeldzaamheid onder vrouwen in die dagen, was ze niet van haar man afhankelijk. Ze schroomde dan ook niet om op te stappen zodra een relatie verzuurde. Ze zou tijdens haar hele leven in totaal vier maal trouwen en vier maal scheiden. Ze nam de naam van haar tweede man, Willie Baker, aan en behield deze na hun scheiding. Haar derde echtgenoot was een Fransman en dankzij hem werd Josephine Frans staatsburger.

Na haar vierde scheiding ontmoette ze in Amerika artiest Robert Brady. Ze raakten bevriend. In 1973 liepen ze een lege kerk in en legden daar onofficieel hun trouwgelofte af.

Datzelfde jaar trad Josephine Baker op in New York, in Carnegie Hall. Door haar eerdere ervaringen vreesde ze de reacties van haar publiek, maar er bleek eindelijk veel veranderd. Nog voor ze haar optreden begon kreeg ze al een staande ovatie, die haar tot tranen roerde.

Het doek valt

In 1975, op 8 april, was er een première in het Bobino Theater in Parijs. De show heette Josephine en was een eerbetoon aan haar vijftigjarige jubileum. Josephine Baker is dan achtenzestig jaar. Grootheden als prins Rainier, prinses Grace van Monaco, Sophia Loren, Mick Jagger en Diana Ross woonden de première bij en deze was een eclatant succes. 
Vier dagen later werd Josephine Baker comateus in bed gevonden, omringd door kranten die vol stonden met lovende reviews. Ze overleed aan een hersenbloeding.

Twintigduizend mensen liepen uit voor Josephine Bakers begrafenisstoet. Ze werd met militaire eer begraven. Er klonken eenentwintig saluutschoten om de Zwarte Venus, de eerste gekleurde superster, uitgeleide te doen. 

Vandaag is voor Josephine Baker. Een van mijn Grote Vrouwen

3 gedachtes over “Josephine Baker

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s