Boeten

Ik heb altijd gemeend dat de mate van vrijheid die burgers in een land genieten mede af te meten is aan de hoeveelheid en aard van kritiek die een overheid zich over zichzelf laat welgevallen. Wat dat betreft scoort Nederland deze week weer heel aardig, al moet daarbij gezegd dat wij met onze klaagcultuur natuurlijk wel bij voorbaat al een lichte voorsprong hebben. Vooral de sterke arm der wet moest het de laatste dagen ontgelden. Zo versleet het Algemeen Dagblad hen voor “enorme brokkenpiloten”, want de dames en heren agenten waren in 2008 en 2009 betrokken bij maar liefst 19.363 aanrijdingen. Een imponerend getal, dat moet gezegd.

Een eenvoudige rekensom leert dat het om een schadegeval per politieregio per dag gaat. Om hoeveel aanrijdingen het nu per voertuig en gereden kilometers gaat – en hoe dat in verhouding staat tot de huis, tuin en keukenauto, die wij burgers gemiddeld 23 uur per dag voor de deur hebben staan, was aardig geweest om te weten. Helaas, aan die gegevens waagt het Algemeen Dagblad zich niet. Aangezien politievoertuigen boldly go waar geen particulier voertuig komt en een spoedrit of achtervolging geenszins te vergelijken is met dagdagelijks woonwerkverkeer is een dergelijke vergelijking misschien unfair, maar ’t is me nu volstrekt onduidelijk in welk perspectief die cijfers staan.

Wel was de politie volgens de krant “vaak zelf de veroorzaker van de ongevallen”. Ik heb geen idee wat “vaak” is, ook daar zwijgt de redactie in alle talen over. Is dat 10% van de gevallen, 20% of meer dan de helft? Ook over enige omstandigheden worden we van deze berichtgeving niets wijzer. Natuurlijk mag je als belastingbetaler verwachten dat oom agent netjes omgaat met het materieel dat hem ter beschikking gesteld wordt. Iedere schade uit pure onachtzaamheid is er dus een te veel en daar mag je als burger de politie inderdaad best vragen verantwoording over af te leggen.

Dat Nederlandse burgers daarin ook kunnen overdrijven blijkt wel uit recente berichtgeving op GeenStijl. Een burger ziet een politiebus over de A28 rijden en tot ergenis van die burger heeft genoemde politiebus er behoorlijk de vaart in. De verontwaardiging (en het Calimerocomplex) is groot bij de bestuurder en diens bijrijdster, want hoe durven ze daar in die politiebus, zo zonder sirene, zonder lichten! Met een mobiele camera op de kilometerteller gericht zetten ze de achtervolging in.

Koud een week later verschijnt eenzelfde filmpje, waarbij een andere man op zijn beurt meent een politiebus een staartje te moeten geven. Hij moet het er maar druk mee gehad hebben, want in tegenstelling tot de eerste filmer ontbeert hij een lieftallige assistente. Terwijl hij met 150 kilometer per uur de politie achtervolgt becommentarieert hij het tafereel én heeft hij zijn mobieltje in een knuist, dat hij al filmend beurtelings op de politiebus in kwestie en het eigen dashboard richt. Met ’s mans verwaten “het gaat lekker met de politie tegenwoordig, jongens” en het lezen van de vele “reaguursels” overvalt mij een vlaag van plaatsvervangende schaamte.

Het is immers zo gelegen dat de politie een vrijstelling heeft van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Die vrijstelling kent een voorbehoud; een en ander moet voor de uitvoering van de politietaak noodzakelijk zijn en het overige verkeer mag niet in gevaar worden gebracht. Dat betekent dat agenten verkeersregels mogen negeren, zelfs al surveilleren ze alleen maar. Jazeker, dat mogen zij dus wel en u en ik niet.

Zij zijn groot en ik is klein en da’s niet eerlijk, o nee…”

Aangezien het voor ons als medeweggebruikers onmogelijk is aan een willekeurig passerend politievoertuig af te zien waar de bemanning op dat moment mee bezig is, is het voor ons ook onmogelijk te zeggen of zij zich aan hun richtlijnen houden. Wat rest is hoe de waard zijn gasten vertrouwt.

Een andere algemene misvatting is dat een agent zulks alleen maar zou mogen doen wanneer hij optische en geluidsignalen voert. Dat is dus niet zo, het voeren van dergelijke signalen is geen voorwaarde voor genoemde vrijstelling. Die toeters en bellen maken het voertuig dat ze voert tot voorrangsvoertuig, hetgeen betekent dat al het andere verkeer hem ruim baan heeft te geven. De reactie van het betreffende korps op de aantijgingen tegen de “A28-racer” mag dan ook geen verrassing heten.

Het is daarmee nog niet uit met de pret. De Telegraaf weet ons vandaag te melden dat Rotterdamse “agenten moeten boeten“. De krant claimt dat ze de hand heeft weten te leggen op een “speciaal contract” van het korps Rotterdam-Rijnmond waarin zou staan dat een diender jaarlijks zo’n 120 bekeuringen per uit moet schrijven, dat is er een per twee werkdagen. Er is jaren geleden veel te doen geweest om prestatiecontracten die politiekorpsen kregen opgelegd en de bonnenquota, die daar onderdeel van waren. Na veel vijven en zessen besloot de politiek uiteindelijk weer van die opgelegde bonnenquota af te stappen, waarbij Guusje ter Horst in haar hoedanigheid van minister wees op de eigen verantwoordelijkheid die de politiekorpsen hebben voor wat betreft hun prestaties.

Ik heb de vele ophef over die bonnenquota nooit erg begrepen, het betrof destijds immers een bon per agent per dag en iedere werkgever stelt criteria om het functioneren van zijn werknemers aan te kunnen toetsen. Tijdens mijn dagelijkse wandelingetje naar mijn werk zou ik al een half bonnenboekje vol kunnen schrijven, want zo wetsgetrouw zijn wij Nederlanders nu eenmaal niet – zeker niet in het verkeer. Een agent die twee dagen lang buiten loopt en geen enkele misdraging ziet heeft zijn ogen in zijn zakken zitten en het is terecht dat hij daarop wordt aangesproken door zijn werkgever.

Onze nationale neiging tot externaliseren, Nederlanders rijden immers niet zo zeer te hard maar worden veeleer “gepakt”, maakt dat we onze schuld graag op de ons betrappende agent projecteren. We verfrommelen het ons uitgereikte gele papiertje en lispelen een boos “ga toch boeven vangen”, maar vergeten daarbij al te licht dat zulks nu juist hetgeen is dat hij zojuist deed.

Dat Rotterdamse agenten gekort zouden worden wanneer ze niet aan de huidige norm die het korps Rotterdam-Rijnmond hen oplegt voldoen, zoals de Telegraaf beweert, gaat echter ook mij te ver. Natuurlijk, een agent moet zijn werk naar behoren doen en het uitschrijven van boetes voor gedragingen die hij signaleert hoort daar gewoon bij. Dat een korps een manier verzint om die werkzaamheden te kunnen monitoren is ook prima. Boetes zijn echter eerst en vooral bedoeld om misdragingen te corrigeren en daarbij zie ik de discretionaire bevoegdheid van agenten graag gewaarborgd. Het besluit een bon te schrijven danwel het bij een waarschuwing te laten moet afhankelijk zijn van de feiten en omstandigheden tijdens zo’n bekeuringsituatie en niet van het al dan niet in moeten leveren van een periodiek.

Gelukkig beseft ook het korps Rotterdam-Rijnmond dat en van agenten die op hun salaris gekort zouden worden omwille van een te weinig aan uitgeschreven bekeuringen blijkt geen sprake.

Tot zo ver de Telegraaf, de weinig wakkere krant van makkelijk op te naaien Nederland.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s