Voetbal is oorlog

Ik heb in het geheel niets met voetbal. Sterker nog, ik heb er een hartgrondige hekel aan. Ik negeer consequent iedere uitleg van het fenomeen “buitenspel”, hoe goed bedoeld ook, en wanneer ik onverhoopt op een voetbalwedstrijd op televisie stuit zap ik zo snel mogelijk weg. Gras, zo is mijn stelligste overtuiging, is voor koeien.

Behalve dat het spel an sich me niet bekoren kan hebben de randverschijnselen, die deze sport in overvloed met zich mee brengt, mijn hekel door de jaren heen gevoed. Op de een of andere manier is het voornamelijk voetbal waar verschijnselen als georganiseerd hooliganisme en voetbalvandalisme (what’s in a name?) onlosmakelijk mee verbonden zijn.

Nergens wordt duidelijker dat de menselijke beschaving maar een dun laagje vernis is, waaronder nog altijd een primitieve aard schuilgaat, dan bij voetbal. Het doet me denken aan de stammenoorlogen van weleer; primitievelingen die zich verenigen in mannenbroederschappen en tegen elkaar stelling nemen louter omdat de tegenpartij tot een andere stam behoort. Zo’n stammenkrijg, een orgie van geweld, is een uitlaatklep bij uitstek voor een teveel aan testosteron. Opponenten dreigen en brullen om het hardst om hun tegenstander te imponeren en tooien zich met de wapens en kleuren van de achterban. De Slag bij Beverwijk klinkt als iets uit de donkere middeleeuwen.

Nee, deze sport verbroedert niet, maar maakt vooral het slechtste in de mens los en dan heb ik het niet alleen over de spreekkoren tijdens wedstrijden, het scanderen van schuttingtaal, toevoegingen als “Joden!” (liefst gepaard met venijnig gesis) wanneer Ajax speelt of vuurwerkgeluiden wanneer Twente de grasmat betreedt. Dat is alleszins erg genoeg, maar bleef het daar maar bij. Onder de valse vlag van “clubliefde” kwam het al tot vernielingen, geweldplegingen, heuse veldslagen en er vielen zelfs al doden.

Voetballiefhebbers hebben meermaals bewezen zich niet te kunnen gedragen; raakten ze niet slaags in een voetbalstadion, dan sloopten ze de binnenstad wel van een van de grote steden. Vorig jaar werd, omwille van ongeregeldheden tussen supporters van respectievelijk Feyenoord en Ajax na een wedstrijd tussen beide clubs, bij wijze van strafmaatregel, besloten dat wedstrijden tussen beide vijf jaar lang zonder uitpubliek gespeeld zouden worden.

Dat was mild, als het aan mij lag was het al lang en breed tijd het gras weer aan de koeien te laten. Die vragen een stuk minder ME-inzet, da’s meteen goedkoper ook.

De beslissing van burgervader Achmed Aboutaleb om die maatregel op te schorten voor de bekerfinale eind deze maand vind ik betreurenswaardig. Zeker na de rellen in Hoek van Holland, een nieuw dieptepunt, waarbij een ander kwalijk fenomeen dat opgeld doet onder deze piepeltjes nog eens uitvergroot werd; de neiging die opgeklopte agressie te botvieren op de autoriteiten. Dat zulks nu ook buiten de voetbalstadions en tijdens gelegenheden die niets met voetbalwedstrijden te maken hebben plaatsvindt is buitengewoon zorgwekkend.

Saillant detail is dan dat de gebleken relschoppers van dat “strandfeest” gewoon welkom zijn bij deze bekerfinale, want die is niet aangemerkt als risicowedstrijd.

Wellicht is het unfair hele supportersclubs te straffen voor wat een (niet bepaald selecte) groep onder hen aanricht, maar daar staat een schrijnend gebrek aan enig zelfreinigend vermogen onder de diverse supportersgroepen tegenover. Men spreekt zich nauwelijks uit tegen excessen en doet bar weinig de harde kern tot rede te brengen. Wanneer de zaken zo gelegen zijn, moeten de goeden maar onder de kwaden lijden. Vreemd genoeg doen ook de voetbalclubs en zelfs de KNVB weinig tot niets om hun aanhangers betere manieren bij te brengen. Zelfs maar de suggestie dat zij best mee kunnen betalen aan de inzet, die de politie plegen moet om de heren hooligans in toom te houden, is voor deze organisatie reden geweest om verongelijkt te reageren. Toch komt het mij erg vreemd voor dat de maatschappij hiervoor opdraaien moet.

Ik mag dus niets met voetbal ophebben, ik heb wel heel veel met Rotterdam, de stad waar ik geboren en getogen ben. Het plaatje dat supportersclub Afca meende op haar voorpagina te moeten voeren en de oproep tot geweld daarbij raakten me. Het gaat aan alle grenzen van het betamelijke voorbij. Mijn oma zaliger zat het bombardement op Rotterdam uit, een gebeurtenis die haar voor het leven geschaad heeft. Kort na het uitbreken van de Irakoorlog zat het mensje huilend en handenwringend voor haar televisie en een paar dagen laten stonden haar keukenkastjes vol conserven.

De onnadenkende, hersenloze onbeschoftheid die uit dat plaatje spreekt is kwalijk. Maar soit, dat is waarschijnlijk waarom de politie haar paarden mee naar voetbalwedstrijden placht te nemen en die dan op een steenworp afstand van de supporters parkeert -dat is natuurlijk in de goede hoop dat de schuimbekkende horden daar het nadenken aan over zouden laten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s