Miep Gies

Hermine Gies-Santrouschitz, de vrouw die bekend zou worden als helpster van de familie Frank en de andere onderduikers in het Achterhuis, werd op 15 februari 1909 geboren in Wenen. 

Haar geboorteland Oostenrijk nam deel aan de Eerste Wereldoorlog en in de jaren daarna was er een voedselschaarste. Miep kreeg tuberculose en was een van de duizenden (veelal ondervoede) Oostenrijkse arbeiderskinderen die een poos naar Nederland overgebracht werden om hier aan te kunnen sterken. Miep kwam terecht bij het gezin Nieuwenburg uit Leiden, dat al vijf kinderen had en van een bescheiden salaris rond moest komen. Toch deelden ze alles wat ze hadden met het jonge meisje dat zij onder hun hoede namen en stuurden haar naar een goede school.

In 1920, op elfjarige leeftijd, werd Miep door dit gezin geadopteerd. Haar ouders gingen daarmee akkoord in de wetenschap dat de situatie in Oostenrijk onveranderd was en hun dochter nog altijd met haar gezondheid tobde.

Deze ervaring vormde Miep Gies wezenlijk en bepaalde haar latere beslissing de onderduikers in het Achterhuis te helpen.

“Ik kan mij herinneren dat ik zo nu en dan huilend in een trein zat met een koordje om mijn nek waaraan een kaartje hing met mijn naam: Hermine Santruschitz. Na een treinreis van 1.100 km kwam ik in Nederland aan en werd opgenomen in een familie die een vreemde taal spraken. Ze hadden al 5 kinderen en leefden van een bescheiden salaris. Toch deelde ze alles met mij en zonden mij naar een goede school. Nu kon ik iets terug doen door andere mensen te helpen! Het leek mij dat als ik nu niet hielp ik daar wroeging over zou krijgen. Ik hoop dat iedereen mijn handelen begrijpt en het navolgt.”


Toen Miep vierentwintig was vond ze werk als secretaresse bij een van de bedrijven van Otto Frank, Opekta, een handel in specerijen en pectine. Miep trouwde op 16 juli 1941 met haar grote liefde Jan Gies. Ze zouden samen één zoon krijgen, Paul Gies, die in 1950 het levenslicht zou zien. 

Tweede Wereldoorlog

Miep Gies verklaarde zich direct bereid het gezin Frank te helpen toen Otto Frank vertelde dat zij zouden moeten onderduiken. De onderduikers, de families Frank en Van Pels en tandarts Pfeffer, namen hun intrek in het beroemd geworden Achterhuis van de Prinsengracht 263 in Amsterdam. Miep zou de onderduikers, acht in totaal, eten en nieuws brengen. Dat zou ze doen met haar man Jan Gies en Johannes Kleiman, Victor Kugler, Bep Voskuijl en Johan Voskuijl. Deze helden wisten de acht Joodse onderduikers twee jaar lang in leven te houden. 

Naast deze acht nam Miep Gies nog een negende onderduiker, een student, onder haar hoede en wel in haar eigen huis. Deze student, Kuno van der Horst weigerde de studentenloyaliteitsverklaring te tekenen en werd daarom gezocht door de Duitsers. 

Om aan eten voor al deze mensen te kunnen komen regelde Jan Gies, die bij de gemeente werkte en lid was van een verzetsgroep van ambtenaren in Amsterdam, op illegale wijze voedselbonnen. Miep stroopte daar heel wat winkels mee af, niet alleen omdat veel goederen en etenswaren schaars waren, maar ook om geen achterdocht te wekken met grote hoeveelheden koopwaar. 

Hallo, Miep, is er nog nieuws?

Op 4 augustus 1944 sprak Miep Gies Anne Frank voor de laatste maal. Het was zonnig en warm, een mooie zomerdag. Miep ging langs het Achterhuis om samen met de bewoners een lijstje met boodschappen op te stellen. Anne begroette haar: Hallo, Miep, is er nog nieuws?”

Later diezelfde dag marcheerde de Oostenrijkse nazi SS Oberscharführer Karl Silberbauer het pand aan de Prinsengracht binnen, op de hielen gevolgd gevolgd door de Nederlandse NSB’ers Gezinus Gringhuis, Willem Grootendorst en Maarten Kuiper. De onderduikers waren verraden. Wie dat verraad op zijn geweten heeft is nog altijd een raadsel.

Naast de onderduikers werd ook een aantal van hun helpers gearresteerd. De hulp aan Joodse onderduikers werd doorgaans bestraft met deportatie naar een concentratiekamp.  

Silberbauer, net als Miep Gies een Oostenrijker, moet onaangenaam verrast gereageerd hebben tot bleek dat Otto Frank tijdens de Eerste Wereldoorlog voor Duitsland gevochten had en een hogere rang had genoten dan Silberbauer zelf. In een vreemd gevoelen van noblesse oblige pakte hij de zaken rond de arrestaties rustig aan.

Miep Gies werd ook door hem verhoord. Van haar weten we dat hij haar “Schämen Sie sich nicht, Judenbagage zu helfen?” heeft toegeblaft. Haar mededeling dat ze, net als hij, uit Wenen kwam deed hem kennelijk opnieuw aarzelen en hij besloot “aus persönlicher sympatie” dat Miep en haar collega Bep Voskuijl op kantoor mochten blijven. Hij waarschuwde beide vrouwen dat vluchten er niet meer bij was en hij terug zou keren. Johannes Kleinman en Victor Kugler werden echter met de acht onderduikers samen weggevoerd.

Heldenmoed

Na de inval in het Achterhuis haalde Miep Gies geld op bij iedereen in het bedrijf, trok de stoute schoenen aan en toog met knikkende knieën naar het hoofdkwartier van de Sicherheits Dienst. Haar plan was de nazi’s om te kopen en zo te helpen om de onderduikers en de gearresteerde helpers vrij te krijgen.

In het hoofdkwartier van de SD liep ze opnieuw Oberscharführer Silberbauer tegen het lijf en hij verwees haar door naar een hoger gelegen verdieping. Daar trof ze een deur half open. Ze ging door die deur een kaal vertrek binnen en trof daar een groep hoge nazi-omes die naar de BBC stonden te luisteren. Die waren zo verbouwereerd dat ze de kans kreeg het gebouw weer uit te vluchten.

Het Dagboek van Anne Frank

Nadat de onderduikers waren weggevoerd zijn Miep Gies, haar collega Bep en magazijnchef Van Maaren het Achterhuis in gegaan. Ze verzamelden Annes schrijfsels en Miep heeft ze daarna trouw bewaard. Lang lagen ze, ongelezen, in haar bureaulade. Wachtend op de jonge schrijfster, die niet terugkeerde. 

Na de oorlog gaf Miep Gies ze aan Otto Frank, die als enige van de acht onderduikers de concentratiekampen overleefde. Hij zou er in 1947 voor zorgen dat de erfenis van zijn jongste dochter werd uitgegeven. Hij gaf het werk de titel “Het Achterhuis” mee. 

Miep Gies stierf op 11 januari 2010. Ze werd honderd jaar.

Ter ere van haar geboortedag blader ik vandaag nog eens door haar “Herinneringen aan Anne Frank”, dat ze samen met de Amerikaanse Allison Leslie Gold schreef. Het boek raakt en ontroert, ondanks de vlakke verteltrant. Soms is het zelfs zo saai geschreven dat je bijna zou vergeten hoe moedig de al te bescheiden Miep Gies werkelijk was. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s