Polderpiet

Het jaarlijks terugkerend zwartepietenritueel sleept zich dit jaar op wel bijzonder onverkwikkelijke manier voort. Iedereen heeft stelling genomen en zit, hoog en droog, in het harnas waarin hij zich heeft laten jagen. Nu staan we als natie al niet erg bekend om onze wellevendheid, maar dit jaar maken sommigen van ons het wel heel bont en daar vallen zelfs onschuldige slachtoffers bij. Moet dat nou?

Waar is het polderen gebleven, dat zo in onze volksaard zat verankerd? Waarom hebben we, juist in deze kwestie, ons zo ingegraven in onze morele loopgraven en zoeken we niet langer naar het compromis? 

Kunnen we weer even terug naar de basis van het leuke kinderfeest, dat het Sinterklaasfeest uiteindelijk nog altijd is? U weet wel, waarbij het gaat om geven en delen.

Al sinds de dertiende eeuw wordt Sint Nicolaas in Europa geëerd, onder meer als beschermheilige van kinderen. In de middeleeuwen werd op Duitse en noord-Franse kloosterscholen al een mirakelspel opgevoerd waarbij de Sint ten tonele verscheen om ijverige leerlingen te belonen en hun luie evenknieën te vermanen. Verschillende streken gaven en geven een verschillende invulling aan die verering. Het is een feest dat in de basis hetzelfde bleef, maar in vorm mee wist te veranderen met de tijd. Het bleef populair en overleefde zelfs de Reformatie.

Het Sint Nicolaasfeest van Jan Steen

Het Sint Nicolaasfeest

Al in de vijftiende eeuw werden er schoentjes gezet op 5 december. In de kerk en de gulle giften kwamen ten goede aan de armen. Een eeuw later verhuisde dat fenomeen naar de huiskamer en waren het kinderen aan wie geschonken werd.

Jan Steen schilderde zo’n huiselijk tafereel. Ziet u dat meisje met haar pop? Ze kan u niet ontgaan, Jan Steen heeft haar meesterlijk voor u belicht. Ziet u haar lachende gezichtje?

Ziet u ook dat jongetje dat, getuige zijn tranen, een teleurstelling in zijn schoentje moet hebben aangetroffen? Zijn leeg gebleven schoen wordt voor hem opgehouden.

Mooi, het contrast tussen beiden kan u dan niet ontgaan zijn. Dat is waar Sinterklaas ook om gaat. Het Sinterklaasfeest is behalve een geschenkenfeest ook een opvoedkundig feestje. Eenmaal per jaar helpt Sinterklaas ouders een handje bij de opvoeding (en met de kinderen van de basisschool achter mijn woonst indachtig is dat bepaald geen overbodige luxe). Wie zoet is krijgt lekkers en wie stout is de roe. Kinderen die zich niet gedragen hadden kregen in vervlogen dagen een roe, een stukje kool of een zakje zout in de schoen gestopt.

Kinderschrik

Opvallend vaak heeft de Sint een metgezel, die de ondankbare taak van kinderschrik kreeg toebedeeld. Bij de Fransen is dat Père Fouettard. De Duitsers hebben hun Knecht Ruprecht en in de alpenregio’s hebben ze Krampus. Ze hebben veel met elkaar gemeen, die boemannen; ze liggen het hele jaar op de loer om te zien of kinderen wel zoet zijn, straffen met roe of zweep, dragen een korf of zak bij zich waar stoute kinderen in kunnen worden gestopt en hebben allen opvallend vaak een zwartgemaakt gezicht.

Jan Schenkman

De protestantse schrijver en leraar Jan Schenkman nam die bestaande traditie van Sinterklaas en overgoot hem met de pedagogische opvattingen van zijn tijd. Hij schreef het eerste echte sinterklaasboek, dat alleen al revolutionair was omdat het met de overdreven strengheid brak die voordien in kinderboeken te vinden was: Sint Nikolaas en zijn knecht.

De Sint gaf hij een hernieuwde status. De stoommachine was net uitgevonden en dus bedeelde hij de heilige een prachtige stoomboot toe. De goedheiligman vertrekt zelfs in een heuse luchtballon, het luxe speeltje van de allerrijksten. De knecht werd een page, die hij in de eerste druk in een harembroek hees. In de herdruk van een paar jaar later maakte Schenkman daar een pagepakje van. Veel oudere thema’s behield hij echter; het paard, de ritjes over de daken en de geschenkjes voor de kinderen die niet stout waren dit jaar.

Getrouw aan de traditie bezoekt de Sinterklaas van Jan Schenkman een arm kind en een rijk kind. Het arme kind verwacht dat de Sint hem over zal slaan en dat doet de goedheiligman natuurlijk niet. Het rijke kind krijgt twee boekjes, elk met een belangrijke moraal;

Sint Niklaas! kom binnen, 
‘Wat moois brengt gij mee?

 
Graag had ik een boekje!….
 
‘Ik schenk u er twee.

‘Het een zal u leeren,
 
‘Dat Godsvrucht en deugd

 
‘Meer waard zijn dan schatten,
 
‘De bron zijn van vreugd.

 
‘Het tweede toont klaar u,
 
‘Wat vreugd men geniet,

 
‘Zoo men van zijn’ rijkdom
 
‘Ook d’ armen iets biedt.

Heerlijk actueel is het bezoek dat de Sint brengt aan de Snoeper. Wanneer die een koekje uit de trommel pikt grijpt de Sint hem bij zijn oor. In de Boekwinkel druipt de stichtelijke boodschap er helemaal vanaf, want hoeveel beter is het niet om een boek te krijgen dan banket?

Geven en gunnen

Jan Steen schilderde nog iemand, in de relatieve donkerte van de achtergrond. Hij heeft een kind op de arm, dat een speculaaspop vasthoudt. Hij wijst het kind op de schoorsteen, waar al die heerlijke geschenken tot op de dag van vandaag vandaan plegen te komen. Hij symboliseert voor mij de fantastische magie die het Sinterklaasfeest voor kinderen is. Hopelijk gaat de discussie over Zwarte Piet aan hen voorbij.

Ook echter, zie ik hem terug in de mensen die in de verdediging schieten en het zwarte pietengezicht wijten aan het roet uit de schoorsteen. Die, terecht, vast willen houden aan de ongrijpbare, magische figuur van Zwarte Piet, maar wier pleit zo duidelijk aan dovemansoren is gericht.

Het Sinterklaasfeest is waardevol, in pedagogische, cultuurhistorische, sociale en creatieve zin. Het heeft de tand des tijds weerstaan omdat het met de tijd mee wist te veranderen zonder in de basis werkelijk te veranderen. Het overleefde de Reformatie en de overgang van religieus naar volks feest. De Sint werd, naar (pedagogische) behoefte, strenger en later juist weer milder. Hetzelfde geldt zijn metgezel.

Geven, waarvoor je elkaar wat gúnnen moet, is gewoon van alle tijden. Ook de onze.

Polderpiet

Ik begrijp de moeite die sommigen hebben met Zwarte Piet. Ik heb geen enkele moeite met de vraag of Zwarte Piet in zijn huidige hoedanigheid nog wel echt van onze tijd is. Ik heb zelfs geen moeite die met een bedachtzaam ‘neen’ te beantwoorden. Het verwijt dat Zwarte Piet met kolonialisme, slavernij of discriminatie van doen zou hebben vind ik desondanks nog altijd onzin. Die notie staat onredelijk ver af van hoe er aan het Sinterklaasfeest invulling gegeven wordt.

Voor mensen die het kind met het badwater weg zouden willen gooien en hele Sinterklaasintochten verboden zouden willen zien heb ik geen enkel begrip. De noodzaak tot Pieten in alle kleuren van de regenboog zie ik niet, maar de noodzaak tot een compromis zie ik echter zeker wel.

Doe mij maar een Zwarte Piet die niet langer niet langer effenzwart geschminkt is, maar met mooie zwarte vegen roet op zijn snoet. Een Polderpiet.

Een gedachte over “Polderpiet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s