Blijf af van het recht!

Gisteren kopten het NRC en De Telegraaf in chocoladeletters “OM in geldnood: Taakstraf wordt boete“. Omdat het Openbaar Ministerie in geldnood verkeert zouden er vaker geldelijke boetes worden opgelegd in plaats van taakstraffen en moeten verkeersboetes met vijftien procent worden verhoogd. Op deze wijze zou men een miljoenentekort willen compenseren, aldus beide kranten.

Er is heel wat gaande binnen het Openbaar Ministerie, inderdaad omwille van haar begroting. Dat is geen nieuws natuurlijk, de broekriem moet worden aangehaald en in Nederland bezuinigen we nu eenmaal net zo makkelijk op zaken als het recht en het onderwijs.

Er wordt dus druk gereorganiseerd en er geldt in het Rotterdamse een vacaturestop voor de functie van Officier van Justitie. Dat is koren op de molen van advocaat Frank van Ardenne die weet te melden dat strafdossiers van zaken, waarbij de verdachte niet in aanmerking kwam voor voorlopige hechtenis, vertraging oplopen. Sterker nog, volgens Van Ardenne “hoor je van veel zaken nooit meer iets. Dat worden gewoon plankzaken. Daarbij gaat het soms om ernstige delicten, zoals fraude of doodslag“.

Voorlopige hechtenis overigens, kan worden opgelegd bij misdrijven waar vier jaar of meer gevangenisstraf op staat, plus een aantal afzonderlijk genoemde misdrijven. Dat alles staat in artikel 67 uit het wetboek van strafvordering. Daarnaast moeten er “ernstige bezwaren” tegen de verdachte bestaan en er moet een reden zijn die voorlopige hechtenis op te leggen. Vluchtgevaar, een grote kans op recidive of eenvoudigweg in het belang van het onderzoek. Het Openbaar Ministerie kan die voorlopige hechtenis gedurende haar zogeheten voorbereidend onderzoek vorderen.

Terecht natuurlijk dat dergelijke (zwaardere) zaken voorrang krijgen, sterker nog, er is bij wet vastgelegd dat iemand in voorlopige hechtenis binnen negentig dagen voor een rechter dient te staan. Dat er een noodzaak is tot het prioriteren van zaken is echter zorgwekkend.

Want die rechter nu, staat evenals de politie en het Openbaar Ministerie onder druk. Eergisteren nog gaf de voorzitter van de rechtbank in Den Haag, Frits Bakker, acte de présence bij de televisieprogramma’s Nova en Nieuwsuur. Hij luidde de noodklok. De huidige tijds- en werkdruk en de nadruk op budgetten zitten rechters in de weg. Rechtbanken worden per zaak betaald en dus krijgt een rechter per zaak een tijdslimiet voor de kiezen. Het gevolg daarvan, aldus Bakker, is dat een rechter niet de tijd heeft een dossier zo uitgebreid te lezen als hij zou willen en hij meer moet delegeren dan hem lief is. Dat staat volgens mij toch de onafhankelijkheid van de rechter in de weg.

De politie, het Openbaar Ministerie en de rechter zijn dus onderbemensd en onderhavig aan almaar verregaander bezuinigingen. Dat raakt rechtsgang in haar geheel en dat is buitengewoon zorgelijk. Als burger wil ik immers kunnen rekenen op een bepaalde mate van veiligheid en wanneer mij iets wordt aangedaan stel ik er prijs op dat degene die dat deed kan rekenen op een reële pakkans. Eenmaal in de kraag gevat zie ik mijn belager liefst met een gedegen dossier en dito bewijsvoering tegenover een rechter komen te staan, die in al zijn wijsheid tot een weloverwogen en gedegen vonnis komt. Daarbij wil ik dan ook nog eens zelf niet het slachtoffer kunnen worden van willekeur en dat betekent dat ik, ook al heb ik niets op mijn kerfstok, een onafhankelijke rechtsgang gewaarborgd wens te zien.

Dat hele proces kost meer geld dan het oplevert, daar maakte ik me al geen illusies over, maar dat heb ik er als belastingbetaler graag voor over. Belastingbetaler inderdaad, u leest het goed.

De indruk, die het NRC en de Telegraaf wekken, dat de geldelijke boetes die door het Openbaar Ministerie geïnd worden direct haar eigen kas in zouden gaan klopt immers van geen kant. Dat werkt bij gemeenten weliswaar zo, maar in het geval van dat Openbaar Ministerie heeft alleen de staatskas daar profijt van. Die sommen gelds mag het Openbaar Ministerie niet houden en ze heeft geen inspraak in het uitgeven ervan. Dat zou immers een kanjer van een belangenverstrengeling zijn en zo zit deze rechtstaat nu eenmaal niet in elkaar.

Sterker nog, een beslissing niet langer taakstraffen maar geldstraffen op te leggen is niet aan het Openbaar Ministerie. Die beslissing is louter en alleen aan de wetgever, in dit geval het toekomstig kabinet. Pauw&Witteman namen het onderwerp klakkeloos over en nodigden advocate Inez Weski uit om er haar licht eens over te laten schijnen. Weski’s voornaamste punt; “blijf af van het recht” onderschrijf ik van harte.

Op zich is het nog niet eens zo’n gek plan om de rechtsgang te bekostigen uit de opbrengsten van boetes en vorderingen. Dat is natuurlijk wel geheel iets anders dan een club politici die de rechtsgang probeert te kapen om de gaten in de Rijksbegroting op te vullen. Het idee van “de vervuiler betaalt”, zal ik maar zeggen, klinkt op het eerste gehoor niet onaardig. Het gevaar van die belangenverstrengeling ligt dan echter wel op de loer en dat zou een gedegen rechtsgang in de weg staan.

Rest de vraag; wat mag die gedegen rechtsgang nog kosten?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s