Vrouwenstandpunt

Heugelijk nieuws voor iedereen die discriminatie tegenstaat –ook de religieus geïnspireerde variant. De Hoge Raad heeft bepaald dat de SGP vrouwen gelijk dient te behandelen en hen niet mag verbieden bestuursfuncties binnen de partij te bekleden. Ook mag de partij hen daarom het actief danwel passief stemrecht niet onthouden. Dat druist immers in tegen het Vrouwenverdrag van de Verenigde Naties, dat de uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen voorstaat.

Niet alleen dat overigens, want iedere Nederlander van achttien jaar en ouder geniet stemrecht. Dat is netjes in de Grondwet vastgelegd. Vooralsnog moet je een misdrijf gepleegd hebben en een gevangenisstraf van een jaar of meer verdiend hebben, wil een rechter je tijdelijk en als onderdeel van je straf je stemrecht kunnen ontzeggen. De houding van de SGP jegens vrouwen en hun stemrecht is dus behoorlijk aanmatigend.

De Hoge Raad gaat verder; niet alleen mag de SGP vrouwen niet weren van de kandidatenlijsten, de staat is op haar beurt verplicht ervoor te zorgen dat de partij vrouwen dat recht niet onthoudt. Mooi.

De SGP is vooralsnog vooral teleurgesteld en beraadt zich op een “uitgebreider reactie”. Misschien kunnen ze in hun beraad meenemen dat het eerste artikel uit onze Grondwet de lijm is van deze samenleving, die nog altijd voor zo’n beetje de helft uit vrouwen bestaat. Dit artikel behelst een van de voornaamste grondbeginselen van de democratie; het menselijk gelijkheidsideaal.

Artikel 1
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Het om hun vrouwzijn aan vrouwen willen onthouden van hun stemrecht is, net als het in de hoedanigheid van gemeentelijk ambtenaar hen de uitgestoken hand willen weigeren, alleszins gewoon discriminatie natuurlijk. Ook wanneer zulks gedaan wordt met een zweterig handje op een heilig boek.

Een beroep op het zesde artikel van onze grondwet, dat de vrijheid van het belijden van een religie of levensovertuiging waarborgt, doet daar niets aan af. Zeker niet wanneer we dat artikel eens vergelijken met het eerste;

Artikel 6
1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
2. De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Opvallend is de zinsnede behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Anders dan bij het eerste worden de grenzen van dit artikel duidelijk aangegeven; de vrijheid van geloof wordt omkaderd door de wet. De Hoge Raad wijst hier ook op; “In een democratische rechtsstaat mag aan politieke beginselen en programma’s slechts praktische uitvoering worden gegeven binnen de grenzen die wetten en verdragen daaraan stellen”.

Dat de staat niet langer discriminatie mag gedogen, in de vorm van het vrouwenstandpunt van de SGP, doet me deugd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s