Plankzaken

In mei dit jaar schoot een drieëndertigjarige man zijn ex, haar zoontje van negen en haar zus dood, om vervolgens de hand aan zichzelf te slaan. Dat gebeurde in een woning aan de Utrechtlaan in Enschede. Het “gezinsdrama” werd breed uitgemeten in de pers.

De politie, het Openbaar Ministerie en de gemeente Enschede deden onderzoek naar de toedracht van de moorden en vandaag verscheen het onderzoeksrapport met hun conclusies. Een van de meest ontluisterende conclusies van dat rapport is dat de politie de uiteindelijke schutter wel in de peiling had vanwege huiselijk geweld, maar geen manskracht genoeg had om hem strafrechtelijk te vervolgen vanwege de mishandeling en bedreiging van zijn ex – terwijl ze dat wel van plan was.

In de zes jaar dat het stel een relatie met elkaar had kwam het meermaals tot escalatie. Een maand voor de moord reed de man zelfs op de vrouw en haar kind in. Ondanks het gegeven dat huiselijk geweld al sinds jaar en dag een speerpunt is van zowel het Openbaar Ministerie en de diverse politiekorpsen in Nederland, maken werkdruk en personeelstekort het dus voor de politie onmogelijk zelfs dit soort zaken fatsoenlijk op te kunnen pakken. Op cruciale momenten was niet de juiste informatie voorhanden en politie, Openbaar Ministerie en de nodige hulpverlening waren niet goed op de hoogte van elkaars bevindingen.

Ik kan me vinden in de opmerking van korpschef Martin Sitalsing, die meent dat het de diverse instanties niet te verwijten is dat dit drama zich heeft afgespeeld. ”Dat kun je nooit, hoewel bij deze zaak de informatie versnipperd was en op het juiste moment cruciale informatie niet voorhanden bleek”. De verantwoording voor zulks ligt inderdaad te allen tijde bij de dader – die kun je niet afwentelen op een ander. Dat de man een vuurwapen bezat was bij de politie onbekend en dat hij tot een dergelijk exces in staat was kon niemand vermoeden. Daarnaast is het een illusie te denken dat de politie en de diverse hulpinstanties zaken als deze altijd zullen kunnen voorkomen.

Jarenlange bezuinigingen, personeelstekorten, hoge werkdruk, gebrekkige communicatie– en informatiesystemen zullen echter bepaald niet meewerken.

In 2006 luidde het LSOP al de noodbel over een dreigend tekort aan rechercheurs, omdat er stevig werd gekort op het budget voor het opleiden van specialisten binnen de politie. September vorig jaar nodigde de Tweede Kamer toenmalig minister Ter Horst uit voor een spoeddebat over verdere bezuinigingen op de politie. De politiekorpsen kampten inmiddels met zo’n chronisch tekort aan gekwalificeerde rechercheurs dat grote zaken onopgelost op de plank bleven liggen. Ter Horst beloofde er wel honderd rechercheurs bij, terwijl de korpsen er gezamelijk bijna vijfhonderd tekort kwamen. Van ellende liet men agenten uit de geünifomeerde dienst (het “blauw op straat”) en soms zelfs agenten in opleiding zaken onderzoeken.

Afgelopen juni werd dat nogmaals bevestigd; “Mijn agenten moeten uitleggen aan de slachtoffers dat hun zaak niet wordt aangepakt omdat er onvoldoende rechercheurs zijn” aldus korpschef Heijsman.

Misschien dat de politiek nu eindelijk inziet dat de huidige bezuinigingen op de politie dringend een halt toegeroepen moeten worden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s