Nationaal Herdenken

Mei is aangebroken, het zonnetje schijnt, en met de inhuldiging van koning Willem-Alexander nog in de benen wordt er alvast vooruit geblikt naar 4 en 5 mei.

Ieder jaar gaan onze gedachten eerst uit naar de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, de mensen die werden vermoord, omkwamen, en daarna herdenken we ook anderen, Nederlanders die zijn omgekomen in oorlogssituaties en bij vredesoperaties ná de Tweede Wereldoorlog. Dat laatste doen we al sinds 1961.

Toch is daar “opeens” meneer Hans Vuijsje, die ons in de Volkskrant namens de Joodse gemeenschap wil laten weten dat deze zich door die ruimere interpretatie van herdenken diep gekwetst voelt.

“Diep gekwetst is ze door de verbreding van de Nationale Herdenking. Die herdenking krijgt steeds meer een algemeen karakter. Het zijn niet alleen de gevallen verzetsstrijders, de vermoorde Sinti en Roma, de uitgeroeide Joodse gemeenschap en de gevallenen in Nederlands-Indië die herdacht worden, maar ook soldaten die omkwamen na de jaren 1940-’45.”
 

Definitie Nationale Herdenking

Sterker nog, volgens de twee definities van de Nationale Herdenking (een van de overheid en een van het Nationaal Comité 4 en 5 mei) herdenken we álle slachtoffers, dus zowel burgers als militairen, die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vielen, ongeacht of ze binnen of buiten de landsgrenzen stierven. In oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

Het verschil tussen beide is dat die van de overheid zich beperkt tot Nederlandse slachtoffers.

Dat is inderdaad ruim. Volgens de geldende definities zouden we gedode collaborateurs en, in het geval van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, zelfs nazi’s mogen en kunnen herdenken. Oei, dat ligt al te gevoelig, me dunkt. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt die lieden te herdenken, dat doe je niet met daders.

De slachtoffers 

Wanneer ik eens bij mezelf te rade ga, dan denk ik in de twee minuten stilte zeker aan al die Joodse mensen die werden vermoord, gewoon omdat ze Joods waren. Aan Anne Frank en Etty Hillesum, wier dagboeken in mijn boekenkast staan. Ook aan de Roma en de Sinti inderdaad. De nazi’s vonden de Joden untermenschen, maar op zigeuners hadden ze het ook niet.

Ik probeer ook aan al die anderen te denken; Etnische Polen, Slaven en Sovjets. Homoseksuelen, fysiek en mentaal gehandicapten, ook die werden allemaal met hetzelfde gemak om het leven gebracht. Staatsgevaarlijke lieden en politieke tegenstanders, vakbondsleden, Spaanse republikeinen, sociaaldemocraten, communisten en socialisten. Esperantisten. Vrijmetselaars, Jehova’s getuigen, Vrije Bijbelonderzoekers, priesters. “Asociale elementen” zoals woonwagenbewoners, kermisgasten  en werkweigeraars…

De lijst is schier eindeloos. Ik vergeet er ongetwijfeld ieder jaar wel een paar, net als meneer Vuijsje vandaag – al maakt hij het wel erg bont. Daarna sta ik ook nog even stil bij latere slachtoffers.

De stilte ontroert me overigens ieder jaar weer. Het verkeer en het openbaar vervoer, daar waar het kan zelfs de hulpdiensten, alles komt even tot stilstand. Dat vind ik bijzonder in onze maatschappij van hollen en rennen, met onze 24-uurseconomie en onze alomtegenwoordige luidruchtige aanwezigheid.

Razzia Rotterdam

Drie jaar geleden werden (tijdens de herdenking in Rotterdam) voor het eerst de ruim vijftigduizend mannen genoemd, die tijdens een grote razzia door de Duitsers werden weggevoerd om te werk gesteld te worden in Duitsland. Na het bombardement op Rotterdam durfden maar weinigen zich tegen de nazi’s te verzetten. Rotterdammers wisten immers al als geen ander waartoe de vijand in staat was. Toch is deze mannen jarenlang verweten dat ze zich “vrijwillig” en “als makke schapen” zouden hebben laten afvoeren. Wat herdacht worden betreft kwamen ze er door de jaren heen dan ook bekaaid vanaf.

Ik was en ben burgemeester Aboutaleb juist dankbaar dat hij ook hen eindelijk hun rechtmatige plaats in onze herdenking durfde te geven.

Herdenken beperkt zich voor mij ook niet tot de doden. Ik denk altijd nog even aan mijn grootouders, die allen de oorlog overleefden. Mijn opa, die met zijn accordeon op zijn rug ontsnapte uit Kamp Amersfoort. De generatie die de oorlog doormaakte, de overlevenden, de mensen die Nederland uit de puinhopen opnieuw opbouwden.

Mijn oma, die het bombardement meemaakte en gedwongen werd, samen met andere passanten, naar de fusillade op de Beneden-Oostzeedijk te kijken. Haar beschrijving van het boertje, dat daar ondermeer werd doodgeschoten, is me altijd bij gebleven. Ze heeft hem zien liggen, met zijn klompen aan en een mandje eieren aan de arm. Hij was niet bij het verzet, was geen Jood of zigeuner maar stierf evengoed. 

Toen de oorlog in Irak uitbrak herleefde mijn oma het bombardement. Handenwringend zat ze voor de televisie te huilen. Is dat niet ook het herdenken waard? Of moet leed fysiek, zelfs fataal zijn, wil je het mogen herdenken?

Persoonlijke beleving

Herdenken mag dan natuurlijk ook best een beetje persoonlijk zijn. Ook al staan we met zijn allen stil, ieder beleeft die twee minuten stilte op zijn eigen manier. Die strijd over wie er wel en niet herdacht mogen worden vind ik dan ook uitermate storend – niet te zeggen aanmatigend.

Goed, dat het (willen) herdenken van collaborateurs en nazi’s gevoelig ligt en dat daar geen animo voor is, dat mensen het zelfs als pijnlijk kwetsend ervaren, dat begrijp ik. Met die gevoeligheden moet ook rekening gehouden worden.

Daarnaast echter, is het een Nationale Herdenkingsdag. Slachtoffers van de Politionele Acties in Nederlands-Indië, mensen die sneuvelden tijdens latere vredesmissies – ook dat zijn onze nationale doden. Onder de mensen die herdenken zijn almaar minder mensen die zelf de Tweede Wereldoorlog nog meemaakten en we herdenken juist opdat ook de generaties na hen weten; “Dit nooit weer”. 

Die les willen we doorgeven. Actueel houden. Misschien is het dan ook niet verwonderlijk dat die les van toen gespiegeld wordt op recentere gebeurtenissen. Misschien is dat zelfs wel noodzakelijk, want hoe langer geleden, des te abstracter wordt zo’n gebeurtenis in ons gezamenlijk geheugen. Misschien is juist wel het belangrijkste onderdeel van die les dat, wat er toen gebeurde, opnieuw gebeuren kan. 

Iedereen kan die volgende keer slachtoffer zijn. Iedereen kan die volgende keer dader zijn. Het is aan ons allemaal om dat niet te laten gebeuren.
 

Kwalijk

Meneer Vuijsje meent dat het “algemene karakter” van de Nationale Herdenking kwetsend is voor Joodse Nederlanders. Hij schetst een beeld van een gemeenschap die “het gevoel heeft dat antisemitisme in de Nederlandse samenleving toeneemt, zich kwetsbaar voelt en – vooral – het gevoel heeft ‘er alleen voor te staan’.”

Dat sentiment stemt me treurig, maar ik vind het ook wat tegenstrijdig.

Het veranderende karakter van die Nationale Herdenking is onontkomelijk, de geschiedenis staat niet met de Tweede Wereldoorlog stil. Het sluit de Joodse gemeenschap ook zeker niet uit, er blijft aandacht voor de Holocaust en alle slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. De Joodse gemeenschap kan en mag verkiezen stil te blijven staan in de voortkabbelende beek van onze nationale geschiedenis, maar dat doet het water niet stilstaan.

Meneer Vuijsje gaat verder en koppelt groeiend antisemitisme, een verruwende maatschappij, een kritischer houding ten op zichte van jongensbesnijdenis en het onbedwelmd slachten (fundamentalistisch-atheïsme noemt meneer dat) aan dat veranderende karakter van de Nationale Herdenking – dat is geen fair play.

Antisemitisme moet bestreden worden, net als elk ander xenofobisch gedachtengoed, maar dat redden we niet met die ene dag herdenken alleen. Die verruwende maatschappij raakt ons allen en niet louter meneer Vuijsje, en ook dat staat los van de Nationale Herdenking.

Kritiek op jongensbesnijdenis en het onbedwelmd slachten zal meneer Vuijsje moeten leren velen, wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog met zijn gemeenschap gebeurd is kan geen makkelijk middel zijn om hedendaagse kritische monden te snoeren. Dat is misbruik maken van de geschiedenis, vind ik.

Aanstaande zaterdag zal ik in die korte twee minuten weer proberen állen te herdenken. Misschien, heel misschien, steel ik nog een seconde om te denken aan de jongste jongens die niet vrijwillig in het leger van de Duitse bezetter dienden. Meteen zal ik denken aan Etty Hillesum, in al haar wijsheid;

“En al zou er nog maar één fatsoenlijke Duitser bestaan, dan zou die het waard zijn in bescherming genomen te worden tegen de hele barbaarse bende en om die éne fatsoenlijke Duitser zou men dan niet zijn haat mogen uitgieten over een geheel volk.”
 

Beschroomd zal ik daarna huiswaarts keren.

2 gedachtes over “Nationaal Herdenken

  1. Vanachter mijn toetsenbord en naoorlogse geboortedatum..
    Ik zou niet weten hoe en in welke omstandigheden de oorlog mij gebracht zou hebben.
    Mijn voorouders hebben wel persoonlijke slachtoffers te gedenken.
    Het overleven had ook zijn prijs.
    Verscheurde familie's zijn ook slachtoffers.
    Maar nu zijn we wat generaties verder..
    De groep wat persoonlijk de slachtoffers van WO2 hebben gekend dunt uit.
    Toch vind ik dat je moet blijven gedenken.
    Bizar is… er zonder oorlog mijn ouders elkaar nooit ontmoet zouden hebben.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s