Dierenleed. Mag het een onsje minder zijn?

Cheval palomino, Yann Arthus Bertrand 

Het paard is voor mij altijd een bijzonder wezen geweest. Dat is niet verwonderlijk, van alle dieren spreekt het paard waarschijnlijk het meest tot onze verbeelding. Om zijn kracht, zijn gratie en zijn schoonheid. Niet voor niets neemt het paard zo’n prominente rol in de literatuur en de kunst in. De mens heeft daarnaast ook veel aan het paard te danken. Het heeft, samen met de hond en het rund, de menselijke geschiedenis gevormd.

Het paard is door de mens bejaagd, gehouden voor het vlees en de melk, gebruikt als trek-, rij- en lastdier en we hebben het rücksichtslos gebruikt als oorlogsmachine. Alexander de Grote had zijn Bucephalus, Koning Arthur zijn Llamrei en Napoleon had Marengo. De laatste oorlog waarin we paarden gebruikten was de Eerste Wereldoorlog en naar schatting kwamen zes tot acht miljoen paarden om.

Vreemd voor een geboren stadskind misschien, maar de liefde voor paarden zat er bij mij bijzonder vroeg in. Ik heb jaren moeten zeuren bij mijn ouders, maar toen ik acht was had ik het eindelijk voor elkaar en mocht ik op paardrijles. De allereerste keer op de rug van een pony en ik voelde me als een vis in het water. Ik negeerde de opdracht van de instructeur aan de beginnende ruitertjes om in het midden van de bak te komen staan en galoppeerde stiekem met de rest een paar rondjes mee.

Vanaf dat moment draaide alles in mijn leven om het paard. Ik had mijn rijdier na een les nog niet op stal gezet of ik verlangde alweer naar de rijles van de volgende week. Bij de paarden was ik gelukkig. Paarden snapte ik tenminste, met mensen had ik daar moeite mee. Die hebben immers de beleefdheid niet hun oren plat in de nek te leggen alvorens naar je uit te halen.

Ik meen nog altijd dat opgroeien met dieren goed is voor kinderen. De wetenschap staaft dat: Huisdieren hebben een positief effect op de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Het aaien van een huisdier verlaagt de bloeddruk. Kinderen die een emotionele band met een huisdier hebben blijken meer empathie voor hun medemens te ontwikkelen. Dieren leren je over het leven. De eerste geboorte die ik zag was die van een veulen. De eerste dood die ik van nabij meemaakte was die van een oud manegepaard.

Ik besloot prompt geen paardenvlees meer te eten. Stel je toch eens voor dat ik een stuk van een van mijn paardenvrienden op mijn bord zou treffen! Argwanend informeerde ik bij ieder stuk rood vlees en elke plak rookvlees; paard of koe? Het was het begin van mijn carrière als zeikerd met eten.

Ooit vertelde iemand me dat kreeften leven gekookt werden. Je kon ze zelfs horen gillen als ze de pan in gingen. Dat at ik dus mooi niet. Kikkers bleken levend van hun billen gescheiden te worden en dus heb ik nog nooit een vork in een portie kikkerbillen geprikt. Dank je de koekoek. Voor mijn tonijnsalade bleken ze dolfijnen in sleepnetten te verzuipen. Die schattige dolfijntjes! Ik ben dus part time vegetariër. Vlees eet ik weinig en wat ik aan vlees eet moet biologisch zijn, gescharreld hebben en zo humaan mogelijk aan zijn eindje gekomen zijn.

Ik ben sowieso nooit erg dol geweest op vlees en vleeswaren, maar salami vind ik lekker. Tot jaren geleden bekend werd dat men bij de Italiaanse grens te importeren slachtpaarden mishandelde omdat Italië voor wrak vee een lagere importbelasting hief. De beelden van paarden met stukgeslagen oogkassen en gebroken benen raakte ik tot op de dag van vandaag niet meer kwijt. Jasses, mijn plakje salami was van páárd en dan ook nog eens een mishandeld paard.

De uitzending van Tros Radar over de erbarmelijk omstandigheden waaronder slachtpaarden gehouden, vervoerd en geslacht worden had me dus niet moeten verbazen. Er is in al die jaren eigenlijk niets veranderd. Omwille van een lekker goedkoop biefstukje worden gewonde, wrakke paarden op transport gezet. Paarden worden in uiterste gevallen tot zesendertig uur lang zonder water en voer vervoerd en, omdat de aanhangers verzegeld worden, moeten paarden die ten val komen noodgedwongen blijven liggen – als ze al niet met lange stroomstokken terug op de benen gedwongen worden.

Nederland importeert 6.871 ton paardenvlees per jaar en behoort tot de drie grootste Europese importeurs van paardenvlees. Importeurs en supermarkten, zoals Jumbo, blijken glashard tegen hun consumenten te liegen over de omstandigheden waaronder deze paarden te lijden hebben. Dat niet alleen, afgekeurde en soms zelfs gestolen sport- en hobbypaarden komen ook in onze paardenvleesproducten terecht. Racepaarden ondergaan hetzelfde lot. Deze dieren krijgen bij leven medicijnen toegediend die niet voor menselijke consumptie geschikt zijn.

Doet u ook mee met de e-mail en petitie-actie tegen de gruwelijke lijdensweg van slachtpaarden voor Nederlandse consumptie? Dat kan hier.

Het rapport “Wrede waarheid achter paardenvlees in NL” van Eyes on Animals vindt u hier.

Meer weten of het tragisch lot van racepaarden?

3 gedachtes over “Dierenleed. Mag het een onsje minder zijn?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s