10 november 1944

In alle consternatie van gisteren miste ik bijna de beelden van de herdenking hier, in het Rotterdamse. Tijdens een herdenkingsbijeenkomst in de Laurenskerk brak burgemeester Aboutaleb een lans voor de ruim vijftigduizend mannen die tijdens een grote razzia door de Duitsers werden weggevoerd om te werk gesteld te worden in Duitsland.

Na het bombardement van 14 mei 1940, waarbij het hart uit de stad werd weggeslagen, noemde onze burgervader dus ook 10 november 1944, de dag dat al die mannen zich gedwongen zagen de straten op te gaan. De Duitsers hadden hen van tevoren al opgeroepen vooral niet thuis te blijven maar zich te melden om “ernstige gevolgen” voor hun gezinnen te vermijden.

Na dat bombardement durfden maar weinigen zich tegen die Duitse orders te verzetten, Rotterdammers wisten immers als geen ander waartoe de vijand in staat was. Toch is hen jarenlang verweten dat ze zich “vrijwillig” en “als makke schapen” zouden hebben laten afvoeren. Wat herdacht worden betreft kwamen ze er door de jaren heen dan ook wat bekaaid vanaf.

Van mijn oma aan moederszijde weet ik dat ze het bombardement heeft uitgezeten, ze vertelde daar zelf soms over. Ze werd zelfs samen met andere passanten gedwongen naar de fusillade op de Beneden-Oostzeedijk te kijken. Haar man overleed toen ik een jaar oud was, tot mijn verdriet heb ik daar geen herinneringen aan, behalve dan wat zij en mijn moeder over hem vertelden. Ze is haar hele verdere leven angstig gebleven voor oorlog, geen wonder als je bedenkt dat ze beide wereldoorlogen meemaakte. Van alle opa’s en oma’s heeft ze het langst geleefd, dus van haar heb ik sowieso meer verhalen gehoord dan van opa en oma van mijn vaders kant. Die spraken, voor zover ik mij kan herinneren, helemaal niet over de oorlog.

Van mijn vader weet ik dat zijn vader een van die vele mannen was, die zich moesten komen melden. Omdat hij musicus was werd hem opgedragen met zijn accordeon aan te treden. Hij belandde in Kamp Amersfoort waar hij voor de gevangenen en de moffen moest spelen. Dat gaf hem wat meer vrijheid dan de andere gevangenen in het kamp en op een nacht is hij samen met een andere musicus ontsnapt. Met zijn accordeon op zijn rug is hij van Amersfoort naar Rotterdam komen lopen. Ergens tijdens dat traject kon hij niet meer en is hij in slaap gevallen. Daar heeft die andere musicus hem in de steek gelaten. De wetenschap dat hij bij ontdekking door de Duitsers onmiddellijk door het hoofd geschoten zou worden moet angstaanjagend zijn geweest.

Toch geraakte opa thuis en hij dook onder bij zijn schoonmoeder, mijn overgrootmoeder dus. Zij woonde toen in de Slotstraat. Verder weet ik van mijn vader dat opa tijdens die onderduikperiode stiekem kooltjes raapte voor hun noodkacheltje, op het rangeerterrein langs de Maas. Tijdens de Hongerwinter kwam mijn vader ter wereld, toen de mensen van ellende al tulpenbollen aten.

Van opa zelf weet ik niets over die periode, die wilde er in het geheel niet over praten. De enorme hoeveelheden etensvoorraad in de kast in de voorkamer kan ik me echter nog wel herinneren. Ik heb hem ook nooit op zijn accordeon horen spelen, al had het instrument wel een eigen plekje in hun huiskamer. Ik meen wel dat ik hem het gevaarte een keer op zijn knie heb zien hijsen en hij wat aan de knoppen morrelde, maar hij zette het instrument daarna al gauw weer neer. Verzoekjes weigerde hij pertinent en dat terwijl hij een begenadigd musicus moet zijn geweest, beroepsmuzikant zelfs en hij met zijn orkestje toch enige bekendheid genoten heeft.

Zelfs mijn vader hamstert nog altijd, nu ik er zo eens over nadenk; ook bij mijn ouders staan de blikjes en de potjes opgetast. Wanneer er iets gebeuren zou dat hen aan huis kluistert hebben ze altijd eten genoeg in huis om het twee weken uit te zingen.

Ik ben me bewust van de tol die de vrijheid die ik vandaag de dag geniet gekost heeft. De verhalen van de generaties voor mij doen me beseffen wat het betekent wanneer die vrijheid je afgenomen wordt, zoals in de tijd dat dit land zuchtte onder het juk en de laars van de nazi. Daarom herdacht ik gisteren en ben ik vandaag dankbaar.

O, en ik ben de heer Aboutaleb zeer erkentelijk.

2 gedachtes over “10 november 1944

  1. Een heel erg bekend en zeer interessant verhaal. Ik hoor verhalen als deze in het hoogseizoen bijna dagelijks en als nabestaande van 6 oud-gevangenen ben ook ik met dit gegeven bekend. Er werd nooit gepraat over de ervaringen die men had opgedaan in de kampen. Graag zou ik willen weten of u mij de gegevns van uw opa zou willen doorsturen(naam, geb,datum enz.) en van degene waarmee hij is ontsnapt als dit bekend is in de familie. Wie weet is uw opa bij ons in het archief bekend en anders zou het weer een toevoeging zijn op ons eigen archief. Ieder snippertje informatie is bij ons op kamp Amersfoort welkom, want er ontbreekt nog ontzettend veel informatie over de gevangenen. Ik hoor graag van u.

    Hartelijke groet,

    Eddy van der Pluijm
    Medewerker Nationaal Monument Kamp Amersfoort
    eddy@kampamersfoort.nl

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s