Neel Doff

Op 27 januari 1858 wordt Cornelia Hubertina Doff geboren. Ze noemen haar Neel. Ze is het derde kind van, uiteindelijk, een gezin van negen. Ze groeit op in armoede, haar vader is alcoholist en vaak werkeloos. Het gezin Doff verhuist, naarmate de armoede steeds nijpender wordt, in de loop der jaren naar steeds armoedigere huizen en buurten. Van Amsterdam naar Antwerpen en daarna naar Brussel.

Neel moet op jonge leeftijd al flink meehelpen binnen het gezin. Ze moet voor haar broertjes en zusjes zorgen en wordt daarnaast uit werken gestuurd. Eerst als hulpje bij een apotheek, dan als verkoopster van potten en pannen, vervolgens als loopmeisje bij een hoedenmaker en huismeid. In een van haar werkhuizen maakt ze kennis met het werk van Multatuli. Op haar vijftiende wordt ze door haar moeder en zus overgehaald en komt ze in de prostitutie terecht.

Neel besluit zich aan de armoede te ontworstelen, ze wordt 1875 model voor Belgische schilders en een enkele beeldhouwer. Ze poseert voor kunstenaars als Félicien Rops, James Ensor, Charles Samuel en Paul de Vigne. Daarnaast werkt ze als ‘Emilie’ nog altijd als prostituee.

Fernand Brouez

Haar entree in de kunstenaarswereld is haar redding. Ze ontmoet er Fernand Brouez, uitgever van het Franse tijdschrift La Société Nouvelle, het voornaamste internationaal-socialistisch, economisch en artistieke tijdschrift van het Frankrijk van toen. De twee krijgen een verhouding. Op Brouez’ kosten volgt Neel vijf jaar lang privélessen Frans, Engels, Duits, aardrijkskunde en geschiedenis. Daarnaast mag ze cursussen voordrachtskunst, toneel en zang volgen aan het conservatorium. In 1887 vertaalt Neel stukken uit Multatuli’s werk en Fernand Brouez geeft haar vertalingen uit in een van zijn tijdschriften.

In 1896 trouwen Neel en Fernand. Het echtpaar Brouez is echter slechts een kortdurend huwelijksgeluk gegund; niet alleen besluiten ze al snel niet langer onder één dak te wonen, Fernand sterft in 1900.

Georges Serigiers

Later trouwt Neel voor de tweede keer, met de Antwerpse advocaat Georges Serigiers. Wanneer Neel jaren later het bed moet houden vanwege de griep ziet ze buiten een paar jongens in de sneeuw spelen. Het doet haar denken aan haar eigen jeugd en die herinneringen doen haar de pen opnemen. Ze schrijft in het Frans en gaat daarmee voorgoed voor de Nederlandse literatuur verloren.

Ze beschrijft haar jeugd in “Jours de famine et de détresse”, dat als feuilleton gepubliceerd wordt in La Nouvelle Revue. In de herfst van 1911 verschijnt haar verhaal in boekvorm en het is van meet af aan een succes. Datzelfde jaar wint Neel Doff net de ontzettend prestigieuze Prix Goncourt niet; ze komt één enkele stem tekort.

De hoofdpersoon uit “Jours de famine et de détresse” is Keetje Oldema, u wellicht beter bekend als Keetje Tippel. Keetje maakt deel uit van een groot gezin dat van het Friese platteland naar het stadse Amsterdam trekt, in de hoop op een beter bestaan. Amsterdam is een desillusie, het gezin woont er in een kelder en lijdt er een armoedig bestaan. Keetje werkt een poos in een wasserij en krijgt daarna werk bij een hoedenmaker, die haar verkracht. Keetjes moeder drijft eerst haar oudere zus en daarna Keetje zelf in prostitutie om de jongste kinderen maar te kunnen voeden. Er volgen nog twee delen; “Keetje” en “Keetje Trottin”, waarin we over Keetje lezen als respectievelijk adolescent en jonge vrouw. Daarmee is de autobiografische trilogie compleet.

“Wanneer geeft men de Nobelprijs aan de nederige en geniale Neel Doff?”

Neel Doff stierf in 1942. Ofschoon de werken van Neel Doff in Frankrijk met enthousiasme en lof ontvangen werden was men in België en Nederland een stuk minder enthousiast. Schreef Thibaud-Gerson al in december 1929 in Le Courier Littéraire: “Wanneer geeft men de Nobelprijs aan de nederige en geniale Neel Doff?” – het duurde in Nederland tot in de zeventiger jaren eer zij überhaupt bekend werd. In Nederland kwam Doffs echte doorbraak pas met de verfilming van Jours de famine et de détresse en Keetje door Paul Verhoeven; Keetje Tippel met in de hoofdrol Monique van der Ven.

Tot op de dag van vandaag ontbreekt de naam Neel Doff maar al te vaak in de Nederlandse literatuurgeschiedenislessen. Dat is doodzonde want, al schreef zij in het Frans, met haar rauwe, realistische beschrijvingen van haar jeugd werd ze geheel terecht de “Dostojevski van het noorden” genoemd.

Een visioen 

Het sneeuwt; ik ben verkouden; op het plein maken de jongens glijbaantjes. Ik leun met mijn ellebogen op de vensterbank en kijk naar de drukte op de sneeuw. Wat zijn die kinderen vlug en lenig! Grooten en kleinen geven zich aan het spel; ze glijden, ze botsen tegen elkander; ze vallen op en over elkaar. 

Daar gaat een jongen in lompen, vuil, met warrelige haren en te groote klompen, zijn kousen vol gaten, de knieën door zijn broek, ’t achterdeel van zijn broek in flarden; zijn gezicht is bol-bleek, maar zijn lichaam vlug en gespierd. Al van verre neemt hij zijn vaart en glijdt wel twaalf meter voort. In dien niet te stuiten vaart, sleept hij anderen mee, gooit ze om op zijn weg. Niemand heeft zich bezeerd. Toch worden ze allemaal boos; ze staan op en vallen den kleinen jongen aan; hij is immers vlugger dan zij en vuil en vol ongedierte. Zij trekken hem buiten de glijbaan, rollen hem in de sneeuw, stompen hem en gooien hem met den mond tegen het trottoir. De jongen staat op, tracht zich te verdedigen, den arm als een schild vóór zijn gezicht; maar hij is alleen. Erbarmelijk huilend van woede en verdriet, gaat hij weg. 

Zóó kwam, toen wij klein waren, mijn broer Kees altijd bij ons terug. Die gevoelige Kees! hij had prachtige tranen, groot en doorschijnend als dauwdroppels. 

Terwijl ik mij van het raam afwendde, zag ik mijn gezicht in het spionnetje. Mijn mond was samengetrokken, mijn oogen nat van tranen; ik had één van de smartelijke tooneelen uit onze ongelukkige jeugd weer doorleefd. 

Al die tooneelen, waaruit wij gehoond en mishandeld achter bleven, kwamen voort uit onze armoede, want als ’t een pretje geldt, worden altijd de haveloozen afgerost.

Neel Doff 

2 gedachtes over “Neel Doff

  1. Het is mooi en met zorgvuldigheid geschreven @Disputax.
    Heb van dit onderwerp echt geen verstand dan dat ik het liedje Keetje Tippel wel ken, volgens mij van de Zangeres zonder Naam en ook Willeke Alberti als ik het goed heb.

    groetjes teigertje

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s