Batavia’s Graveyard

Er zijn stukken vaderlandse geschiedenis die me in de loop van de jaren zijn blijven fascineren. Zo ook de ondergang van een van de spiegelretourschepen van de VOC, de Batavia.

De in 1598 in Leeuwarden geboren Jeronimus Corneliszoon was een aan lagerwal geraakte apotheker, die er bepaald ketterse ideeën op na hield. Naar verluidt verkeerde hij in dezelfde kringen als de van Anabaptisme beschuldigde schilder Torrentius. Na zijn faillissement zag Corneliszoon zich genoodzaakt zich aan te melden bij de Verenigde Oostindische Compagnie. Op zijn dertigste scheepte hij in op de Batavia, als onderkoopman.

De Batavia was hagelnieuw toen zij op 29 oktober 1628 richting Java vertrok. Haar kapitein, Ariaen Jacobszoon, wist aan boord één man boven zich; opperkoopman en Antwerpenaar Franciso Pelsaert. Jacobszoon en Pelsaert hadden elkaar voordien al ontmoet en lagen elkaar niet. Met de voormalige apotheker kon de schipper het echter goed vinden, zo goed dat ze halverwege de reis naar Java samen het idee opvatten de Batavia te kapen. Ze ronselden een groep gelijkgestemden onder de opvarenden; vooral zeelieden en soldaten. Nog voor ze hun plannen ten uitvoer konden brengen leed de Batavia echter schipbreuk op een koraalrif voor de westkust van Australië.

Opperkoopman Pelsaert en schipper Jacobszoon zeilden met een deel van de opvarenden in Batavia’s grote sloep naar Batavia om hulp te halen. Jeronimus Corneliszoon bleef achter met zo’n tweehonderd andere opvarenden. Hij vatte het onzalige plan op het schip, dat hen vanuit Batavia te hulp zou komen, te kapen en had daar een groep sterke volgelingen voor nodig. Om tegenstanders uit te schakelen begon hij groepen schipbreukelingen, waarvan hij meende dat ze Pelsaert en de Compagnie trouw zouden blijven, onder allerlei voorwendselen naar andere koraaleilanden te verplaatsen.

Zo liet hij een groep soldaten, waaronder Wiebbe Hayes, overbrengen naar een ander eiland waar zij naar water moesten zoeken. Jeronimus liet hen op het eiland achter in de overtuiging dat ze er om zouden komen van dorst.

Nu hij de groep schipbreukelingen verdeeld had begonnen hij en zijn groep vertrouwelingen een schrikbewind over de overblijvers. Jeronimus Corneliszoon blijkt een meestermanipulator en een psychopaat. Bij elkaar zouden zijn volgelingen in zijn opdracht meer dan honderd mensen op de meest brute manieren vermoorden. Daarbij werden de vrouwen, kinderen en zelfs babies die aan boord van de Batavia meevaarden niet gespaard.

De laatste slag die hij leveren moest was tegen de groep soldaten onder leiding van Wiebbe Hayes. Zij hadden, tegen de verwachtingen van Jeronimus in, water op hun eiland gevonden en zich in leven kunnen houden. Ze hadden zich op hun eiland ingegraven en wanneer Jeronimus voet aan wal zet weten ze hem gevangen te nemen.

Het dertigtal overgebleven muiters koos een nieuwe leider uit hun midden; Wouter Loos. Met het aantreden van Loos kwam er een einde aan de moordpartijen en de rest van  Batavia’s opvarenden hoefde niet langer voor zijn leven te vrezen. De overlevende vrouwen wisten zich echter nog altijd aangesteld voor “algemeen gebruik” en Loos bleef het voorzien hebben op Wiebbe Hayes en zijn groep loyalisten. Op de ochtend van 17 september 1629 vielen Loos en zijn muiters hen opnieuw aan en het kwam tot een twee uur durende veldslag. Dan verschijnt er een schip aan de horizon.

Het is de Sardam, met aan boord opperkoopman Francisco Pelsaert. Met behulp van zijn bemanning is de strijd algauw beslist en de muiters worden ingerekend. De opperkoopman begint hen dezelfde middag nog te verhoren, waarbij hij het zeventiende eeuwse idee van waterboarding niet schuwt. Pelsaert veroordeelt een groot deel van de muiters tot de dood, een vonnis dat nog op de eilandengroep ten uitvoer wordt gebracht. Jeronimus Corneliszoon wordt het zwaarst gestraft; hem worden beide handen afgehakt en vervolgens wacht hem de strop. Anderen worden gekielhaald of krijgen honderd zweepslagen, twee worden op het vasteland van Australië achtergelaten.

De lotgevallen van de Batavia en haar opvarenden lezen weg als een Lord of the Flies of een Robinson Crusoe. Ze zijn echter werkelijk gebeurd. Mike Dash beschrijft die lotgevallen tot in detail in zijn “Batavia’s Graveyard”. Hij heeft zijn research uitmuntend gedaan en deze verweven tot een spannend, meeslepend verhaal. Een absolute aanrader.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s