Gezichtsverlies

De laatste tijd is er buitengewoon veel te doen over de boerka, het alles verhullend gewaad dat men voornamelijk in Afghanistan over vrouwen placht te draperen en dat onder het bewind van de Taliban zelfs verplicht was. Er wordt doorgaans gesproken over de boerka waar men ook de nikab bedoelt, een andere variant op de gezichtbedekkende sluier. Behalve haar menselijke gestalte en vrouwelijke vormen bedekt zo’n gewaad dus ook het gezicht van een vrouw en drukt haar zo volledig in de anonimiteit. Om van een isolement nog maar niet te spreken, aangezien meer dan de helft van de communicatie tussen mensen non-verbaal verloopt.

In Nederland is men zich sinds 2006 aan het beraden over de wenselijkheid van dit allesbedekkende gewaad in het straatbeeld en in Frankrijk en België ijvert men voor een heus verbod. In België stemde de Tweede Kamer zelfs al met een boerkaverbod in. De val van het kabinet Leterme zorgt weliswaar voor vertraging en onder een aantal senatoren leeft nog de zorg dat het verbod in strijd is met de regels van de Europese Unie, maar het wachten is dus op de senaat.

In Frankrijk werd door een parlementaire commissie voorgesteld de boerka te verbieden op plaatsen waar publieke diensten verleend worden, hetgeen in de praktijk scholen, overheidsgebouwen, ziekenhuizen en het openbaar vervoer betekent. Of een dergelijk verbod ook op de openbare weg gelden moest, daar was de commissie over verdeeld. Men vreesde dat zulks in strijd zou zijn met de grondwet en voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het is stof tot nadenken, zo gezegd.

Raad van Europa
De Raad van Europa heeft reeds laten weten tegen een verbod op boerka’s te zijn. Sterker nog, zij acht dat een dergelijk verbod indruist tegen verworven ‘rechten en vrijheden’. De commissie Cultuur, Wetenschappen en Onderwijs heeft in Istanboel met goedkeuring op een resolutie tegen het boerkaverbod gereageerd. Genoemde commissie is de mening toegedaan dat een algemeen verbod op het dragen van de boerka aan vrouwen ‘die dit in alle vrijheid wensen’, het recht ontzegt om hun gezicht te bedekken.

Het recht je gezicht te bedekken? Ik had er nog niet eerder van gehoord.

Sterker nog, bij mijn beste weten gelden er allerlei legitieme bezwaren tegen gezichtsbedekkende kledij en hier te lande is er zelfs heuse wetgeving tegen. Dat laatste is bepaald niet van gisteren. Eenieder die met een integraalhelm met gesloten vizier een bank denkt te moeten betreden komt daar al gauw achter. Zo ook degenen die met een bivakmuts over het gezicht getrokken op de openbare weg menen rond te moeten waren. Dat daarin voorzien is middels wetgeving moge geen verrassing heten, de ervaring leert immers dat het willen bedekken van een gezicht doorgaans niet met de meest lovenswaardige motieven gepaard gaat. Mijn eerste associatie is er een met overvallers en het dievengilde.

Er geldt in dit vrije en soms toch vrijgevochten landje geen absolute vrijheid simpelweg te dragen wat men wil. Die vrijheid is heel ruim, dat moet gezegd, maar ze wordt uiteindelijk door zowel de openbare orde als de openbare zeden ingekaderd. Kortgezegd willen we dus in het kader van de veiligheid wél je snoet zien, maar willen we in het kader van de goede zeden níet je schaamstreek zien. Daarom lopen er dan ook geen naturisten in hun adamskostuum, naast een boerka toch wel het andere uiterste, tussen het winkelend publiek op de Lijnbaan bijvoorbeeld.

Een studente, Marjolijn Zwakman, die een poos geleden de proef op de som nam, wist zich al gauw verzekerd van de aandacht van de Rotterdamse hermandad. Alleen gekleed in haar bontlaarsjes werd zij op de Coolsingel van straat geplukt, in een deken gewikkeld en ze bekwam een tweetal prenten; een voor naaktloperij en een omdat ze haar legitimatiebewijs niet tonen kon.

Op eenzelfde wijze wordt het niet op prijs gesteld wanneer men met een bivakmuts over straat gaat, zij het dat enige bezwaren in dit geval op de openbare orde en veiligheid zijn geënt in plaats van de goede zeden. Wie zulks probeert zal zichzelf algauw als zijnde ‘verdacht’ aangemerkt weten en ook in zulke gevallen geldt dat de politie niet de beroerdste is; wie aandacht wil kan altijd aandacht krijgen.

Zoals ik zei bestaat er wetgeving tegen gezichtsbedekkende kledij. Iedere zichzelf respecterende gemeente heeft in haar lijstje met Algemene Plaatselijke Verordeningen opgenomen dat het onherkenbaar gemaskerd over straat gaan ongewenst is. Enig speurwerk leert dat zelfs in Maastricht, eenmaal per jaar toch het walhalla van de vermommingen, een dergelijke verordening bestaat;

Artikel 2.4.26 Maskers, vermommingen

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.1.11 is het zonder vergunning van de burgemeester verboden zich op de weg of openbaar water of op een andere voor het publiek toegankelijke plaats te vertonen, gemaskerd, vermomd of op enige andere wijze onherkenbaar gemaakt.
2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet van carnavalszondag na 12.00 uur tot de daaropvolgende woensdag te 02.00 uur.
3. Hij, die zich op de in het tweede lid bedoelde dagen gemaskerd of anderszins vermomd, vertoont, is verplicht op eerste vordering van een ambtenaar van politie zich van zijn masker of andere vermomming te ontdoen.

Vrijheid van religie
Een tweede bedenking van de commissie Cultuur, Wetenschappen en Onderwijs van de Raad van Europa  is de mogelijkheid dat een verbod op boerka’s in strijd zou kunnen zijn met de vrijheid van religie. Een bezwaar dat ook Amnesty International bezigt. Het is echter nog maar de vraag of de boerka inderdaad een religieuze aangelegenheid is. De meningen zijn daar in islamitische gelederen in elk geval over verdeeld. Ekmeleddin Ihsanoglu, hoofd van de Organisatie van de Islamitische Conferentie, hield een pleidooi tegen het boerkaverbod en beriep zich daarbij op die vrijheid. Nochtans ondergroef hij daarbij onmiddelijk zijn eigen argument door zèlf te stellen dat de boerka niets islamitisch is, maar een in sommige regio’s voorkomende klederdracht.

De voorzitter van een Britse organisatie BMSD, British Muslims for Secular Democracy, beaamt dat. Ook deze Shaaz Mahboob weet te melden dat de boerka en de nikab niets met de islam uit hebben staan. Tijdens de bedevaart naar Mekka is het volgens deze man voor vrouwen zelfs verboden hun gezicht te bedekken.

Als dat zo is blijft er meteen ook weinig over van Amnesty’s claim dat het verbieden van de boerka op zichzelf een discriminatoire handeling zou zijn. Wanneer alle gezichtsbedekkende kledij verboden wordt en de boerka door het ontbreken van een religieuze grondslag gelijk valt te schakelen met een bivakmuts is er feitelijk geen sprake van een ongelijke behandeling in gelijke gevallen.

Nu sprak ik eerder al over vrijheden die niet absoluut zijn. De vrijheid een godsdienst of levensovertuiging te belijden is er daar een van. Ze is ook in Nederland grondwettelijk verankerd, maar is niet absoluut.

Artikel 6

1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
2. De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Zoals in het geval van het vrouwenstandpunt van de SGP al bleek is met de zinsnede ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’ duidelijk aangegeven waar die vrijheid ophoudt; daar waar de wet begint. Logisch, er zijn immers religieuze verschijnselen waar we geen ruimte aan willen bieden. Dat wordt goed duidelijk wanneer je dat uitvergroot naar religieuze excessen; zo staat men een volgeling van de godin Kali niet toe mensenoffers te brengen en ook een weduwenverbranding wordt niet op prijs gesteld, ongeacht hoe religieus beoefenaars van zulks dat zeggen te ervaren.

Daarmee vergeleken is de boerka relatief gezien een bijkans onschuldig fenomeen natuurlijk, maar dat geldt evengoed voor haar tegenpool -dat naturisme waar ik eerder over sprak. Naturisme wordt aangemerkt als een levensovertuiging en naturisten zouden daarmee in theorie dus ook een beroep op het zesde artikel van onze grondwet kunnen doen. Toch zijn naturisten, uitgezonderd de daar speciaal voor aangewezen gebieden, niet vrij in geboortekostuum op de openbare weg te flaneren. Ik voor mij stel dat zeer op prijs; ik zit niet op blote billen in het straatbeeld te wachten en zou me daar zelfs bijzonder ongemakkelijk bij voelen. 

Ik vraag me overigens af of de secretaris-generaal van de Organisatie van de Islamitische Conferentie ook deze beknottingen van de door hem zo op prijs gestelde vrijheid zo ‘on-Europeaans’ vindt.

Ook zou ik willen weten hoeveel vrijheid de zevenenvijftig islamitische landen, die bij de OIC zijn aangesloten, de gemiddelde naturist zouden bieden op hun respectievelijke openbare wegen wanneer hij zich beroepen zou op vrijheid van levensovertuiging. Ik heb daar een hard hoofd in, zeker zo lang buitenlandse feestgangers die op een feestje alcohol nuttigen in Saoudi-Arabië nog op zweepslagen kunnen rekenen en de douane aldaar door toeristen meegebrachte bijbels in beslag neemt en versnippert, een kus op een wang in een restaurant in Dubai je nog op gevangenisstraf kan komen te staan en je daar door de politie wordt aangesproken wanneer je met blote schouders door een winkelcentrum loopt. Denkelijk zou meneer Ihsanoglu er goed aan doen eerst dáár eens voor vrijheid en tolerantie te pleiten.

En niet alleen Ihsanoglu, overigens. Kortgeleden beklaagde sjeik Abdurrahman, voorganger van een moskee te Riad, hoofdstad van Saoudi-Arabië, zich over de diverse voorgenomen boerkaverboden in Europa. Vol van selectieve verontwaardiging vroeg hij zich af waarom ‘westerse vrouwen dan wel westers mogen zijn in moslimlanden?’

Een prettige bijkomstigheid is wel dat er vanuit het ‘onvrije en intolerante’ Europa in elk geval geen geen filmpjes opduiken met oproepen tot terreuraanslagen wanneer men in Dubai die blote schouders verbiedt. Ook worden er geen ambassades bestormd en gebrandschat wanneer men hoort van de bijbels, die aan de Saoudische grens door de versnipperaar gaan.

Hoe anders is dat met het filmpje dat op Internet verscheen waarin wordt opgeroepen aanslagen te plegen tegen België, omwille van dat voorgenomen boerkaverbod. Helaas lijken dergelijke agressieve geluiden een heuse trend te worden, bij wijze van antwoord op kennelijk in islamitische hoek als onwelgevallig ervaren uitlatingen en kritieken.

Symbool van onderdrukking
Terug naar de commissie Cultuur, Wetenschappen en Onderwijs van de Raad van Europa. Na haar stellingname dat een boerkaverbod indruist tegen ‘het recht van vrouwen in vrijheid hun gezicht te bedekken’ en mogelijk tegenstrijdig zou zijn met de vrijheid een religie te belijden, maakt ze een eigenaardige draai. De commissie erkent ‘dat de boerka een symbool van de onderdrukking van vrouwen kan zijn’ én ‘een bedreiging kan vormen voor de waardigheid van vrouwen.

Denkelijk heeft dat vooral te doen met waarom vrouwen zich al dan niet vrijwillig in zo’n gewaad hijsen. Voor zo ver mij inmiddels duidelijk is heeft dat vooral met zedelijkheid van doen. Die zedelijkheid is zo op het oog eerst en vooral een verantwoordelijkheid van vrouwen, waarbij het erop lijkt dat de immer verleidelijke vrouw zichzelf bedekken moet om mannen maar niet het hoofd op hol te brengen. Daarbij is mevrouw de Grote Verleidster en meneer eerst en vooral een willoos aan zijn lusten overgeleverd wezen, waarvan je nu eenmaal geen enkele zelfbeheersing kunt verwachten. Daarnaast is de ‘eer’ van haar naaste familieleden volgens het idee van ‘namus’ nauw verbonden aan het imago dat een vrouw bij de buitenwacht geniet.

Dat uitgerekend de Taliban vrouwen verplichtte de boerka te dragen ondersteunt het idee dat de boerka een ‘symbool van de onderdrukking van vrouwen kan zijn’ (om in de voorzichtige bewoordingen van de commissie Cultuur, Wetenschappen en Onderwijs te blijven). Dat regime hield zijn vrouwen liever dom, getuige het feit dat het jonge meisjes verboden werd naar school te gaan, om over de neiging meisjes al te jong doen trouwen nog maar niet te spreken. Barefoot and pregnant comes to mind. Saillant gegeven is dat waar de Taliban zijn rentree maakt vrouwenrechten onmiddelijk weer onder druk staan.

Tekenend is dat de diverse mensenrechtenorganisaties geen eensluidend oordeel weten te vellen over de kwestie rond het boerkaverbod. Waar Amnesty International bij monde van John Dalhuisen grotendeels voorbijgaat aan de aard van de boerka en meent dat juist een boerkaverbod een vorm van discriminatie is, ziet de van oorsprong Franse organisatie van (moslim-) vrouwen Ni Putes, Ni Soumises dat heel anders.

Zij zijn van mening dat de boerka een instrument van onderdrukking is en derhalve niet getolereerd zou mogen worden.

Ik denk dat ze daar gelijk in hebben.

2 gedachtes over “Gezichtsverlies

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s