De Schreeuw

Klokslag acht uur zat ik, samen met vier miljoen anderen, voor de televisie voor de Dodenherdenking op de Dam. Aan het eind van de tweede minuut slaakt een man een langgerekte gil. Geïrriteerd vraag ik me af of dan werkelijk níets nog heilig is, wat een kinderachtige streek… Maar dan haakt halverwege die kreet een andere stem in, meisjesachtig dit keer, en dan volgen er meer.

Er klinken luide knallen wanneer de dranghekken omvallen en dan begint de menigte te rennen, al die mensen bewegen als een, weg van de Rokinzijde.

“O, Jezus… het zal toch niet echt… ?”

De koningin en haar gevolg worden meteen in veiligheid gebracht. Mensen vallen, buitelen over elkaar en de dranghekken heen, raken in de verdrukking, lopen elkaar onder de voet. Tussen de chaos door laverend rijdt een zwarte auto met geblindeerde ruiten het plein op. Er loopt een een aantal agenten naast, een van hen heeft zijn in het wit gehandschoende hand zelfs op zijn wapen liggen. Ze kijken om zich heen, zoekend naar de bedreiging die al die mensen op de loop deed gaan. Ik doe hetzelfde, maar de cameraman lijkt niet erg mee te willen werken.

Na die eerste spurt komt de menigte min of meer tot stilstand, na de blinde paniek volgt ontreddering. Er wordt ingezoomd op een moeder, met een kind op haar nek, terwijl ze een tweede kind tegen haar borst trekt en het stevig vasthoudt. Een agent draagt een meisje in zijn armen weg. Pakkende beelden, dat moet ik ‘m nageven.

Dan grijpt de ceremoniemeester de microfoon. Rustig meldt hij dat er “iemand onwel geworden is” en dat die persoon inmiddels verzorgd wordt. Hij vraagt het publiek de plaatsen weer in te nemen, want “we gaan zo door met de ceremonie”. Het werkt, de mensenmassa kalmeert.

Koningin Beatrix maakt haar rentree. Ze neemt het voortouw, loopt vooraan het gezelschap terug de Dam op. Er klinkt schoorvoetend applaus. Terwijl het Wilhelmus wordt aangekondigd staat kroonprins Willem-Alexander achter zijn moeder en pakt haar eventjes stevig bij haar schouders vast. De koningin is vol in beeld wanneer de eerste maten van ons volkslied ingezet worden en ze zingt de woorden mee, maar als ze een ogenblik haar ogen dichtknijpt besef ik me dat ze daar in weerwil van haar angst staat. De gebeurtenissen van Koninginnedag vorig jaar zullen haar op dat moment ongetwijfeld op het netvlies hebben gestaan.

Ik vind haar ongemeen dapper. Een sterke, moedige vrouw.

Het Wilhelmus wordt gezongen, de kransen worden gelegd, tijdens de speech van Balkenende zijn in de verte sirenes te horen en er worden nog altijd gewonden verzorgd. Een jongetje met een lichte hoofdwond krijgt een pleister opgeplakt. Uiteindelijk zal blijken dat alles bij elkaar drieënzestig mensen gewond raakten, gelukkig de meesten daarvan slechts lichtgewond. Een aantal mensen loopt botbreuken op, waarschijnlijk door de valpartijen over de dranghekken.

Dan verandert het verhaal; er werd niet zo zeer iemand onwel maar dit moet een opzettelijke verstoring van de Dodenherdenking geweest zijn. Demissionair premier Balkenende komt opnieuw in beeld en spreekt van iemand die “herrie zat te maken” en iets met een koffer. Er moeten twee aanhoudingen zijn verricht. Ik blijf aan de buis gekluisterd zitten, het kan niet anders of er volgt nog wel meer info, misschien ook nog wel en persconferentie.

Die persco komt er ook. Het loopt dan tegen de klok van elf. Hoofdcommissaris Welten, plaatsvervangend hoofdofficier van justitie van Straelen en plaatsvervangend burgemeester Asscher bieden gedrieën de journalisten het hoofd.

De man die tijdens de tweede minuut stilte zo begon te gillen is aangehouden. Het gaat om een man van negenendertig jaar oud, blank, een in Nederland geboren Amsterdammer. Hij droeg een hoed en een lange zwarte jas, een baard en lange bakkebaarden, hij was volgens getuigen uitgedost als een orthodoxe jood. Hij is een bekende van de politie, kwam meermaals met hen in aanraking vanwege bezit van en handel in drugs, diefstallen en geweldplegingen. Bovenal is hij verward, niet te zeggen gestoord.

Dat van die onwelle persoon die behandeling behoeft klopt dus uiteindelijk als een bus.

Tijdens de herdenking begon hij te zachtjes en onverstaanbaar prevelen, om het dan plotseling op een gillen te zetten. Om hem heen brak paniek uit. Een man met een koffertje laat vervolgens van schrik dat vermaledijde koffertje vallen, iemand anders ziet dat, schrikt op zijn beurt en begint iets te roepen over een bom en dan is de chaos compleet.

Hoe banaal eigenlijk. De aanstichter van dit alles, de lont in het kruitvat van latente angst die klaarblijkelijk nog zo zeer onder ons heerst, is een ladderzatte doorgedraaide junk. Stom zeg, ik ken het type. Ik woon al bijna tien jaar in het Centrum van Rotterdam en ook hier lopen er van dat slag meer buiten dan er binnen zitten. De geestelijke gezondheidszorg is in dit land toch een beetje een achtergebleven gebied en het is sinds een paar jaar zo goed als onmogelijk in deze mate getroebleerde mensen gedwongen op te nemen, vandaar. Normaal gezien kijken we hier dan ook niet meer op of om als er weer een het op een schreeuwen zet tijdens een slechte trip of voor zich uit lallend over het Lijnbaanplein stiefelt.

Een journaliste, waarschijnlijk een tikje teleurgesteld (weer geen Al-Qaida, daar gaat je scoop) meent de voor haar gezeten driehoek het vuur nog even aan de schenen te moeten leggen. Moeten er volgend jaar geen detectiepoortjes op de Dam geplaatst worden? En dan die man met zijn koffertje, hoe kan het hij met zijn koffertje tussen het publiek heeft kunnen geraken?

Terecht wijst Welten erop dat “as verbrande turf is” en er behalve dat koffertje vol kantoorartikelen nog veel meer potentiële “enge” zaken door een mensenmenigte worden meegevoerd. De lijst is schier oneindig; fietsen met bijbehorende fietstassen, kinderwagens, luiertassen, rugzakken, cameratassen, noem maar op. Ik mag toch hopen dat het niet zo ver komt dat alles te verbieden.

De journaliste bijt zich vast in de kofferkwestie. Het verbeten “Want er had natuurlijk iets anders in die koffer kunnen zitten, hè?” dat ze de driehoek nog toebijt bij wijze van nabrander klinkt welhaast hysterisch.

De zaken liggen echter pijnlijk veel simpeler dan dat. We hebben ons met z’n allen uiteindelijk de stuipen op het lijf laten jagen door een gillende psychoot in slechtgekozen carnavalskostuum, die er een gewoonte van zou maken op “ludieke manieren” aandacht te vragen en er genoegen in moet scheppen mensen te shockeren. Ik weet ‘t, ik voel me ook een klein beetje dwaas.

Angst, zo blijkt maar weer, is een slechte raadgever.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s