Elfenridders

Bernhard Hennen schreef eerder al een serie verhalen van epische proporties waarin hij ons liet kennismaken met Emerelle, koningin van het elfse Alfenmark en haar zwaardmeester Ollowain. Centraal daarin staat de strijd tussen de elfen en de trollen en het verbond dat de elfen sluiten met de mensen in de persoon van de woeste noorderling Mandred, jarl van het Fjordland.

Deze serie, De Elfen, Elfenwinter, Elfenlicht en Elfenlied zal binnenkort met een vijfde deel worden aangevuld; Elfenkoningin.

In deze verhalen zaait Hennen op meesterlijke wijze het zaadje voor een nieuwe trilogie door de demonische Devanthar te introduceren, een aartsvijand van de elfen die zint op de vernietiging van hun rijk, Alfenmark. Met de Elfenridders maakt Hennen vervolgens een sprong voorwaarts in de tijd. Onder de mensen bevinden zich enkele nakomelingen van de Devanthar en zij bezitten een voor de elfen dodelijke kracht. De Tjuredkerk is tot volle wasdom gekomen en is op veroveringstocht, oorlog lijkt onvermijdelijk. De ridderorden van de Tjuredkerk doen denken aan de oude Tempelridders van weleer, zij het dat de Ridderorde van de Bloedboom in tegenstelling tot de Tempeliers vrouwen in haar gelederen toestaat.

De jonge Gishild, prinses en nakomelinge van Mandred wordt ontvoerd en ze wordt ondergebracht in het hart van een van de ridderorden die de Tjuredkerk dienen; die van de Bloedboom. In hun hoofdkwartier Valloncour wordt zij tijdens haar gevangenschap opgeleid tot ridder en ze raakt verliefd op de al even jonge Luc, ook een ridder in opleiding en hondstrouw aan Tjured.

Dan wordt Gishild een tweede keer ontvoerd. Ditmaal door de elfen, op wier redding ze jarenlang gewacht heeft. Uitgerekend op het moment wanneer ze de hoop daarop heeft opgegeven en zich eindelijk in haar lot op Valloncour geschikt heeft wordt ze op bruuske wijze van haar Luc gescheiden en meegetroond naar het Fjordland, waar haar een vacante troon wacht.

Eenmaal terug in haar vaderland treft ze een situatie aan die zich enigszins laat vergelijken met hetgeen Odysseus bij zijn thuiskomst aantrof; een hal vol jarls die zich volvreten en verrijken op kosten van het koningshuis. Gishild laat zich onmiddelijk gelden, maar haar wacht de zware taak zichzelf een waardig opvolgster van Mandred te bewijzen.

Ondertussen rukt de Tjuredkerk verder op in haar queeste de wereld te veroveren en haar te zuiveren van heidendom en ketterij. Gishild is in de strijd tegen de kerk een laatste hoop voor de nog vrije volkeren. Dan vragen haar jarls haar te trouwen… en wel met iemand uit hun eigen gelederen. Dat is een offer dat haar zwaar valt; ze houdt nog altijd van Luc.

De ridderlijke Luc krijgt zo wel iets van Lancelot met zijn tragische liefde voor Guinevere weg en dat is niet het enige Arthuriaanse element. Zo wil de legende dat koning Arthur terug zal keren wanneer Britannië hem nodig heeft. Hennen geeft Mandred, die inmiddels al generaties geleden verdwenen is, dezelfde legendarische heldenstatus en onder de Fjordlanders gaat ook over Mandred het verhaal dat hij naar zijn geliefd Fjordland terugkeren zal in het uur van haar grootste nood.

In het laatste deel van de trilogie bereidt Hennen ons voor op een spannende eindstrijd, de grande finale. De legers van de Tjuredkerk rukken op tot aan de grenzen van het Fjordland en weten zich zelfs een weg te banen naar Alfenmark. Emerelle, haar elfen en de Fjordlanders zullen er alles en meer aan moeten doen willen ze zich het vege lijf kunnen redden.

Onderlinge twisten en intriges tussen de twee ridderorden van de Tjuredkerk, die van de Bloedboom en die van de Asboom, leiden tot de ondergang van de eerste. De orde wordt opgeheven en haar ridders krijgen opdracht op te gaan in de rangen van de Asboom. De gestructureerde manier waarop de orde opgeheven wordt, waarbij op dezelfde dag dwangbevelen worden afgeleverd bij iedere burcht waar de Bloedboom de scepter zwaait, brengt opnieuw de Tempeliers in herinnering.

Dat is overigens niet de enige parallel; de manier waarop de Tjuredkerk zich van haar vijanden ontdoet en hen ondervraagt door hen aan marteling te onderwerpen doet aan de Inquisitie denken. Dat Hennen Germanistiek en Geschiedenis studeerde alvorens zich aan het schrijven te wagen is dan ook geen verrassend gegeven, getuige ook de manier waarop hij opnieuw een weergaloos heldensaga wist te schrijven.

Voor wie van fantasy houdt zijn deze boeken een must, al komt wie afgaat op enige gelijkenis met Tolkiens The Lord of the Rings bedrogen uit. Tolkien is een beduidend maatje groter dan Hennen en het is jammer dat Tolkien zo snel uit de kast getrokken wordt om andermans boeken te promoten.

Nochtans zijn de boeken van Hennen op zichzelf meer dan alleen prettig leesvoer en ze hebben een vergelijking met Tolkien simpelweg niet nodig. Hetgeen hij schrijft is origineel, hij weet zijn karakters waar nodig uit te diepen, is bepaald niet van enige humor gespeend en weet de diverse veldslagen en man-tot-mangevechten uitstekend te beschrijven. Ook zijn beschrijvingen van de verschillende landen en werelden die we gedurende zijn saga’s aandoen zijn het benoemen waard, vooral Alfenmark is een rijk om bij weg te dromen -al zal de lezer die van ongeremde vaart in verhaallijnen houdt zich daar wellicht wat aan kunnen storen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s