Dura lex, sed lex

Vanaf het moment dat ik Jeroen Pauw tijdens het televisieprogramma “5 jaar later” de vraag aan korpschef Bernard Welten hoorde stellen of deze denkt dat zijn dienders een vrouw in boerka zullen gaan arresteren zag ik een miscommunicatie van epische proporties geboren worden. Een arrestatie is immers een bijzonder zwaar middel, in dit geval voor een licht vergrijp. Er wordt in het Nederlandse strafrecht een duidelijk onderscheid gemaakt tussen overtredingen en misdrijven en een arrestatie voor de eerste is een, eufemistisch gezegd, zeldzaamheid.

De heer Welten geeft tijdens dat interview even later dan ook duidelijk aan dat hij denkt dat vrouwen in dergelijke gewaden aangesproken zullen worden, maar dat hij niet gelooft dat ze daadwerkelijk gearresteerd zullen worden.

Het lijzige “Ze overtreedt de wet” van Jeroen Pauw zet ons al snel op het verkeerde been. Een wildplasser overtreedt echter ook de wet en zo ook iemand die zijn wagen ten onrechte op een invalidenparkeerplaats parkeert. Nochtans worden u en ik voor dergelijke overtredingen niet stante pede aangehouden en naar een politiebureau overgebracht, maar wordt de zaak direct op straat nog met ons afgedaan met een al dan niet gepeperde bekeuring.

Dat is wat we in dit land van agenten verwachten; een in acht nemen van zaken als subsidiariteit en proportionaliteit. Daarbij krijgen die agenten heel nadrukkelijk de vrijheid van hun discretionaire bevoegdheid en in die zin is het zeker zaak dat agenten hun eigen, gezonde verstand blijven gebruiken.

“Sommige dingen sla ik over” is natuurlijk een bepaald onhandig antwoord als het gaat om het niet willen handhaven van wetgeving, maar van dat laatste is, zoals Welten heel terecht opmerkt, nog helemaal geen sprake. Voornemens uit een regeerakkoord zijn bij lange na nog geen wet, daarvoor moet eerst nog heel wat gebeuren. Het verbod op gezichtsbedekkende kleding, dat “boerkaverbod”, moet nog ingaan, het voltallig parlement zal daar haar licht nog over moeten laten schijnen en de uitvoering ervan zal ook nog vorm moeten krijgen.

Ondanks het gegeven dat ik een verbod op gezichtsbedekkende kleding voorsta, waardeer ik het pragmatisme van de Amsterdamse korpschef en daarbij, het staat ook een korpschef vrij te discussiëren over de wenselijkheid en, niet te vergeten, uitvoerbaarheid van zo’n voorgenomen verbod.

De mening van Martin Sitalsing, korpschef van Twente, verdient op die wijze ook ruimte. Hij viel zijn Amsterdamse collega bij en liet weten dat ook wat hem betreft het handhaven van zo’n boerkaverbod niet direct een prioriteit is; het “terugdringen van overvallen, jeugdcriminaliteit en woninginbraken” gaat voor. Nijpende tekorten aan onder andere rechercheurs betekenen immers nu al dat buitengemeen veel zaken op de plank blijven liggen, wat dat betreft wil ik memoren aan de inmiddels hopelijk beruchte plankzaak in Enschede.

Ik kan me goed voorstellen dat de heer Sitalsing na die affaire dat hele kabinet aan ziet komen, met haar boerkaverbod.

De VVD, het CDA en de PVV vielen natuurlijk zwaar over de uitspraken van betrokken korpschefs, dat boerkaverbod is immers het kindje van dit kabinet. Hero Brinkman, voormalig politieagent, is de mening toegedaan dat “Welten niet op deze manier prioriteiten kan stellen”. Daarmee gaat hij voorbij aan het feit dat de stukbezuinigde korpsen al tijden prioriteiten móeten stellen en de politiek daar hoofdelijk voor verantwoordelijk is.

Waar immers, blijven die duizenden agenten erbij?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s