Vrijheid van (on-) geloof

Wat is de plaats van religie nog in onze maatschappij? Aantallen gelovigen en het kerk- en moskeebezoek lopen al jaren terug. De grootste groep mensen in Nederland is inmiddels die geen geloof aanhangt. Nochtans kent de bestaande wetgeving juist gelovigen buitengewoon veel privileges toe, zoals Thijs Kleinpaste (D66) en Marcel Duyvestijn (PvdA) eerder in de Volkskrant al concludeerden, en zijn zij à la Animal Farm net wat gelijker voor de wet.

Dat alles vindt zijn grondslag in het grondwettelijk artikel 6 uit onze Grondwet.

Artikel 6 Grondwet
1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet;
2. De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Artikel 6 levert voor gelovigen een verruiming op van de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. Het proces tegen imam Khalil El Moumni maakte al duidelijk dat een gelovige wegkomt met beledigingen, waar een ongelovige voor veroordeeld zou worden, simpelweg door die te doen met een hand op een heilig boek.

Discriminatie van vrouwen en homoseksuelen is bij wet verboden, maar als het op religieuze gronden gebeurd is het sentiment veeleer dat “het moet kunnen”. Dat is eender of het nu het Vrouwenstandpunt van de SGP betreft of een islamitische vrouwenhandenweigerende docent aan de Amsterdamse Hogeschool. Of, erger nog, ambtenaren die in functie de gelegenheid krijgen te discrimineren en mogen weigeren een huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht te sluiten. Als het maar op religieuze gronden is, welteverstaan – dan mag je mensen kennelijk een recht ontzeggen dat hen volgens onze wetgeving zondermeer toekomt.

Dat grondwettelijk artikel klinkt zelfs door in de Zondagswet, Winkeltijdenwet en de zondagssluiting. Daarnaast is er het gegeven dat de onbedwelmde slacht bij wet verboden is, maar die wet tegelijkertijd een (onnodige!) uitzondering maakt voor het koosjer en halal slachten. Dit op grond van diezelfde vrijheid een godsdienst of levensovertuiging vrij te belijden.

Gelovige Nederlanders genieten zelfs meer bescherming door de wet dan ongelovige Nederlanders. Voor ons allemaal is er artikel 137c, voor gelovigen is er daarnaast nog het wetsartikel tegen smalende godslastering. Voor wie meent dat dit artikel een dode letter is, simpelweg vanwege lange tijd ongebruikt; Nog niet zo lang geleden liet een kabinet zelfs nog onderzoeken of de strafbaarstelling van godslastering niet zelfs verruimd kon worden, al was het maar als middel mensen als een Theo van Gogh de mond te snoeren. Zo lang dat artikel deel uitmaakt van onze wetgeving is en blijft het een knap staaltje rechtsongelijkheid, dat ieder moment nieuw leven in kan worden geblazen.

Het op zo’n wijze bevoorrechten van gelovigen is niet meer van deze tijd. Nederland kent weliswaar een scheiding van kerk en staat, maar deze is vooralsnog onvolledig. Het is hoog tijd daar eens verandering in te brengen. Een neutrale overheid is van groot belang, zeker in een pluriforme maatschappij als de onze. Van wie die overheid vertegenwoordigt mag dan ook zeker een neutraal voorkomen vereist worden en in die zin is er al helemaal geen plaats voor ambtenaren die hun persoonlijke religieuze opvattingen denken voor te kunnen laten gaan op het recht van burgers op een gelijke behandeling in gelijke gevallen.

Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) pleit vandaag (in een interview met De Pers) dan ook geheel terecht voor een “meer beschouwend debat over de scheiding van kerk en staat”. Wat haar betreft kan artikel 6 geschrapt worden uit onze Grondwet en dragen ambtenaren niet langer religieuze symbolen.

In het laatste geval vind ik het jammer dat die discussie zich voornamelijk toespitst op het islamitische hoofddoekje. Dat is bijna onfris, maar de discussie is in haar algemeenheid de moeite meer dan waard. Het niet langer toestaan van een hoofddoek, keppel of een kruisje aan een ketting bij een ambtenaar aan een gemeenteloket heeft wat mij betreft ook geen prioriteit, eerst en vooral heeft die ambtenaar het homohuwelijk zonder morren te sluiten en een uitgestoken vrouwenhand zondermeer aan te nemen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s