Kakkerlakken

De kakkerlak, plaagdier bij uitstek. Dit diertje wordt doorgaans geassocieerd met al te vieze keukens en algehele onhygiënische toestanden. Het riekt onaangenaam en staat bekend om zijn razendsnelle voortplanting. Je ziet er zogezegd nooit maar één. Ze zijn vingervlug, wat samen met hun onsympathieke, wat voorwereldlijke voorkomen hun aaibaarheidsfactor ook al geen goed doet. Als klap op de vuurpijl zijn ze nog slecht voor je gezondheid ook, want ze brengen allerlei bacteriën over doordat ze zonder hun voetjes te vegen over allerlei etenswaar lopen.

Het is algemeen bekend dat je, wanneer je zo’n vies creatuurtje rond ziet scharrelen, er beter aan doet je eerste aanvechting te onderdrukken en haar vooral niet onder de zool van je schoen te doen hemelen. Een kakkerlak immers, draagt haar eierpakketjes onder haar dekschildje en die wil je niet onder je schoen gekleefd mee naar huis nemen. Het bestrijden van kakkerlakken valt sowieso niet mee, ze zijn niet kapot te krijgen. Wat dat betreft is de kakkerlak zelfs onderhavig aan enige mythevorming; het verhaal gaat dat ze zelfs tegen radioactieve straling bestand zou zijn. Dat is te veel eer, maar desondanks is het devies dat voorkomen beter dan genezen is waar het Blattodea betreft.

Een vergelijking met de kakkerlak is dus duidelijk weinig flatteus en je kunt er niet onderuit; dat doet men niet omdat men je zo hoog heeft zitten. Daarom zong voetballer Jan Vertonghen zijn achterban dan ook een liedje voor waarin hij tegenstander Feyenoord voor kakkerlakken versleet. Kútkakkerlakken zelfs.

Vertonghen, die zich inmiddels achter een borreltje te veel verschuilt en meent dat enige Ajax-haat ten tijde van de bekerfinale een verzachtende omstandigheid is, wacht nog een bezoekje aan de tuchtcommissie van de KNVB. Hopelijk komt hij daar met een beter excuus, al vrees ik dat hem dat op eigen kracht wat te veel gevraagd is, iemand zal hem dat denkelijk even in moeten fluisteren.

Dat Ajax kennelijk zelf nog niet met enige maatregelen op de proppen gekomen is vind ik fnuikend. Ik maakte eerder al de vergelijking met Ulrich van Gobbel, die door Feyenoord wel op het matje geroepen werd nadat hij in eenzelfde euforische bui “wie niet springt die is een jood” zong. Een schikkingsvoorstel van een schorsing voor twee wedstrijden, dat de aanklager betaald voetbal Vertonghen deed, werd door Ajax zelfs afgewezen.

Ergens is dat jammer, want in vier keer drie kwartier op de bank had Vertonghen in eigen tempo zijn zonde kunnen overdenken en wellicht was hij dan uiteindelijk ook tot de slotsom gekomen dat hij de voorbeeldfunctie, die hij als duurbetaald voetballer toch heeft, nooit op zo’n manier had mogen laten varen. Misschien zelfs dat hij vlak voor het einde van de tweede wedstrijd, zo’n beetje bij het laatste fluitsignaal gok ik, gesnapt had dat er eigenlijk geen excuus is voor dergelijk wangedrag.

Het elkaar toedichten van dergelijke kwalificaties is in de voetbalwereld al langer in zwang, een fenomeen waarop Albert Heijn een jaar geleden (gewild of ongewild) meeliftte. Tijdens een van de vele spaaracties, eerst en vooral bedoeld om kinderen hun ouders te dwingen zoveel mogelijk bij de grootgrutter te kopen, die dit concern erop nahoudt toverde Albert een voetbalplaatjesboek uit zijn hoge hoed. Op de foto, die in dat boek onder het kopje “Feyenoord” prijkte, zat een uit de kluiten gewassen kakkerlak pontificaal op een bruinleren voetbal. Een miskleun waarvan de dames en heren van de afdeling Public Relations best een nachtje wakker gelegen zullen hebben en die reden was voor voetbalcolumnist Hugo Borst er een stukje aan te wijden.

Borst roemt de onuitroeibaarheid en het aanpassingsvermogen van het dier en maakt het zo onflatteus bedoelde “kakkerlak” tot een geuzennaam, een compliment. Op zich een sterk staaltje, maar daarbij rijdt hij heel even een scheve schaats wanneer hij spreekt van “de jood onder de insecten”. Wanneer ik zijn epistel zo eens lees is dat allerminst beledigend jegens de joden bedoeld, maar fraai is natuurlijk anders. Die vergelijking is onnodig en getuigt van slechte smaak, zoveel is zeker.

Dat vond ook een agent van het korps Amsterdam-Amstelland. Sterker nog, deze voelde zich in zo’n mate gekwetst, beledigd en gediscrimineerd dat hij besloot aangifte te doen. Dat is mosterd na de maaltijd, die column dateert van meer dan een jaar terug en ik vind het persoonlijk wat overdreven omdat Borst volgens mij in het geheel niet de opzet heeft joodse mensen te beledigen. Wanneer ik dan lees dat de familie van de genoemde agent bijna geheel werd uitgemoord tijdens de Shoah begrijp ik ’s mans gevoel wel.

Nochtans, vanwege slechte smaak werd nog niemand veroordeeld en zo zal het Hugo Borst ook niet vergaan. De rechter maakt immers een duidelijk onderscheid tussen hetgeen uit puur venijn wordt uitgebraakt en hetgeen in het kader van het maatschappelijk debat wordt gedebiteerd. Zaken als die rond de persoon van een imam el Moumni en de majesteitschennis plegende journaliste van Spunk hebben dat reeds duidelijk gemaakt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s