"Sharia in Nederland"

Gisteren heb ik met stijgende interesse naar Rondom 10 gekeken. Een gespreksonderwerp als “Sharia in Nederland” staat daar dan ook wel garant voor.

De Tweede Kamer vroeg in de zomer van vorig jaar al opheldering over berichten van illegale shariatribunalen in moskeeën hier te lande. Het ministerie van Justitie heeft het onderzoek daarnaar uitbesteed aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. Van echte shariarechtbanken is hier volgens de onderzoekers geen sprake, al wordt er wel aan de hand van de sharia aan geschilbemiddeling gedaan.

Wat mij allereerst verbaasde is dat er zonder enige nuance over “de sharia” gesproken werd, terwijl er feitelijk geen sprake is van één sharia. Zoveel islamitische stromingen, zoveel interpretaties, zoveel vormen van sharia en die verschillen behoorlijk van elkaar. Het simpele feit dat de sharia nooit is gecodificeerd, nooit vorm gekregen heeft in wetsartikelen zoals bijvoorbeeld ons wetboek van strafrecht, ligt daar mede aan ten grondslag. Dat gegeven maakt rechtsongelijkheid en eigen invullingen mogelijk en het legaliteitsbeginsel feitelijk ónmogelijk.

Wat ik over de sharia gelezen heb is lang zo erg niet als men soms doet voorkomen en deels komt dergelijke wetgeving zelfs overeen met de onze. Dat is niet zo’n verrassing; een gevoel voor recht, of voor goed en kwaad zo u wilt, is redelijk universeel. Zo denken we overal ter wereld zo’n beetje hetzelfde over mijn en dijn en diefstal wordt nergens gewaardeerd. Ook hecht men mondiaal zonder uitzondering aan het menselijk leven en dus worden moord en doodslag dan ook niet geapprecieerd. De sharia is daar in grote lijnen geen uitzondering op.

Wel vind ik de mate van interpretatie die de sharia laat zorgwekkend. Dat daargelaten sta ik sowieso wantrouwig tegenover een wettenstelsel dat zoveel ruimte laat voor excessieve (lijf-) straffen en vind ik de bemoeienis in het privédomein wel erg verregaand. Overspel is daar een voorbeeld van, dat vind ik weliswaar moreel gezien niet door de beugel kunnen, maar het is niet iets waar een rechterlijke macht zich over te buigen heeft.

Dan is er de kwestie van gelijkheid tussen burgers. Onze democratie is gestoeld op het menselijk gelijkheidsideaal. Het gelijkheidsbeginsel, dat zegt dat iedere burger gelijke rechten heeft en recht heeft op een gelijke behandeling in gelijke gevallen, is ons grootste goed. Voorwaarde voor een gedegen en eerlijke wetsgang is dat iedere burger gelijk is voor de wet en zonder onderscheid aanspraak kan maken op bescherming door die wet. In een samenleving moet de wet een bindmiddel zijn voor álle bevolkingsgroepen. Een onderscheid tussen een gelovige en een ongelovige, hetero- en homoseksueel of tussen man en vrouw druist daar volledig tegenin.

Gelijke rechten en gelijkheid voor de wet overigens, zijn geheel iets anders dan een verschil in sportprestaties, dit in weerwil van wat Mohammed Akkouh ons wilde doen geloven. Dat de gemiddelde sportvrouw een seconde langer doet over de honderd meter dan de gemiddelde sportman zegt niets over haar recht op een evengroot kindsdeel als haar broer of de waarde van haar woord wanneer zij getuigt. Een dergelijke drogredenatie is deerniswekkend.

Het euvel met religieuze wetten en regels is ook nog eens dat ze van nul en generlei waarde zijn voor iedereen die niet in de religie gelooft die eraan ten grondslag ligt. Zo is er voor een niet-moslim niets dat hem weerhoudt een portret of zelfs een spotprent van een islamitische profeet te maken. Uiteraard kan een moslim in zo’n geval vragen rekening te houden met zijn gevoelens, maar met het aan een ander op willen leggen van een verbod op religieuze gronden is de grens bereikt, zo niet gepasseerd.

Echter, wanneer moslims onder elkaar een geschil middels mediation op willen lossen zie ik weinig bezwaren, zo lang beide partijen er maar uit vrije wil aan deelnemen en men binnen de kaders van onze wetgeving blijft. De mate van vrijwilligheid verdient denkelijk ook een vorm van waarborging, achteraf in een kantoortje lijkt me dat een moeizame kwestie. Dat daargelaten moet ook alle partijen duidelijk voor ogen staan dat een mediator geen enkele juridische bevoegdheid heeft en geen dus bindende uitspraken kan doen. Bij geen consensus staat beide partijen de gang naar de rechter altijd nog vrij, ook dat moet buiten kijf staan.

Ruimte voor een tweede wettenstelsel is er niet en kan er ook niet zijn -al helemaal niet wanneer het op religieuze leest geschoeid gaat.

Een gedachte over “"Sharia in Nederland"

  1. Vóórdeel…

    de kaarten zijn wél duidelijk geschud
    er valt te weten wat er valt te kiezen:
    zo doorgaan en dan àlles gaan verliezen
    of dempen van die reeds gegraven put…

    de kaarten zijn wél duidelijk geschud
    er valt te weten wat er valt te wegen
    we komen overal ’t on-acceptabele tegen
    en zó bewijst dus deze tijd haar nut…

    de kaarten zijn wél duidelijk geschud
    nú kiezen tussen Vrijheid duur bevochten
    en/of verdwalen in de “religieuze” krochten
    waaruit Islam haar argumenten put…

    de kaarten zijn mooi duidelijk geschud
    er valt nú niet meer langer te ontkennen:
    gewoon heel laf aan deze overheersing wennen
    óf ons verstand bewijst op ‘t nippertje haar nut…

    Jasterke

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s