Dilemma

Nu de datum van de verkiezingen met rasse schreden nadert begin ik me ongemakkelijk te voelen bij het gegeven dat ik nog altijd zwevend kiezer ben. De Stemwijzer en de Kieswijzer heb ik inmiddels zo vaak ingevuld dat ik de vragen dromen kan, maar die blijven me halsstarrig wegzetten bij partijen waar ik me in het geheel niet vinden kan. Dat daargelaten worden ze het ook maar niet met elkaar eens, een apart gegeven wanneer ik in aanmerking neem dat ik mijn standpunten niet gewijzigd heb.

Ik bedacht me dat ik dan eens bij mezelf te rade zou moeten gaan; wat heb ik echt te mopperen en wat kan de politiek daar aan doen? Vooralsnog moet dan gezegd dat ik het niet slecht heb, in dit landje. Ik werd in vrijheid geboren met gelijke rechten en plichten als ieder ander Nederlands staatsburger, genoot een onbezorgde, gelukkige jeugd dankzij twee liefhebbende ouders en ik kom tot op de dag van vandaag eigenlijk niets tekort. Er was voor mij een gedegen schoolgang weggelegd en niemand die me tegenhield te gaan studeren. Vandaag de dag heb ik een leuke baan vol uitdagingen en tref ik het met een werkgever die me net zo veel betaalt als mijn mannelijke evenknieën. ‘T is een bescheiden salaris, but it pays the rent van mijn al even bescheiden appartementje. Ik heb te eten, ben verzekerd, houd voldoende over voor af en toe een gangetje naar de diverse schoenen- en kledingwinkels die Rotterdam rijk is, een uitje op zijn tijd en ik kan zelfs heel aardig aan mijn bibliofiele koopverslaving tegemoet komen. Hé, ieder zijn meug.

Al op jonge leeftijd stond ik in principe bij onze maatschappij in het krijt, al was dat maar vanwege de kinderbijslag en de studiefinanciering. Zoals een professor het ooit tegen een volle collegezaal zei, behoeft dat wellicht geen dankbaarheid, maar dan toch zeker enige erkentelijkheid.

Dat studeren een in zo’n mate dure aangelegenheid was dat ik de combinatie tussen werk en studie op den duur niet aankon en de studie uiteindelijk te hoog gegrepen bleek blijft tot op de dag van vandaag een pijnpunt, maar betekent wel dat de politieke partij van mijn voorkeur niet op het onderwijs moet willen bezuinigen tot het bloed eruit loopt. Studeren moet niet alleen voor de rijken zijn weggelegd, maar voor degenen die er de wil en de capaciteiten voor hebben. Dat bezuinigen op het onderwijs is sowieso niet handig voor een land dat er een kenniseconomie op nahoudt, kennis is hier immers een heuse productiefactor.

Dat van die gelijke rechten (en plichten, niet te vergeten) waarmee wij allen in dit landje ter wereld komen is voor mij een van de belangrijkste waarden die er zijn. Dat menselijke gelijkheidsideaal is de basis van de democratie en staat garant voor mijn vrijheden en mijn gelijkwaardigheid aan elke andere burger. Gelijk mannen mogen vrouwen dus stemmen, schoolgaan, werken en politiek bedrijven. Het vrouwenstandpunt van de SGP druist daar volstrekt tegenin en die partij is dus bij voorbaat voor mij geen optie.

Of je nu hetero- of homoseksueel bent maakt in dezen hier ook niet uit en in dat geval laat ik me graag voorstaan op de Nederlandse verworvenheid van het homohuwelijk. Dat is een prima toetssteen voor de mate van tolerantie in een land en is een aanzienlijke reden om confessionele partijen zoals de CU en de SGP, die dat homohuwelijk graag weer af zouden schaffen, direct af te schrijven. Die krijgen mijn stem niet. Ook het CDA, dat weigerachtige trouwambtenaren wil tolereren valt hier al af; een ambtenaar vertegenwoordigt onze seculiere staat en zijn persoonlijke religieuze bezwaren moeten daarvan losstaan. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld een Mohammed Enait, die dacht in de hoedanigheid van gemeentelijk ambtenaar vrouwen de hand te kunnen weigeren, gewoon omdat ’t vrouwen zijn en hij meent dat zijn religie hem verbiedt een uitgestoken vrouwenhand aan te nemen. Wat dat betreft denk ik dat, zou er een partij zijn die het laïcisme voorstaat, die mijn stem zou krijgen.

Evenmin wordt er in dit land onderscheid gemaakt naar afkomst, autochtonen hebben niet meer rechten dan allochtonen; wie een Nederlands paspoort heeft is Nederlands staatsburger en niets minder. Ik ben dus net zo vrij te doen en laten wat ik wil als alle andere Nederlandse staatsburgers en voor ons allemaal is de enige beperking op die vrijheden de wet. We hebben ook allemaal in gelijke mate recht op bescherming door die wet en dat alles wil ik graag zo houden.

Wanneer een politicus dan oppert aparte wetgeving in te voeren voor aparte groepen in onze maatschappij springen bij mij alle lichten op rood. Een verbod op korans maar niet op bijbels, een “kopvoddentaks” maar onbelaste keppeltjes en wel bijzonder onderwijs als het maar niet islamitisch is betekent het einde van het door mij zo gewaardeerde eerste artikel van onze Grondwet. Wellicht zult u nu menen dat mijn voorkeur voor een boerkaverbod daarmee strijdig is, maar die verdient eenzelfde behandeling als de bivakmuts zo lang men vanuit islamitische hoek nog altijd geluiden ten beste geeft dat een dergelijk gewaad geen religieuze verplichting is en eerst en vooral dient een vrouw volledig de anonimiteit in te drukken. Goed, de heer Wilders valt dus af. Exit PVV.

Wanneer ik het dan toch over wetgeving heb, wat dat betreft heb ik wel wat noten op mijn zang. Eenieder die wat heeft rondgekeken op het minieme hoekje van het Internet dat ik voor mijzelf heb afgebakend zal zijn opgevallen dat ik iets tegen het op verlof sturen van gevangenen en tbs-klanten heb. Het onderbreken van een gevangenisstraf vind ik nog altijd een bevreemdend gegeven, want wanneer iemand een misdrijf pleegt neemt hij automatisch het risico dat hij voor een bepaalde tijd achter de tralies verdwijnen moet. Dat een bezoekje aan moeders of gezellig even winkelen in de Hema er gedurende die tijd niet inzit is onderdeel van dat genomen risico. ‘Tuurlijk, leuk is anders, maar dat is inherent aan het idee achter straf.

Dat er nog altijd taakstraffen worden uitgedeeld in ontucht– en misbruikzaken doet weinig recht aan mijn gevoel voor enige rechtvaardigheid. Sowieso verbaas ik mij geregeld over relatief lage straffen voor relatief zware vergrijpen zoals geweldplegingen bijvoorbeeld. Toch kan ik mij niet vinden in het idee van minimum straffen; er moet ruimte blijven voor strafverlagende gronden zoals noodweer. De strafmaat hoort derhalve dan ook zeker op de agenda van de politieke partij van mijn keuze. De SP en GroenLinks laten het op dit vlak afweten.

Zo hoort op die agenda ook, uiteraard, preventie. Graag zelfs, want ik voel me niet altijd even veilig op straat. Preventie ligt, zoals Beccaria al observeerde, niet zo zeer en zeker niet alleen in de zwaarte van een opgelegde straf. Amerika is daar een schoolvoorbeeld van, waar dan wel veel zwaarder gestraft wordt dan hier en dat een ongemeen groot percentage van haar burgers in gevangenissen heeft zitten, maar waar de misdaad er niet minder om is. De zekerheid dat misdaad gestraft wordt, de pakkans, is een nog veel belangrijker factor in het voorkomen van misdaad. Jarenlange bezuinigingen (steeds weer in weerwil van de politieke belofte van meer blauw op straat) op het politieapparaat spelen ons daarbij parten. Wanneer de politie zelf al aangeeft duizenden zaken op de plank te moeten laten liggen vanwege een tekort aan personeel en oplossingspercentages achter blijven is het zaak daar wat mee te doen.

Het politiegebeuren is de laatste jaren afgeslankt, gestroomlijnd en meermaals gereorganiseerd. Van een landelijke politie zijn we naar zesentwintig korpsen gegaan en als het aan sommige politieke partijen ligt gaan we binnenkort terug naar een landelijke politieorganisatie. Of dat nu werkelijk zo kostenbesparend is, ik heb er een hard hoofd in. Er is sowieso al veel veranderd; Om met weinig personeel veel werk te kunnen behapstukken is de politie omgevormd naar een informatiegestuurde organisatie. Om zoveel mogelijk agenten op straat hun werk te laten doen werden balies en service centra ingericht waar goedkopere krachten, zij het allen buitengewoon opsporingsambtenaar, allerlei administratieve taken overnemen van de geuniformeerde dienst. Zij staan de burger te woord en nemen aangiftes op, maar wegen niet meer op tegen de groeiende werkdruk die steeds meer bezuinigen met zich meebrengen.

Wat nog een optie zou zijn, is het inrichten van de werkzaamheden naar Duits model. Daar zijn de oplossingspercentages beter en heeft de politie de plicht iedere aangifte daadwerkelijk op te pakken, maar daar staat tegenover dat de Duitse politie zich niet bezig houdt met burengeruchten en -conflicten, geluidsoverlast, parkeerperikelen, hangjeugd en geen verwarde mensen van straat haalt om vervolgens urenlang op een beoordeling van genoemde verwarde door een arts van het Riagg te wachten. De wijkagent is daar vervangen door een uitgebreid maatschappelijk netwerk, dat de handen van de politie vrijlaat zich op daadwerkelijke opsporing te storten. Van de Duitse burger wordt derhalve meer zelfredzaamheid verwacht en de politie is er niet het afvoerputje voor alle sociale en civiele problemen die andere organisaties simpelweg laten liggen, zoals dat hier wel het geval is.

Toch, dat zie ik hier niet gauw gebeuren. Zo zelfredzaam zijn wij eigenlijk helemaal niet. Mijn buurman belde kortgeleden de politie omdat een straatlantaarn werk weigerde, om maar eens een voorbeeld te noemen. Een kleinigheid, maar toch. De ene helft van de bevolking durft elkaar al bijna niet meer aan te spreken op dreunende bassen of rokende barbecues, omdat de andere helft bij aanspreken een kort lontje heeft en dreigt met geweld. En het daarbij niet altijd laat, getuige de vele ingeklinkerde lieveheersbeestjes.

Investeren is volgens mij toch het devies, want een veiliger maatschappij komt niet aanwaaien zo veel is zeker. En niet alleen in de politie. Willen we een veiligere maatschappij dan zullen we ook in de jeugd moeten investeren, die nog altijd de toekomst heeft. In het kader van het belang van het onderwijs dat ik eerder aanstipte is het een opvallend gegeven dat vroegtijdig schoolverlaten, dus zonder diploma, de kans op een criminele carrière met een factor 2,5 vergroot. Het functioneren van Guusje ter Horst in dezen en het feit dat de PvdA (net als GroenLinks) in haar huidige programma niet verder komt dan alweer reorganiseren en een handvol wijkagenten erbij maakt dat mijn stem in elk geval niet naar de PvdA zal gaan. Dat is deels pure, onversneden rancune maar toch.

Ook wil de PvdA er niet aan extra politieinzet bij sportevenementen in rekening te brengen bij organisatoren en ik voor mij heb reeds lang besloten dat bijvoorbeeld de hele voetbalbranche juist mee moet betalen aan al de politieinzet die nodig is om haar “liefhebbers” ervan te weerhouden hele binnensteden af te breken. Ook de SP, GroenLinks en de VVD willen daar niet aan en dat terwijl er genoeg omgaat in die business en elders wèl geldt dat de vervuiler betaalt. Jammer.

Wat dan wel? Toch weer de VVD, die miljarden op uitgerekend de zorg bezuinigen wil en de jacht op mij als huurder geopend lijkt te hebben? Dat is eigenbelang, maar desalniettemin belang. D66, dat niet rechts wil en ook niet links? TON, ook al zo recht door zee en dat getuige het verkiezingsfilmpje haar kiezers niet erg au sérieux neemt? De Partij voor de Dieren, die zich stilhield terwijl in Oostvaardersplassen haar halve doelgroep van honger omkwam?

O, choices, choices.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s