Spiegeltje, spiegeltje aan de wand…

Wie is de crimineelste van het land?

In de laatste editie van het Tijdschrift voor de Criminologie presenteren onderzoekers Arjan Blokland, Kim Grimbergen, Wim Bernasco en Paul Nieuwbeerta hun studie naar de al dan niet criminele gangen van de lichting 1984. Een monsterstudie dus naar iedereen die in dat jaar geboren werd, waaruit moet blijken of er een verband is tussen etniciteit en de mate waarin men tot het criminele vervalt, een dergelijke studie is een novum. De onderzochte personen, zowel jongens als meisjes, zijn gevolgd van hun twaalfde tot hun tweeëntwintigste jaar. De resultaten zijn bepaald vooroordeelbevestigend en dat is natuurlijk niet zonder risico.

De meest in het oog springende groepen zijn Marokkanen, Antillianen en Surinamers. Iets meer dan de helft van de Marokkaanse jongens (54%) komt met de politie in aanraking, waar dat onder autochtonen 20% is. Dat laatste, een op de vijf, vind ik al niet mals. Daarbij komt dat Marokkaanse jongens er het vroegst bij zijn; ze lopen gemiddeld een jaar voor op hun autochtone evenknieën. Het percentage veelplegers (in het onderzoek iedereen die vijf keer of meer als pleger van een misdrijf geregistreerd staat) is onder autochtone heren 12,8% en onder de Marokkaanse 23,3%.

Marokkaanse meiden zijn niet veel braver dan de dito heren; ook zij zijn oververtegenwoordigd in de misdaadstatistieken. Waar 5,4% van alle in 1984 geboren meiden in aanraking met de politie komt, gebeurt dat 16,6% van de Marokkaanse meiden. Surinaamse en Antilliaanse meiden komen drie keer vaker in aanraking met de politie dan autochtone meiden.

Tot zo ver is dit natuurlijk ontluisterend, zeker wanneer ik een en ander vergelijk met een onderzoek van een paar jaar geleden waarin ook al sprake is van een oververtegenwoordiging maar toch niet in deze mate. Nochtans is de vraag wel wat nu de oorzaak is van dit al. De auteurs stellen onomwonden vast dat de diverse achtergronden van de daders, cultuur en godsdienst, zo ver uiteenlopen dat daar geen oorzakelijke verklaring uit gedestilleerd kan worden. De lager dan gemiddelde sociaal-economische positie van allochtonen zien zij echter wel meewegen. Zo zou men in “lagere kringen” bijvoorbeeld meer negatieve rolpatronen tegen het vege lijf lopen.

In de mate van integratie zien de onderzoekers ook een factor, maar men concludeert dat onder Marokkaanse jongens het juist het criminele percentage is dat beter geïntegreerd is. Dat druist tegen mijn verwachtingen in, maar kennelijk is juist onder hen de frustratie over het niet kunnen realiseren van hun wensen (vanuit een achtergestelde positie) groter.

Sociale controle binnen gezin en gemeenschap blijkt volgens de auteurs ook een aanzienlijke rol te spelen, al bijt die conclusie met het gegeven dat Marokkaanse meisjes oververtegenwoordigd blijken binnen deze statistieken. Naar verluid worden zij van huis uit juist heel erg gecontroleerd, maar zij kunnen de uitzondering zijn die de regel bevestigt.

Nochtans verbaas ik me, als bewoner van Rotterdam-Centrum, met regelmaat over de aantallen toch wel erg jonge jongelui die tot in de late uurtjes over straat gaan. Zelden tot nooit een ouder in zicht, die laten het in die gevallen mooi afweten. Dat is ook de politie alhier niet ontgaan; in een interview met een van onze wijkagenten las ik dat die de jongsten onder de nachtbrakende straatslijpers zelfs thuisbrengt.

Een andere verklaring die deze auteurs aandragen is dat de politie alerter zou zijn op allochtone jongeren dan op autochtone. Nochtans staat me een ander onderzoek voor de geest dat hier te lande werd uitgevoerd, waaruit anders bleek. Volgens de Gazet van Antwerpen was dat in 1999, toen de piepeltjes uit de doelgroep allen vijftien jaar oud waren. Ook de geluiden uit bijvoorbeeld de hooliganhoek (voor zo ver ik weet toch een redelijk autochtoon bastion) over een teveel aan politie-aandacht indachtig, ben ik niet erg genegen die invalshoek te volgen. Het veelgehoorde verbolgen “ga toch boeven vangen” moet men immers doorgaans toch ook vrij vertalen naar “andere boeven, maar mij niet”.

Wat ik overigens nog mis in dit verhaal is zijn de factoren schoolverzuim en, vooral, voortijdig schoolverlaten. Wie van school gaat zonder diploma heeft statistisch gezien al 2,5 maal meer kans in de criminaliteit te geraken. Dat voortijdig schoolverlaten komt vaker voor onder nietwesterse allochtone jongeren en een aanzienlijk deel van hen begeeft zich zonder startkwalificatie richting arbeidsmarkt.

Op zich vind ik dit een bijzonder interessant onderzoek, wat mij betreft verdiept men zich verder in alle oorzaken die deze problematiek heeft -zonder te (willen) stigmatiseren. Voor een dergelijk groot onderzoek vind ik de conclusies daarover mager en dat levert navenant weinig oplossingen op.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s