Vrije meningsuiting, journalistiek en maatschappij

Het verontwaardigd jongmens tegenover me zakt bokkig onderuit en strekt zijn benen onder de eettafel uit. In het kader van het vak maatschappijleer leest hij voor het eerst in zijn leven met regelmaat een krant en er gaat waarlijk een wereld voor hem open. Een waar hij in het geheel niet op zit te wachten.

Judith Spiegel 

“Wat doet zo’n mens daar dan ook?” Hij heeft het over journaliste Judith Spiegel die vorige maand, samen met haar echtgenoot, in Jemen ontvoerd werd. In een video vraagt het stel om hulp. Ik leg hem uit dat ze daar de situatie in Jemen verslaat zodat wij kunnen weten wat er daar zoal gebeurt.

Fout natuurlijk, deze puber wíl helemaal niet weten wat er in de Jemenitische republiek gebeurt want dat is nog te ver van zijn bed. Zodra ik begin over politieke onrust en conflicten wordt zijn blik glazig en even vrees ik zijn interesse volledig verspeeld te hebben. Wanneer ik hem vertel dat diezelfde journaliste eerder over de vele ontvoeringen van buitenlanders in dat land berichtte veert hij echter op. Niet alleen houdt mevrouw Spiegel zich bezig met het verslaan van nieuws uit een volgens hem volkomen oninteressante zandbak, ze wist ook nog eens van het gevaar dat ze er liep.

Vrijheid van Meningsuiting

De toon is duidelijk, hij vindt ’t maar een stom wijf. Zeggen doet hij dat echter niet, want we hebben duidelijke afspraken over zijn taalgebruik gemaakt. Dat verliep niet zonder slag of stoot, al helemaal niet omdat het vrije woord het onderwerp van gesprek is.

Vrijheid van meningsuiting, aldus dit jongmens, betekent dat hij alles moet kunnen zeggen dat hij denkt en vindt. Ongebreideld, zonder grenzen. Hij voelde zich derhalve door mij in “zijn grondwettelijke rechten aangetast”. Zo bijdehand en dan toch een vier voor zijn werkstuk, meteen de reden dat we samen aan tafel zitten vandaag.

Enfin, ik heb hem uit de droom geholpen; de vrijheid van meningsuiting is in Nederland niet absoluut en is dat ook nooit geweest. Ik heb hem onze Grondwet onder de neus geduwd en hem artikel 7 voor laten lezen.
 

Artikel 7 Grondwet
1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. 
                 
2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisie-uitzending.

3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.

4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.

Behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet, dus. Die wet nu, stelt dat belediging, belediging van groepen mensen, laster, smaad en al wat dies meer zij niet mogen. Daar liggen dus de strafrechtelijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting.

Het jongmens is echter niet voor een gat te vangen en wijst me triomfantelijk op de Rechten van de Mens.

Artikel 10 EVRM
1. Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Dit artikel belet Staten niet radio-omroep-, en bioscoop- of televisieondernemingen te onderwerpen aan een systeem van vergunningen.

2. Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen.

Alweer die wet, die de vrije meningsuiting mag omkaderen en de bescherming van iemands goede naam. Mokkend schikt de jongeman zich in zijn lot.
 

Vrije pers

Ik schenk een flinke bak koffie voor mezelf in, het jongmens heeft zichzelf al een fles cola uit de koelkast toegeëigend dus hij zit voorlopig goed.

Het belang van journalistiek en een vrije pers, leg ik hem uit, ligt hem in de kritische blik die mensen mogen en moeten hebben op alle machten die zich in een maatschappij roeren. Politie (het jongmens knikt enthousiast instemmend), politiek, de financiële wereld, de rechterlijke macht, noem ze allemaal maar op.

Voorzichtig wil hij weten hoe iemand journalist wordt. Dat is een kwestie van doen, in Nederland is dat een vrij beroep – het maakt zelfs niet uit welk medium je daarvoor gebruikt. Uiteraard zijn er opleidingen Journalistiek, maar het volgen daarvan is in ons landje geen voorwaarde om je journalist te mogen noemen.

Journalisten onderzoeken, verzamelen, analyseren en publiceren nieuwsfeiten. Ze verzorgen, zo objectief mogelijk, berichtgeving over zaken waar het publiek in geïnteresseerd is of zou moeten zijn en bij dat laatste kijk ik hem streng aan. Dat heeft meteen het beoogd effect, hij schiet in de verdediging. Of ik maar eens wat wil noemen!

Makkie, want het jongmens is voetbalfan. De voetbaltempel van Feyenoord is dichter bij huis en ik vraag hem hoe hij het gevonden had wanneer de gemeenteraad daar in het geheim over had kunnen beslissen? Wanneer de tegenstanders van een nieuwe Kuip, waar het jongmens er een van is, hun stem niet hadden mogen laten horen, ook niet in de media? Wantrouwig, want kom hem nu niet aan die oude vertrouwde Kuip, merkt hij op dat het dan had geleken alsof er wél draagkracht voor nieuwbouw was. Aha.

Als het publiek de twaalfde man is, hou ik hem voor, dan is de journalistiek de vierde macht.

Beschermde pers

In een poging mevrouw Spiegel te rehabiliteren vraag ik hem wat hij ervan zou vinden wanneer journalisten zulke berichten met gevaar voor eigen leven zouden brengen? Bijvoorbeeld in een land als Jemen, waar de overheid de drukpersen controleert en eigenaar is van alle kranten en televisiestations? Of in een land als Vietnam, waar zelfs een beetje blogger opgepakt wordt wanneer hij zich negatief uitlaat over politieke leiders? Dan ben je toch wel een held, zo vindt het jongmens.
Ik haak daar meteen op in. Journalisten en hun werk genieten daarom buitengewone bescherming. De wet die dat regelt gaat er wel vanuit dat je beroepsmatig journalist bent. De bescherming van hun bronnen is een essentiële voorwaarde voor de vrijheid van de pers, dus ook die bronnen genieten een wettelijke bescherming. Is dat dan wel absoluut? 
Goede vraag. Uit eigener beweging gaat hij op zoek. Terwijl ik even van de schrik bekom ratelen zijn vingers over het toetsenbord. Het jongmens diept de Aanwijzing toepassing dwangmiddelen tegen journalisten op. Er moet heel wat aan de hand zijn wil zelfs een rechter daar aan kunnen tornen, ontdekt hij daar eigenhandig. In uiterste gevallen; omwille van nationale of openbare veiligheid bijvoorbeeld.

Nederlandse Vereniging van Journalisten

De vakbondsbeweging van en voor de dames en heren journalisten is de Nederlandse Vereniging voor Journalisten.  Deze vakbond sluit cao’s, bewaakt de persvrijheid en het auteursrecht, verstrekt perskaarten, legt tarieven voor freelancers vast, helpt journalisten in rampgebieden en komt op voor zowel redacties als individuele leden.

Nu wil die NVJ als “beroepsvereniging geen oordeel vellen over werk(methodes) van collega’s” – maar als zo’n collega zich echt misdraagt kan hij wel geroyeerd worden. Een die veroordeeld wordt voor bedreiging, bijvoorbeeld. Dat is toch jammer van die perskaart.
 

Code voor de Journalistiek

Het jongmens ziet daarmee meteen een gat in mijn betoog; wat nu als zo’n journalist zèlf niet helemaal eerlijk is? Daar moet ik hem gelijk in geven, dat kan ook. Nederlandse journalisten hebben een gedragscode en je moet er toch ook maar op vertrouwen dat een journalist zich daar aan houdt. Ik geloof in interactieve bijlessen en zwengel de laptop van het jongmens dus weer aan, zoek die gedragscode ook maar even op.

De jeugd van tegenwoordig, het jongmens heeft de site van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren en de daarop te vinden Code voor de journalistiek binnen luttele seconden op zijn beeldscherm prijken. Werkelijk, een vier?!

Over zijn schouder lees ik mee;

  • Waarheidsgetrouw

  1. Bij het doorgeven van nieuws neemt de journalist de werkelijkheid zoals hij die aantreft en waarneemt als uitgangspunt. De verificatie van feiten en de weergave van uiteenlopende meningen belichamen het journalistieke streven naar objectiviteit.
  2. De journalist brengt in de berichtgeving een duidelijk onderscheid aan tussen feiten, beweringen en meningen.
  3. De journalist gaat zorgvuldig en integer te werk en geeft daarvan ook blijk in zijn berichtgeving door verantwoording af te leggen over zijn journalistieke methoden.
  4. In zijn berichtgeving maakt de journalist de feiten waar mogelijk controleerbaar.
  5. De journalist controleert de feiten in zijn berichtgeving en maakt die feiten waar mogelijk controleerbaar.
  6. Bij het bewerken van nieuws, in tekst, geluid, beeld of combinaties daarvan (infografieken, animaties) maakt de journalist duidelijk waaruit zijn bewerking bestond.
  7. De journalist die in zijn berichtgeving fictieve elementen verwerkt, door namen van betrokkenen te wijzigen of feiten te dramatiseren, legt daarvan telkens rekenschap af.
  8. In columns, recensies, opiniërende berichten en vergelijkbare genres komt de journalist een grotere vrijheid toe dan in andere berichtgeving, waar het gaat om het controleren van feiten, het achterwege laten van wederhoor, en het door elkaar gebruiken van feiten en fictie.
  9. De journalist die verwijst naar informatie van derden, door een ander medium als bron te noemen of door het aanbrengen van een hyperlink, doet dat openlijk en royaal, maar is daarmee niet per se verantwoordelijk voor de inhoud van de onderliggende informatie.


  • Onafhankelijk

  1. De journalist verricht zijn werk in onafhankelijkheid en vermijdt (de schijn van) belangenverstrengeling.
  2. De journalist zal, indien hij gebonden is aan enige politieke partij, belangenvereniging of bedrijf anders dan de uitgever van zijn eigen medium, daarvan in zijn berichtgeving telkens rekenschap geven indien dat voor de beoordeling van het bericht relevant is.
  3. De journalist maakt geen misbruik van zijn positie.
  4. De journalist neemt geen materiële of immateriële vergoedingen aan die bedoeld zijn berichtgeving te beïnvloeden, te bevorderen of tegen te gaan.


  • Fair

  1. Bij het verzamelen, selecteren en bewerken van nieuws gaat de journalist fair te werk.
  2. De journalist beschermt bronnen aan wie hij vertrouwelijkheid heeft toegezegd.
  3. De journalist die zich baseert op anonieme bronnen moet aannemelijk maken dat zijn bronnen betrouwbaar zijn, de informatie niet op andere wijze kon worden verkregen en hij die zo goed mogelijk elders heeft geverifieerd.
  4. Het zoeken naar hoor en wederhoor is een journalistiek basisprincipe. In het bijzonder bij het publiceren van beschuldigingen of verdachtmakingen aan het adres van een persoon of organisatie, past de journalist wederhoor toe. De beschuldigde krijgt voldoende gelegenheid, liefst in dezelfde publicatie en zonder onredelijke tijdsdruk, te reageren op de aantijging.
  5. De journalist zal de privacy van personen niet verder aantasten dan in het kader van een open berichtgeving noodzakelijk is.
  6. De journalist ontziet de privacy van slachtoffers, nabestaanden, patiënten maar ook van verdachten en daders door de algemene herkenbaarheid van betrokkenen in de berichtgeving te vermijden in al die gevallen waarin deze personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden en voor zover het vermijden van herkenbaarheid niet in strijd is met het belang van een adequate berichtgeving.
  7. De journalist publiceert geen tekst of foto’s en zendt geen audio-opnames of beelden uit die zijn gemaakt van personen in privé-situaties zonder toestemming van de betrokkene, tenzij met de publicatie een groot maatschappelijk belang is gediend.
  8. De journalist gebruikt geen privé-documenten tenzij de betrokkenen daarvoor toestemming hebben gegeven, of met de publicatie een groot maatschappelijk belang is gediend.
  9. De journalist van wie blijkt dat hij een onjuist bericht heeft gepubliceerd, zal een schadelijke onnauwkeurigheid, gevraagd of ongevraagd, op zo kort mogelijke termijn op royale wijze corrigeren.


  • Open vizier

  1. De journalist verzamelt, selecteert en publiceert het nieuws zonder zich te verschuilen achter een andere dan zijn eigen identiteit, tenzij met die werkwijze een groot maatschappelijk belang is gediend.
  2. De journalist maakt zichzelf en zijn methoden bij het verzamelen van informatie in beginsel als zodanig bekend.
  3. De journalist lokt geen incidenten uit met de bedoeling nieuws te creëren. Hij lokt evenmin incidenten uit om een misstand te illustreren, tenzij daarmee een groot maatschappelijk is gediend.
  4. Tenzij daarmee een groot maatschappelijk belang is gediend, neemt de journalist niet anoniem of onder pseudoniem deel aan discussies, op internet of in andere media indien er raakvlakken zijn tussen zijn gewone berichtgeving en zijn bijdragen aan die discussies.
  5. De journalist steelt geen informatie en betaalt niet voor gestolen informatie.
  6. De journalist maakt geen gebruik van onrechtmatig door derden verkregen informatie, tenzij met publicatie daarvan een groot maatschappelijk belang is gediend.

Raad voor de Journalistiek

Mijn pupil staart naar zijn beeldscherm, ik hoor de raderen draaien. Waarheidsgetrouw, onafhankelijk, fair en met een open vizier. Wie controleert dat? De politie?
Mijn antwoord bevalt hem niet; de journalistiek hangt wat die controle betreft in beginsel vooral van zelfregulering aan elkaar. Er is de Raad voor de Journalistiek die de grenzen van de journalistiek bewaakt, maar dat is wel een beetje een tandeloos gebeuren. Deze raad van wijzen oordeelt wel, maar kan geen sancties opleggen. Sterker, de Raad wordt zelfs niet door alle media gesteund.
 

Vervolging

Toch moeten ook de dames en heren journalisten zich aan geldende wetgeving houden, zeg ik bemoedigend. Ook zij mogen geen strafbare feiten plegen, al zal een rechter er welzeker rekening mee houden wanneer een journalist zo’n strafbaar feit pleegt ten behoeve van de uitvoering van zijn vak. Had de journalist zijn punt ook kunnen maken zonder het strafbare feit te plegen of door minder een ernstig feit te plegen dan kan die balans ook de andere kant op slaan.
Dus, of die journalist vervolgd of zelfs veroordeeld wordt hangt dus af van een balans tussen het strafbare feit en het maatschappelijk belang dat daar mogelijk mee gediend werd?
 
 
Trots als een pauw schuif ik mijn pupil een enorme bak ijs toe.  

5 gedachtes over “Vrije meningsuiting, journalistiek en maatschappij

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s