Anna Sewell

Op 30 maart 1820 kwam, in Great Yarmouth, Anna Sewell ter wereld. Haar moeder, Mary Wright Sewell, was schrijfster en haar vader Isaac Phillip Sewell was bankmanager. Anna was hun eerste kind. Er zou nog een broertje volgen, Phillip.

Het gezin Sewell, allen Quakers, verhuisde naar Stoke Newington toen Anna twaalf werd. Anna, die voordien thuisonderwijs genoot, ging daar voor het eerst naar school.

Het geloof nam een prominente rol in binnen het gezin Sewell, dat liefde voor hun naasten en compassie met minderbedeelden voorstond. Daarbij beperkten ze zich niet tot mensen alleen, die liefde en compassie hadden ze ook voor de dieren om zich heen. Zo waren ze gekant tegen het mishandelen van dieren omwille van amusement, sport en de jacht.

Het paard in de Victoriaanse tijd 

In die tijd liepen er meer dan drie miljoen paarden rond in Engeland. Alleen Londen al telde zo’n veertigduizend koetspaarden. Ze waren het voornaamste transportmiddel en ze werden gebruikt in de landbouw en in mijnen. Onder erbarmelijke omstandigheden. Ze werden geslagen, gedwongen te zware lasten te trekken en stierven niet zelden letterlijk in het harnas, van uitputting. Volgens de laatste mode werden hun staarten gecoupeerd en de chiquere koetspaarden werden met strak aangetrokken opzetteugels gedwongen hun hoofden in een fraaie, maar ontzettend ongemakkelijke stand te houden die hen het ademhalen zelfs bemoeilijkte.

Mary en Anna Sewell kwamen meermaals in de problemen toen ze paardeneigenaren aanspraken die hun dieren slecht behandelden. Anna las ‘Essay on Animals’ van Horace Bushnell en werd daardoor zeer geraakt. Ze stelde zich ten doel “to induce kindness, sympathy, and an understanding treatment of horses”.

Noodlot

Twee jaar later sloeg het noodlot toe toen Anna ten val kwam tijdens haar wandeling van school naar huis. Ze bezeerde haar beide benen en zou, mede door een verprutste medische behandeling, haar leven lang kreupel blijven. In 1836 verhuisden de Sewells naar Brighton, in de hoop dat het klimaat daar de gezondheid van de jonge Anna ten goede zou komen. Het mocht niet baten.

Anna en haar moeder Mary verruilden in die tijd het Genootschap der Vrienden voor de Anglicaanse Kerk. Mary Wright Sewell schreef poëzie en jeugdliteratuur, met veel succes. Anna hielp haar moeder met het corrigeren en redigeren van haar schrijfsels en kreeg de liefde voor het schrijven zo met de paplepel ingegoten.

Omdat Anna niet zonder krukken kon lopen en haar immobiliteit verergerde leerde ze mennen en verplaatste ze zich daarna vaak in een koetsje. Daarbij gebruikte ze naar verluidt nooit een zweep, reed ze met een losse teugel en verstond ze de kunst haar paarden alleen met haar stem te sturen. Ze sprak tegen haar paarden alsof ze hen verstaan konden. Haar afhankelijkheid van het paard maakte haar alleen maar meer betrokken bij het lot van het edele dier.

Black Beauty

Anna Sewell schreef haar enige boek Black Beauty tussen 1871 en 1877, toen haar gezondheid al zo ver achteruit was gegaan dat ze vaak bedlegerig was. Op haar slechtste momenten kon ze helemaal niet schrijven en dicteerde ze haar verhaal aan haar moeder, aan wie ze Black Beauty opdroeg. Ofschoon Black Beauty nu te boek staat als kinderboek bedoelde Anna Sewell haar werk juist voor de mensen die met paarden werkten.

Voor haar verhaal putte ze uit al al herinneringen aan het leed dat ze paarden door mensenhand had zien aangedaan worden. Black Beauty baseerde ze op het zwarte paard van haar broer Phillip, Bess.

Uniek voor haar tijd, en de grote kracht van het boek, is dat ze het paard zijn eigen verhaal laat vertellen. Het is een voorbeeld dat navolging kreeg in onder meer Mark Twains A Horse’s Tale, War Horse van Michael Morpurgo en I am the Great Horse van Katherine Roberts.

Op 24 november 1877 verkocht ze het boek aan uitgevers Jarrolds. Ze maakte de publicatie van Black Beauty nog mee, het boek was direct een groot succes, en ze stierf vijf maanden later. Op 30 april 1878 werd ze begraven. De ironie wil dat de paarden in haar begrafenisstoet allemaal zo’n wrede opzetteugel droegen. In de geest van haar dochter protesteerde Mary Sewell daar tegen en liet ze van de paardenhoofden verwijderen.

Anne Sewell bereikte met haar Black Beauty ten dele haar doel. Het boek bespoedigde een verbod op het gebruik van opzetteugels en het werd zelfs door dierenrechtenactivisten naar Amerika overgebracht, in de hoop dat Black Beauty voor dierenrechten kon beteken wat Uncle Tom’s Cabin voor de slavernij gedaan had. Duizenden exemplaren werden er uitgedeeld aan paardeneigenaren en stalknechten. Een al even ironisch gegeven is dan dat Anna Sewells roman nochtans verboden werd, om de titel ‘Black Beauty’, door de censors van het apartheidsregime van Zuid-Afrika.

Paarden vallen nog altijd ten prooi aan menselijke idiotie en wreedheid. Van het erbarmelijk lot van slachtpaarden, racepaarden en rodeopaarden tot volledig doorgedraaide verschijnselen als de Big Lick, waarvoor Tennessee Walking Horses gemarteld worden.

“What right had they to make me suffer like that?” 

― Anna Sewell, Black Beauty―  

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s